Articles

Annotatie onder Rechtbank Gelderland - 25 februari 2015

Annotatie onder Rechtbank Gelderland - 25 februari 2015

Annotatie onder Rechtbank Gelderland - 25 februari 2015

25.02.2015 NL law

Uit de brief van 12 juli 2012 volgt dat de Ontvanger akkoord gaat met het voorstel tot onderhandse verkoop van de onroerende zaak, maar dat de gehele belastingschuld bij verkoop zal worden voldaan. De Ontvanger heeft voorts geschreven dat hij de preferentie die de Belastingdienst heeft, nadrukkelijk niet wil prijsgeven door deze aan de curator verleende toestemming tot onderhandse verkoop.

De curator heeft niet op de brief van 12 juli 2012 gereageerd. Op grond van de hiervoor beschreven feitelijk gang van zaken was de situatie geen andere dan dat de Ontvanger een rechtsgeldig hypotheekrecht had. De gevolgtrekking kan geen andere zijn dan dat de Ontvanger en de curator zijn overeengekomen over te gaan tot oneigenlijke lossing, zulks met uitdrukkelijke handhaving van het recht van de Ontvanger als separatist. De curator heeft hiertegen nog aangevoerd dat het hypotheekrecht op grond van art. 188 Fw is vervallen. Aldus is er in zijn visie sprake van een gewijzigde omstandigheid als bedoeld in art. 6:258 BW. Voor zover er al een overeenkomst zou zijn gesloten tussen de Ontvanger en de curator, stelt de curator zich op het standpunt dat hij die overeenkomst, zo nodig, ontbindt. Nog daargelaten dat het niet aan één der partijen, maar aan de rechter is om de overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden te ontbinden, kan het niet zo zijn dat de curator, die de wijziging in omstandigheden zelf creëert door eigenmachtig te verkopen en aan de rechter-commissaris een verklaring ingevolge art. 188 lid 2 Fw te verzoeken, vervolgens een beroep doet op ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden. Daarmee staat vast dat de curator de afspraak met de Ontvanger heeft geschonden. De vraag is vervolgens of de Ontvanger de opbrengst kan opeisen dan wel de curator de positie van de Ontvanger als separatist mag negeren door diens vordering niet direct uit de verkoopopbrengst te voldoen. 

Marie-Hélène Berghuijs schreef de annotatie bij deze uitspraak. Deze annotatie is gepubliceerd in JOR 2015/304.

Lees de volledige annotatie. 

Related news

11.09.2019 EU law
Legal trend: climate change litigation

Articles - Climate change cases can occur in many shapes and forms. One well-known example is the Urgenda case in which the The Hague Court condemned the Dutch government in 2015 for not taking adequate measures to combat the consequences of climate change. Three years later, the Court of Justice of The Hague  upheld this decision, and it is now pending before the Dutch Supreme Court. This case is expected to set a precedent for Belgium, i.a. Since both the Belgian climate case and the Urgenda case are in their final stages of proceedings, this blog provides you with an update on climate change litigation.

Read more

04.07.2019 NL law
Audit firms and accountant's duty of care towards third parties

Short Reads - The Dutch Supreme Court recently decided (ECLI:NL:HR:2019:744) that the standard for audit firms' and accountants' duty of care towards third parties is in essence no different than the general duty of care under Dutch tort law, and ultimately depends on the circumstances of the case. However, the role of accountants in society, their responsibility to serve the general interest, and rules of professional conduct and practice play an important role.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring