Short Reads

Remedies tegen misbruik van bestuursrecht

Remedies tegen misbruik van bestuursrecht

Remedies tegen misbruik van bestuursrecht

22.09.2014 NL law

Het thema misbruik van bestuursrecht is hot. Dat is voor een belangrijk deel het gevolg van ergerniswekkende praktijken die veel aandacht in de media kregen. Zo verschenen er berichten over bedrijfjes die grote aantallen verzoeken indienen – meestal op grond van de Wet openbaarheid van bestuur – in de hoop dat daarop niet tijdig wordt gereageerd. Dan worden er namelijk dwangsommen verbeurd die per verzoek kunnen oplopen tot 1260 euro.

Daarnaast kent waarschijnlijk iedereen inmiddels de casus van de Dordtse beroepsklager. Hij verstuurt jaarlijks duizenden brieven naar de gemeente Dordrecht met als enige doel haar op (grote) kosten te jagen bij de afhandeling daarvan. Dit alles vanwege een eerder conflict over gedwongen verkoop van huizen.

Het huidige wettelijke kader biedt onvoldoende instrumenten om dergelijke oneigenlijke verzoeken het hoofd te bieden. Rechters doen wel pogingen daaraan een mouw te passen. Zo maakte de Afdeling bestuursrechtspraak uit dat bepaalde WOB-verzoeken die ‘verdekt’ werden gedaan formeel niet als zodanig kwalificeren en dus niet binnen de daarvoor voorgeschreven termijn hoeven te worden afgedaan (ABRvS 11 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1133). De Rotterdamse rechtbank importeerde het beginsel van misbruik van procesrechtelijke bevoegdheden naar het bestuursrecht en wordt daarin gevolgd door andere bestuursrechters (Rb. Rotterdam 12 december 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:10241). En de gemeente Dordrecht wist in de hiervoor geschetste casus de civiele rechter in het kader van een onrechtmatige daadactie op grond van een vergelijkbaar beginsel zelfs zover te krijgen een ‘verzoeken- en beroepenverbod’ op te leggen. Dit op straffe van forse dwangsommen (bevestigd door Hof ’s-Gravenhage 28 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:75). Onlangs is gebleken dat deze dwangsommen in het geheel niet het beoogde effect hebben, waarna de gemeente naar een ultiem middel heeft gegrepen om de naleving van het civielrechtelijke verbod af te dwingen: er is een verzoek tot gijzeling voor de duur van één jaar ingediend waarop de rechter dezer dagen moet beslissen. De Dordtse veelklager toonde zich daarvan echter evenmin onder de indruk en verklaarde dat hij in het huis van bewaring des te meer tijd zou hebben om zich aan zijn brievenschrijverij te wijden.

Ook de wetgever laat zich niet onbetuigd. Het meest concreet is een voorstel van minister Plasterk om de dwangsomregeling niet meer van toepassing te laten zijn op WOB-verzoeken. Verder is in het initiatiefvoorstel ‘Wet open overheid’ een antimisbruikbepaling opgenomen. Deze luidt: ‘Indien het bestuursorgaan aannemelijk maakt dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan het binnen twee weken nadat het bestuursorgaan daarvan is gebleken, besluiten het verzoek niet te behandelen’.

Het valt echter nog maar te bezien of dit de meest geschikte remedies tegen misbruik van bestuursrecht zijn. Het los knippen van de dwangsomregeling van de WOB heeft als nadeel dat de grote groep goeden onder een kleine groep kwaden moet lijden. En dit terwijl de dwangsomregeling juist in belangrijke mate heeft bijgedragen aan een tijdige behandeling van – meestal – serieuze WOB-verzoeken (vgl. Evaluatie van een drietal versnellingsinstrumenten uit de Awb, Den Haag 2013). Ook de civielrechtelijke aanpak zoals in de Dordtse casus kent de nodige nadelen. Daaronder het moeten volgen van een dagvaardingsprocedure en het feit dat als de betrokkene zich niets van de dwangsom of gijzeling aantrekt de wettelijke plicht om brieven te beantwoorden nog steeds geldt. Daar komt bij dat de dwangsommen en de gijzeling ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor betrokkene die niet altijd proportioneel zijn. Meer muziek zit er in de invoering van de geschetste wettelijke antimisbruikbepaling mits deze niet alleen voor de WOB zou gelden. Tegelijk heeft deze als nadeel dat een bestuursorgaan bevoegd wordt gemaakt om primair zelf te beslissen over een relatief zware beperking van een recht van burgers (vgl. Adequate rechtsbescherming bij grondrechtenbeperkend overheidsingrijpen, Deventer 2014). Daarmee ontstaat ook een misbruikrisico aan de zijde van de overheid. Daarbij lijkt een dergelijke bepaling minder geschikt bij structureel misbruik zoals in Dordrecht omdat steeds per verzoek moet worden beslist hetgeen tijdrovend is. Dat nadeel is ook aan de orde bij het door de bestuursrechter toepassen van het beginsel van misbruik van procesrecht, waar nog bij komt het bezwaar van het ontbreken van een wettelijke basis voor deze relatief zware ingreep in de rechten van burgers.

Gelet op het voorgaande is het zaak nog eens goed na te denken over de remedies tegen misbruik van bestuursrecht. De voorgenomen ontkoppeling van de dwangsom zou heroverwogen moeten worden. Voor incidenteel misbruik kunnen we toe met een algemene antimisbruikbepaling in de Algemene wet bestuursrecht waarbij het de rechter is die beslist of er sprake is van misbruik en dan ook bepaalt dat er geen dwangsommen worden verbeurd. Wanneer er sprake is van structureel misbruik zouden overheden de mogelijkheid moeten krijgen om aan de bestuursrechter een communicatieverbod te vragen. Wanneer dat wordt toegewezen, zijn zij voor een bepaalde periode ontheven van hun plicht om te reageren op van de desbetreffende persoon afkomstige verzoeken. Deze laatste kan de rechter na betaling van een substantieel griffierecht wel vragen het verbod op te heffen voor een concreet verzoek. Alleen wanneer het verzoek wordt gehonoreerd, wordt het griffierecht gerestitueerd. Met deze financiële drempel wordt de verplaatsing van het misbruikprobleem naar de rechter voorkomen. Aan het einde van de verbodsperiode wordt er door de rechter getoetst of er aanleiding bestaat het verbod al dan niet te continueren. Zo kan een gebalanceerd en toch effectief antimisbruiksysteem ontstaan. Dat is winst hoewel querulanten er natuurlijk niet door zullen verdwijnen.

Dit bericht is tevens gepubliceerd op NJBlog.

Related news

14.02.2020 EU law
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

12.02.2020 EU law
Dutch court rules that investors suffer investment loss in the market where securities are listed and traded

Short Reads - On 29 January 2020, the Rotterdam District Court ruled on the question of which laws are applicable to the tort claims brought by (former) Petrobras investors against Petrobras (ECLI:NL:RBROT:2020:614). The Court applied the main rule of EU Regulation Rome II (the “Rome II Regulation”), which stipulates that the law applicable to claims in tort is the law of the country in which the harm suffered by the victim as a result of the tort occurs.

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring