Short Reads

Gemeenteraad mag vereiste van verklaring van geen bedenkingen bij projectomgevingsvergunningen niet geheel uitsluiten

Gemeenteraad mag vereiste van verklaring van geen bedenkingen bij pro

Gemeenteraad mag vereiste van verklaring van geen bedenkingen bij projectomgevingsvergunningen niet geheel uitsluiten

26.09.2014 NL law

Regelmatig worden omgevingsvergunningen aangevraagd voor het afwijken van het bestemmingsplan waarvoor een goede ruimtelijke onderbouwing is vereist (art. 2.12 lid 1 onder 3° Wabo). Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het verlenen van zo’n omgevingsvergunning, maar voor het afwijken van het bestemmingsplan is wel een verklaring van geen bedenkingen nodig van de raad. Om de besluitvorming te vergemakkelijken kan de raad een categorie of categorieën van gevallen aanwijzen waarin een dergelijke verklaring niet is vereist (art. 6.5 lid 3 Bor).

Uit een recente uitspraak van de Afdeling van 27 augustus 2014 blijkt dat een besluit van de raad dat een verklaring van geen bedenkingen nooit is vereist, niet kan worden aangemerkt als een dergelijke aanwijzing van een categorie van gevallen (ECLI:NL:RVS:2014:3207). Kortom, de raad mag niet bepalen dat het college in alle gevallen over de omgevingsvergunning beslist zonder daarbij de raad te betrekken.

Casus

 In de uitspraak speelde de volgende situatie. Bij besluit van 7 maart 2013 had het college van de gemeente Smallingerland aan Bam Woningbouw Noord een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing/uitbreiding van een woongebouw in Drachten. Tegen deze uitspraak had een aantal appellanten beroep ingesteld. Het bouwplan was in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Drachten Noord-Oost”. Om het bouwplan niettemin mogelijk te maken had het college een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo. Appellanten betoogden dat het college niet bevoegd was de omgevingsvergunning te verlenen, nu de raad van de gemeente Smallingerland niet had verklaard tegen het project geen bedenkingen te hebben. Volgens appellanten had de raad geen categorieën gevallen, als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, van het Bor, aangewezen waarin een verklaring van geen bedenking niet is vereist.

Aanwijzing categorieën gevallen ex art. 6.5 lid 3 Bor

Ingevolge artikel 6.5, eerste lid van het Bor wordt, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die betrekking heeft op het gebruik in strijd met het bestemmingsplan (art. 2.1 lid 1 onder c Wabo), de omgevingsvergunning niet verleend dan nadat de raad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Het tweede lid bepaalt dat de verklaring slechts in het belang van een goede ruimtelijke ordening kan worden geweigerd. Ingevolge het derde lid kan de raad categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist. Deze bepaling bevat verder geen voorwaarden waaraan een dergelijke aanwijzing moet voldoen. De Afdeling heeft eerder overwogen (3 oktober 2012;ECLI:NL:RVS:2012:BX8983) dat artikel 6.5, derde lid, van het Bor geen vereisten bevat voor de aanwijzing en evenmin een beperking inhoudt voor de categorieën die opgenomen kunnen worden in de aanwijzing. In zoverre komt de raad veel beleidsvrijheid toe. Kennelijk is die echter niet onbegrensd, zoals hierna wordt toegelicht.

Uitspraak Afdeling

Wat had de gemeente Smallingerland nu gedaan? De raad had op 10 oktober 2010, vlak na de inwerkingtreding van de Wabo, een besluit genomen dat bepaalde dat indien een omgevingsvergunning wordt verleend voor afwijking van het bestemmingsplan (ex art. 2.12 lid 1 onder a, onder 3º Wabo), in geen enkel geval een verklaring van geen bedenkingen is vereist. De raad was dus in het geheel niet betrokken bij de verlening van dergelijke omgevingsvergunningen. Het college had naar dit besluit verwezen bij het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning aan Bam Woningbouw Noord. Anders dan de rechtbank, oordeelt de Afdeling in deze uitspraak dat een aanwijzing als hier aan de orde, in strijd is met artikel 6.5 van het Bor. Een besluit dat een verklaring van geen bedenkingen nooit is vereist, kan volgens de Afdeling niet worden aangemerkt als een aanwijzing van een categorie van gevallen als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, van het Bor. Daarnaast kan de bevoegdheid tot het maken van uitzonderingen als bedoeld in het derde lid van artikel 6.5 van het Bor naar zijn aard niet worden gebruikt om de hoofdregel, als neergelegd in het eerste lid van dit artikel, geheel te omzeilen, aldus de Afdeling.

De Afdeling concludeert dat het besluit van 5 oktober 2010, dat bepaalde dat in geen enkel geval een verklaringen van geen bedenkingen is vereist, onverbindend is. Om die reden was een verklaring van geen bedenkingen ingevolge artikel 6.5, eerste lid, van het Bor vereist. Nu de raad die niet had verleend, was het college niet bevoegd om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen. De Afdeling past de bestuurlijke lus toe en draagt het college op om het gebrek te herstellen door de raad alsnog te verzoeken om een verklaring van geen bedenkingen te geven.

Praktijk

Sinds de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010 is de mogelijkheid om categorieën gevallen aan te wijzen als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, van het Bor, op verschillende wijzen toegepast. Er zullen ongetwijfeld meer gemeenten zijn (geweest) waar de raad heeft besloten dat een verklaring van geen bedenkingen in geen geval vereist is. Voor die raden geldt dat zij er goed aan doen om alsnog categorieën gevallen aan te wijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. Anders lopen zij het risico alsnog in ieder individueel geval over een verklaring van geen bedenkingen te moeten beslissen. Voor de aanvrager van een omgevingsvergunning is het zaak om na te gaan voor welke gevallen al dan niet een verklaring van geen bedenkingen is vereist. Indien blijkt dat dat in geen geval nodig is, verdient het aanbeveling om het college erop te wijzen dat de raad een verklaring van geen bedenkingen zal moeten afgeven. Hoe eerder dat gebeurt, hoe beter, aangezien besluitvorming door de raad doorgaans meer tijd nodig heeft.

Related news

26.05.2020 NL law
De Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid - Meer mogelijkheden voor rechtspersonen tot het gebruik van elektronische communicatiemiddelen en het uitstellen van termijnen

Articles - Het Nederland van twee maanden geleden is niet het Nederland van nu. Vanwege de uitbraak van het coronavirus en de bestrijding daarvan heeft het Nederlandse kabinet diverse overheidsmaatregelen opgelegd om de volksgezondheid en de economie te beschermen. Zo wordt een beroep gedaan op Nederlanders om gepaste afstand van elkaar (circa anderhalve meter) te houden en zijn bijeenkomsten met meer dan 100 personen in heel Nederland niet langer mogelijk. 

Read more

22.05.2020 BE law
International Comparative Legal Guide to Restructuring & Insolvency 2020 - Belgium chapter

Articles - The Belgium Chapter of the International Comparative Legal Guide to Restructuring & Insolvency 2020 is online. The publication, authored by Paul Van der Putten and Pieter Wouters, covers common topics in restructuring and insolvency, including issues that arise when a company is in financial difficulties, restructuring options, insolvency procedures, tax, employees, and cross-border issues in 27 jurisdictions. 

Read more

21.05.2020 NL law
Stibbe 'Netherlands Tax Firm of the Year'.

Inside Stibbe - The International Tax Review has chosen our Amsterdam Tax team as 'Netherlands Tax Firm of the Year'. This is Stibbe's fourth recognition in recent years, after receiving this distinguished title in 2015, 2017 and 2019.

Read more

20.05.2020 NL law
Perpetual securities not considered equity for Dutch corporate income tax purposes

Short Reads - In a decision of Friday 15 May 2020, the Dutch Supreme Court confirmed that fixed-to-floating rate perpetual equity securities (“perpetual securities”) should not be considered a “participation loan” (deelnemerschapslening) for Dutch tax purposes. Under Dutch tax law, characterization of a debt instrument as a “participation loan” implies that such instrument is deemed equity for Dutch corporate income tax purposes. Characterization of the perpetual securities as a participation loan would have meant that the interest would have been regarded non-deductible dividend.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring