Articles

Over schikken in de Libor-affaire: tijd voor een tegengeluid

Over schikken in de Libor-affaire: tijd voor een tegengeluid

Over schikken in de Libor-affaire: tijd voor een tegengeluid

23.12.2015 NL law

Op 19 mei 2015 wees het Gerechtshof te Den Haag de klacht af die klanten van de Rabobank in een zogeheten artikel 12 strafvorderingsprocedure hadden ingediend tegen het niet vervolgen van de Rabobank en verschillende van haar medewerkers. 

 

De klacht van de klanten volgde op de schikking die de Rabobank in het najaar van 2013 met het Openbaar Ministerie was aangegaan. De Rabobank betaalde toen een bedrag van 70 miljoen euro aan het Openbaar Ministerie ter voorkoming van strafvervolging voor het manipuleren van de Libor-rente. Het Gerechtshof Den Haag was het met de klanten eens dat de rechtsorde en de voor de financiële markt en alle deelnemers zo noodzakelijke rust en vertrouwen ernstig zijn geschaad door de Libor-affaire. Dergelijke wereldwijd ingrijpende en schokkende malversaties in de financiële markt hadden aan de strafrechter moeten worden voorgelegd en strafvervolging zou dus zijn aangewezen, aldus het Gerechtshof. Desondanks wees het Gerechtshof de klachten af.

Deze afwijzende beslissing van het Gerechtshof deed de discussie over de schikkingscultuur in Nederland opnieuw oplaaien. Die discussie sluit aan op het in het politieke en maatschappelijke debat veel gehoorde geluid dat zogenoemde ‘witteboordencriminelen’ hun straf niet mogen ontlopen en zich vaker voor de rechter moeten verantwoorden. In dit artikel wordt ingegaan op de schikkingscultuur in Nederland en meer in het bijzonder op de praktijk van het Openbaar Ministerie om te schikken met de onderneming maar betrokken (ex-)leidinggevenden of (ex-)medewerkers voor de rechter te laten verschijnen. Tegen de achtergrond van de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in de Libor-affaire zal betoogd worden dat het onder omstandigheden juist wenselijk kan zijn om leidinggevenden en werknemers met de onderneming te laten “meeschikken”, wil men de schikking als een voor alle partijen doeltreffende afdoeningsmodaliteit laten voortbestaan.

Lees de volledige publicatie.

Related news

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Short Reads - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd.

Read more

03.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een ‘verdachte’ rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Short Reads - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit. 

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Articles - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring