Short Reads

Tijdig fouten melden in OV-aanbestedingen!

Tijdig fouten melden in OV-aanbestedingen!

Tijdig fouten melden in OV-aanbestedingen!

18.09.2014 NL law

Het gevecht tussen Veolia en Arriva over de OV-concessie voor West-Brabant is ten einde. Op 10 juli 2014 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (“CBb”) het beroep van Veolia ongegrond verklaard (CBb 10 juli 2014, ECLI:NL:2014:244). Veolia had beroep ingesteld tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (“GS”) om de Concessie alsnog te verlenen aan Arriva.

Het gevecht om deze concessie heeft wel iets nieuws opgeleverd. Nieuw is namelijk dat ook in OV-aanbestedingen van de inschrijvende vervoerder mag worden verwacht dat deze tijdig fouten meldt in de aanbestedingsdocumentatie. In dit geval ging het om een berekeningsformule die in de Nota van Inlichtingen was opgenomen en waartegen Veolia eerder niets had aangevoerd. Pas toen de concessie aan Arriva was gegund, voerde Veolia bij de rechter aan dat de berekeningsmethode onjuist was.

In de aanbestedingsleidraad van GS was opgenomen dat indien daarin onvolkomenheden staan, de inschrijver GS daarvan onverwijld schriftelijke op de hoogte moet stellen. Doet de inschrijver dat niet, dan verwerkt hij zijn recht om hiertegen later bezwaren te maken. Deze formule, die ook wel de Grossmannformule (naar het Grossmann-arrest (HvJ EG 16 oktober 2003, C-230/02)) wordt genoemd, is in het civiele aanbestedingsrecht gebruikelijk en werkt ook. Het opmerkelijke is dat een dergelijke formule nu ook in een bestuursrechtelijke procedure werkt.

Het verschil met een ‘normale’ aanbestedingsprocedure en een OV-aanbestedingsprocedure is namelijk groot. Een OV-aanbesteding leidt tot een concessie op grond van de Wet personenvervoer 2000 (“Wp 2000”). Die concessie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (“Awb”). Een dergelijk besluit is onderworpen aan een bestuursrechtelijke procedure die afwijkt van een civielrechtelijke procedure. Zo gelden er bij de aanbesteding van een OV-concessie geen Alcatel-termijnen omdat tegen een besluit tot het verlenen van een concessie binnen zes weken een bezwaarschriftprocedure moet worden gevolgd. Gedurende die termijn van zes weken moet de aanbestedende dienst met in achtneming van alle bezwaren de verlening van een concessie opnieuw beoordelen. Dat was overigens tussen Veolia en Arriva ook gebeurd. Eerst was de concessie verleend aan Veolia; na bezwaren van Arriva, was de concessie verleend aan Arriva.

Kenmerkend voor een bestuursrechtelijke procedure in een OV-concessie is dat alle bezwaren nog kunnen worden aangevoerd binnen de bezwaartermijn. Ook als een bezwaar niet eerder is gemeld. Een Grossmann-formule heeft dan ook strikt genomen geen effect. Een concept als ‘rechtsverwerking’ kent het bestuursrecht eigenlijk niet.

Met de uitspraak van het CBb is de Grossmann-formule nu ook in OV-aanbestedingen geïntroduceerd. Als een inschrijver niet tijdig zijn bezwaren meldt tegen onvolkomenheden in de aanbestedingsdocumentatie, moet hij er rekening mee houden dat hij later bij de verlening van de concessie aan een ander daartegen geen bezwaar meer kan maken.

Het hanteren van een Grossmann-formule bevordert het efficiënt procederen in aanbestedingen. Het voorkomt dat iemand een foutje in de aanbestedingsdocumentatie later bij een teleurstellende uitkomst van de procedure als ‘troefkaart’ achter de hand kan houden. Het is wel jammer dat het CBb niet wat uitgebreider heeft gemotiveerd waarom de Grossmann-formule nu ook in OV-aanbestedingen geldt. Het is daarom niet duidelijk of dit een principiële nieuwe lijn is of een ‘witte raaf’.

Een tweede aspect is dat uit de uitspraak van het CBb niet duidelijk volgt of de Grossmann-formule in OV-aanbestedingen verder gaat dan alleen onvolkomenheden of onjuistheden. Zouden juridische fouten en/of onrechtmatig handelen daaronder kunnen vallen? Als dat laatste het geval is, zou dat verstrekkend zijn.

In elk geval levert deze uitspraak een belangrijke les op voor zowel de aanbestedende diensten als inschrijvende vervoerders in OV-aanbestedingen. Aanbestedende diensten doen er verstandig aan om een Grossmann-formule in hun documentatie op te nemen, die niet alleen onvolkomenheden dekt, maar ook andere juridische aspecten. Inschrijvende vervoerders zullen nog meer dan voorheen de documentatie zorgvuldig moeten doornemen om te bezien of er geen onvolkomenheden of (juridische) onjuistheden in de documentatie aanwezig zijn. En zij zullen, zodra zij op een onvolkomenheid of een (juridische) onjuistheid stuiten, hierop richting aanbestedende dienst moeten reageren. Doen zij dat niet, dan lopen zij het risico dat zij later in het proces daartegen geen bezwaar meer kunnen maken.

Dit bericht verscheen ook als column in het tijdschrift Nederlands Vervoer – september 2014.

Related news

21.02.2020 NL law
Podcast: Data en financiële instellingen

Short Reads - In deze podcast praten Roderik Vrolijk en Frederiek Fernhout van Stibbe in Amsterdam en Joran Iedema van Stibbe StartsUP-deelnemer Dyme over Fintech, PSD2 en het gebruik van data door financiële instellingen. Aan de ene kant biedt nieuwe regelgeving zoals PSD2 nieuwe mogelijkheden, aan de andere kant neemt de regeldruk en het toezicht op bescherming van persoonsgegevens toe.

Read more

21.02.2020 NL law
Bankgarantie, ongerechtvaardigde verrijking en faillissement

Articles - Gertjan Boekraad schreef een annotatie bij een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 oktober 2019 over een schuldeiser die voor een failliet bedrijf een bankgarantie heeft doen stellen en voor de daaruit voortvloeiende vordering uit ongerechtvaardigde verrijking in verzet komt tegen de uitdelingslijst.  

Read more

21.02.2020 NL law
Mark up wetteksten Boek 2 BW

Short Reads - Sinds enkele jaren stelt Stibbe een uitgave beschikbaar waarin een mark up is opgenomen van Boek 2 BW, zoals dat luidt na (ongewijzigde) implementatie van recent in werking getreden wetten en lopende wetsvoorstellen. Stibbe verzorgt elk jaar een update van deze mark up.

Read more

14.02.2020 EU law
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring