Short Reads

Aandeelhouder nu ook rechtstreeks belanghebbende ex artikel 1:2 Awb?

Aandeelhouder nu ook rechtstreeks belanghebbende ex artikel 1:2 Awb?

Aandeelhouder nu ook rechtstreeks belanghebbende ex artikel 1:2 Awb?

28.01.2015 NL law

Op 17 december 2014 deed de Afdeling een uitspraak over het belanghebbendebegrip die opmerkelijk is. De gemeente Amsterdam werd daarin als belanghebbende aangemerkt in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder van het Havenbedrijf Amsterdam. Zou dit een nieuwe loot zijn aan de boom van het leerstuk van de "parallelle belangen" waarmee de Afdeling de niet-ontvankelijkheid van afgeleid-belanghebbenden heeft ingeperkt?

Het ging in deze zaak om de vaststelling door de gemeenteraad van Velsen van het bestemmingplan "Zeezicht". Tegen dit bestemmingsplan stelden onder andere het Havenbedrijf en de gemeente Amsterdam (de rechtspersoon) beroep in. De gemeenteraad van Velsen betoogde dat het beroep van de gemeente Amsterdam niet ontvankelijk moest worden verklaard, omdat zij geen belanghebbende was bij het bestreden besluit. De Afdeling overwoog als volgt:

"2.1. Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan 

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 

De wetgever heeft deze eis gesteld teneinde te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en beroep zou kunnen instellen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient sprake te zijn van een voldoende objectief, actueel, eigen, persoonlijk belang dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. 

2.2. In het Noorderbuitenkanaal in de gemeente Velsen is een overslaginrichting gevestigd, die bestaat uit twee afmeerpalen. Hier kunnen bulkcarriers afmeren, waarna een deel van de lading (hierna: bulk) door middel van het zogenoemde "lichteren" kan worden overgeslagen naar kleinere schepen en duwbakken. Daardoor vermindert de diepgang van de zeeschepen zodanig dat het Noordzeekanaal kan worden bevaren en de haven van Amsterdam kan worden bereikt. 

Deze overslaginrichting wordt aangeduid als de lichterlocatie "IJ-palen".

2.3. Voor de lichterlocatie "IJ-palen" is een milieuvergunning verleend aan het Havenbedrijf. De gemeente Amsterdam, die enig aandeelhouder is van het Havenbedrijf, heeft erop gewezen dat zij belang heeft bij de voortzetting en uitbreiding van de lichteractiviteiten ter plaatse. Volgens de gemeente wordt zij door de in het plan voorziene maximering van de lichtercapaciteit getroffen in haar vermogensrechtelijke belangen als publiekrechtelijke rechtspersoon, onder meer omdat schepen, indien de maximale lichtercapaciteit is bereikt, genoodzaakt zijn om uit te wijken naar andere havens. Hierdoor loopt zij niet alleen inkomsten in de vorm van havengelden mis, maar ook vreest zij dat dit zal leiden tot een verslechtering van de concurrentiepositie van de Amsterdamse haven, hetgeen nadelige economische en financiële gevolgen kan hebben en ten koste kan gaan van de werkgelegenheid in Amsterdam. Ook vreest de gemeente Amsterdam dat dit kan leiden tot leegstand in het havengebied en tot lagere grondprijzen. 

De Afdeling acht niet uitgesloten dat de gemeente Amsterdam de door haar omschreven gevolgen van het bestreden besluit kan ondervinden, zodat daarin voldoende grond is gelegen voor het oordeel dat de belangen van de gemeente Amsterdam rechtstreeks bij het bestreden besluit zijn betrokken."

Opmerkelijk aan rechtsoverweging 2.3 is dat de gemeente Amsterdam een aantal belangen noemt die primair belangen van het havenbedrijf zijn en die voor haar alleen financiële consequenties hebben als aandeelhouder. Normaal gesproken zou dat tot niet-ontvankelijkheid leiden, omdat aandeelhouders niet rechtstreeks geraakt worden maar via hun aandeelhouderschap. Zij hebben een afgeleid belang. Een typisch voorbeeld is de Afdelingsuitspraak van 6 december 2006 (ECLI:NL:RVS:2006:AZ3734). Daar merkt de Afdeling wel de exploitant van een supermarkt en de eigenaar van het perceel waarop de supermarkt is gevestigd als belanghebbenden aan, maar niet de aandeelhouder van de exploitant en evenmin de bestuurder van de eigenaar.

Nu bestaat er al wel enige tijd een jurisprudentielijn op grond waarvan zogenaamde dga's (directeuren-grootaandeelhouders) mede als rechtstreeks belanghebbenden worden aangemerkt, omdat hun belang zodanig verweven is met dat van de vennootschap waarvan zij dga zijn, dat deze belangen vereenzelvigd moeten worden. Zie bijvoorbeeld AbRvS 8 juni 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AN6707, AbRvS 24 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT2816 en recent nog AbRvS 27 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3200.

Het is echter de vraag of deze jurisprudentie ook is toegepast op de gemeente Amsterdam. De standaardformulering die in de zojuist genoemde uitspraken wordt gebruikt ("gelet hierop is het belang van belanghebbende B zo verweven en loopt dit parallel met dat van belanghebbende A…") vinden wij niet terug. Bovendien is de gemeente Amsterdam weliswaar enig aandeelhouder van het Havenbedrijf, maar is zij geen dga. De door het Havenbedrijf uitgegeven brochure "Zelfstandig Verstandig" leert dat het Havenbedrijf sinds 1 april 2013 is verzelfstandigd in de vorm van een Naamloze Vennootschap met een driekoppige directie en een Raad van Commissarissen die bestaat uit drie tot zeven leden. Kortom, de verhouding tussen de gemeente Amsterdam en het Havenbedrijf verschilt niet veel van die tussen een moeder- en dochtervennootschap in een gewoon concern.

Een andere verklaring voor het oordeel van de Afdeling zou kunnen zijn dat in rechtsoverweging 2.3 ook belangen gevonden kunnen worden die de gemeente Amsterdam rechtstreeks raken, zoals de werkgelegenheid in Amsterdam, leegstand in het havengebied en lage grondprijzen (de gemeente is eigenaar gebleven van het onroerend goed in de haven). In dat geval zou het duidelijker zijn geweest als de Afdeling had aangegeven dat het (slechts) die belangen zijn die de gemeente Amsterdam tot rechtstreeks belanghebbende maken, los van haar rol als grootaandeelhouder van het havenbedrijf.

Hoewel de strikte lijn die de Afdeling gewoonlijk hanteert bij de vraag of de juiste vennootschap beroep heeft ingesteld, soms hard kan uitpakken, lijkt het toch verstandig dat zij aan die lijn vasthoudt. Als immers enig-aandeelhouderschap voldoende is om te kwalificeren als rechtstreeks belanghebbende, waarom zou dan niet ook een meerderheidsbelang daarvoor voldoende zijn? En hoe zit het dan met grootmoeders, kleindochters, zusters, nichten en alle andere "familieverbanden" die in concernverhoudingen kunnen voorkomen?

Ik houd het er voorlopig maar op dat in dit geval één zwaluw nog geen zomer maakt.

Related news

10.10.2018 NL law
Ongevraagd advies Raad van State: normering van geautomatiseerde overheidsbesluitvorming

Short Reads - Op 31 augustus 2018 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: "Afdeling advisering") een 'Ongevraagd advies over de effecten van de digitalisering voor de rechtsstatelijke verhoudingen' betreffende de positie en de bescherming van de burger tegen een "iOverheid" uitgebracht. Het gebeurt niet vaak dat de Afdeling advisering zo een ongevraagd advies uitbrengt. Dit onderstreept het belang van de voortdurend in ontwikkeling zijnde technologie en digitalisering in relatie tot de verhouding tussen de overheid en de maatschappij.

Read more

15.10.2018 BE law
Gestion et traçabilité des terres en Wallonie. Nouvel arrêté du gouvernement.

Articles - Dans la continuité de l'adoption, le 1er mars 2018, du décret relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, le Gouvernement wallon a mis en place un certain nombre de mesures relatives à la gestion et à la traçabilité des terres en Wallonie. Ces mesures entreront en vigueur le 1er novembre 2019 (et partiellement le 1er septembre 2018).

Read more

08.10.2018 NL law
Een nieuw VN-verdrag met al bestaande verplichtingen over mensenrechten en bedrijfsleven?

Short Reads - Na een langdurig onderhandelingsproces is op 19 juni 2018 een eerste conceptversie van een  VN-verdrag over mensenrechten en bedrijfsleven bekendgemaakt. Dit verdrag staat in het teken van een nieuwe benadering van de relatie tussen de plicht van Staten om mensenrechten te beschermen en de verantwoordelijkheid van bedrijven om specifiek ten aanzien van mensenrechten maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Vraag is echter of er juridisch veel nieuws onder de zon is.

Read more

05.10.2018 NL law
Presentaties seminar Dienstenrichtlijn en Detailhandel

Articles - Met het arrest van het Europese Hof van Justitie en de vervolguitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Visser Vastgoed in Appingedam is vast komen te staan dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op bestemmingsplannen die detailhandel reguleren.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring