Short Reads

Het lijkt (g)een aanmaning, dus het is (g)een aanmaning. Of toch niet?

Het lijkt (g)een aanmaning, dus het is (g)een aanmaning. Of toch niet?

Het lijkt (g)een aanmaning, dus het is (g)een aanmaning. Of toch niet?

07.08.2015 NL law

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”)  heeft op 22 juli 2015 geoordeeld dat uit een aanmaning onmiskenbaar moet blijken dat als niet wordt betaald tot dwanginvordering wordt overgegaan. Als dit niet uit de aanmaning blijkt is de aanmaning geen geldige stuitingshandeling.

De regelgeving in de Algemene wet bestuursrecht (“Awb”) over bestuursrechtelijke geldschulden heeft de praktijk al de nodige hoofdbrekens bezorgd. Al eerder verscheen op Stibbeblog een blog over de evaluatie van de titel 4.4 van de Awb en de termijn waarin invorderingsbeschikkingen moeten worden betwist. Vooral de wisselwerking tussen de algemene regeling voor bestuursrechtelijke geldschulden en de bijzondere regels voor de invordering van dwangsommen blijkt voor (advocaten van) overtreders een rijke inspiratiebron te zijn.

Een van de belangrijkste aandachtspunten is de korte verjaringstermijn voor dwangsommen. Volgens artikel 4:104 Awb is de normale verjaringstermijn van bestuursrechtelijke geldschulden vijf jaar. Artikel 5:35 Awb bepaalt echter dat de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom al één jaar na het verbeuren van de dwangsom verjaart. Voor inwerkingtreding van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht was de verjaringstermijn overigens nog korter: zes maanden (artikel 5:35 Awb (oud)). Zeker niet alle bestuursorganen lijken op de hoogte van de huidige verjaringstermijn van één jaar. Rechters en staatsraden oordelen in uitspraken over de invorderingsbeschikkingen dan ook regelmatig dat de bevoegdheid tot invordering verjaard is. Of er sprake is van verjaring wordt namelijk ambtshalve getoetst. Dit is op 5 augustus 2015 nog maar eens door de Afdeling bevestigd.

Het is echter niet zo dat een bestuursorgaan na één jaar sowieso “af” is en daar niets tegen kan doen. De Awb biedt namelijk een aantal mogelijkheden om de verjaringstermijn te verlengen (artikel 4:111 Awb) of te stuiten (artikel 4:105 en 4:106 Awb).

Eén van de stuitingshandelingen die een bestuursorgaan kan verrichten is het versturen van een aanmaning. Uit artikel 4:106 Awb blijkt echter dat niet elk briefje waarin het woord “aanmaning” voorkomt een stuitingshandeling is. De aanmaning moet namelijk voldoen aan de vormvereisten van artikel 4:112 Awb. Volgens het eerste lid maant het bestuursorgaan de schuldenaar aan om binnen twee weken te betalen. Uit het derde lid van dit artikel blijkt dat een aanmaning moet vermelden dat betaling bij niet tijdige betaling kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen.

Tot op heden was er in de jurisprudentie van de Afdeling weinig aandacht voor de vraag of een aanmaning voldeed aan deze vormvereisten. Voor inwerkingtreding van de Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht was dit een vraag die voorgelegd werd aan de civiele rechter. Onder dit oude recht werd bijvoorbeeld een acceptgiro al aangemerkt als een stuitingshandeling. Op 8 oktober 2014 oordeelde de Afdeling dat het voor de vraag of rechtsgeldig gestuit is niet uitmaakt dat er een te korte betalingstermijn (acht dagen) in plaats van de wettelijke termijn (van veertien dagen) in de aanmaning was opgenomen. Door deze uitspraak leek het erop dat de Afdeling niet strikt zou toetsen of aan de vormvereisten voor aanmaningen was voldaan.

In de lagere rechtspraak werd echter al wel geoordeeld dat een “herinnering” geen stuitingshandeling is. De uitspraak van de Afdeling van 22 juli 2015 werpt echter een andere blik op de vormvereisten die aan een aanmaning worden gesteld. In de zaak die tot deze uitspraak heeft geleid, had het college van burgemeester en wethouders van de gemeente in de “aanmaning” niet gewaarschuwd voor mogelijke invorderingsmaatregelen. De Afdeling overweegt dat uit een aanmaning onmiskenbaar moet blijken dat als niet wordt betaald na afloop van de daarin vermelde betalingstermijn dwanginvordering zal volgen.

In de “aanmaning” in deze zaak had de gemeente niet gewaarschuwd voor invorderingsmaatregelen. Er was dan ook geen geldige stuitingshandeling verricht, waardoor de bevoegdheid tot invordering was verjaard. Hierdoor loopt de gemeente € 50.000,- aan dwangsommen mis.

Wij zijn benieuwd of de Afdeling met deze uitspraak impliciet terug komt op haar uitspraak dat voor een geldige stuitingshandeling niet vereist is dat de wettelijke betalingstermijn van twee weken in de aanmaning is opgenomen. Daarnaast vragen wij ons af bij hoeveel bestuursorganen de aanmaningen voldoen aan de vormvereisten die de Afdeling daaraan stelt. Als dit niet het geval is de bevoegdheid tot invordering wellicht al lang en breed verjaard en hoeven overtreders niet te vrezen voor (succesvolle) dwanginvordering.

Het bericht  ‘Het lijkt (g)een aanmaning, dus het is (g)een aanmaning. Of toch niet‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Team

Related news

19.09.2019 NL law
De kloof tussen stad en platteland: gekraai om niets?

Short Reads - In Frankrijk werd het nieuws deze zomer deels beheerst door de juridische strijd over het matineuze gekraai van haan Maurice. Die zomer begon zowat in mei van dit jaar toen het echtpaar Biron een zaak aanhangig maakte bij de rechtbank in Rochefort vanwege overlast van hun buurhaan.

Read more

06.09.2019 NL law
Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

Short Reads - De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt de verplichting in om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat daaraan behoefte bestaat. Hiermee wordt beoogd leegstand en onnodige bebouwing te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Onlangs is over dit onderwerp een Kamerbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen naar aanleiding van onderzoek naar de werking van de Ladder voor woningbouw.

Read more

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

06.09.2019 NL law
Het Klimaatakkoord: sectortafel elektriciteit

Short Reads - Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. In het Klimaatakkoord is aan vijf sectortafels uitgewerkt op welke wijze Nederland uitvoering gaat geven aan de op internationaal niveau gemaakte klimaatafspraken. In dit blogbericht lichten wij toe wat de belangrijkste uitdagingen zijn voor de sectortafel elektriciteit en hoe de komende jaren aan die uitdagingen uitvoering wordt gegeven.   

Read more

18.09.2019 NL law
Consultatie herijking Grondwetsherzieningsprocedure: Tweede Kamer gekozen na eerste lezing moet tweede lezing afronden

Short Reads - Op 3 september 2019 is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel dat onduidelijkheden moet wegnemen over de tweede lezing van Grondwetsherzieningsvoorstellen. Kort gezegd komt het wetsvoorstel er op neer dat de Tweede Kamer die aansluitend op de eerste lezing wordt gekozen, de tweede lezing moet afronden. Gebeurt dat niet dan vervalt het voorstel van rechtswege. Daarmee borduurt de regering voort op haar eerdere Kamerbrief van 21 februari 2019 waarin zij haar visie over de procedure tot herziening van de Grondwet uit de doeken doet (Kamerstukken II 2018/19, 31 570, 35).

Read more

04.09.2019 NL law
De nieuwe coördinatieregeling in de Awb: wetsvoorstel ingediend!

Short Reads - Ruim een jaar na het sluiten van de internetconsultatie heeft de minister van Rechtsbescherming op 10 juli jl. het wetsvoorstel dat onder meer een algemene coördinatieregeling mogelijk maakt ingediend. In een eerder blogbericht is al ingegaan op de consultatieversie van dit wetsvoorstel en zijn daarmee de hoofdlijnen van de voorgestelde coördinatieregeling besproken. Wij grijpen de indiening van het wetsvoorstel aan om de ingekomen reacties op de internetconsultatie te bespreken alsmede de wijzigingen waartoe deze reacties hebben geleid.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring