Short Reads

Relatief eenvoudig om een beroep op MER-plicht te doen?

Relatief eenvoudig om een beroep op MER-plicht te doen?

Relatief eenvoudig om een beroep op MER-plicht te doen?

30.10.2014 NL law

In hoeverre staat het relativiteitsvereiste eraan in de weg dat een belanghebbende een ruimtelijke ontwikkeling kan tegenhouden of vertragen door te stellen dat ten onrechte geen MER is uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan? Aan de hand van een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de “Afdeling“) wordt op deze vraag nader ingegaan.

Het relativiteitsvereiste

Sinds de inwerkingtreding van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht op 1 januari 2013 kent het Nederlandse bestuursrecht (artikel 8:69a Awb) het relativiteitsvereiste. Tot 1 januari 2013 gold ook een relativiteitseis in het bestuursrecht, maar slechts in die gevallen waar de Crisis- en herstelwet van toepassing was. Het relativiteitsvereiste komt erop neer dat het (hoger) beroep van een belanghebbende niet tot vernietiging van het aangevochten besluit kan leiden, indien de norm waarop de belanghebbende zich beroept, hem duidelijk niet beschermt in zijn belang.

De uitspraak

Op 1 oktober heeft de Afdeling een uitspraak gedaan over de verhouding tussen de MER-plicht in relatie tot het relativiteitsvereiste. Aanleiding was het besluit van de gemeenteraad van Bergen (NH) tot vaststelling van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied Zuid”. Het is een uitgebreide uitspraak; in dit blogbericht wordt alleen aandacht besteed aan de overwegingen van de Afdeling over de MER-plicht in relatie tot het relativiteitsvereiste.

Twee appellanten, een omwonende en een stichting met als doel de bescherming van cultuurhistorische waarden in en rond Bergen, hebben in hoger beroep aangevoerd dat ten onrechte geen plan-MER is gemaakt. Volgens appellanten is het niet uitgesloten dat de voorziene uitbreidingsmogelijkheden bij een veehouderij significante gevolgen kunnen hebben op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om die reden had de gemeenteraad een passende beoordeling moeten maken, en in het verlengde daarvan een plan-MER zoals bedoeld in artikel 7.2a Wet milieubeheer (“Wm“).

Volgens de gemeenteraad strekt de verplichting tot het maken van een plan-MER alleen ter bescherming van het milieu en niet tot bescherming van de individuele omwonenden; de gemeenteraad beroept zich op het relativiteitsvereiste

Het oordeel van de Afdeling

In een plan-MER dient het bevoegd gezag onder meer te beschrijven wat de gevolgen voor het milieu zijn van de voorgenomen ontwikkeling. Dit zijn volgens artikel 1.1, lid 2, sub a, Wm in ieder geval de gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden, alsmede van de relaties daartussen. De MER-plicht beoogt te voorzien in een hoog milieubeschermingsniveau en bij te dragen aan de integratie van milieuoverwegingen in de voorbereiding en vaststelling van ruimtelijke plannen, door ervoor te zorgen dat bepaalde plannen die aanzienlijke effecten op het milieu kunnen hebben aan een milieubeoordeling worden onderworpen.

Het belang van de omwonende is gelegen in het behoud van een goed woon- en leefklimaat. De stichting komt blijkens haar statuten op voor het behoud van de cultuurhistorische waarden in het landelijk gebied van de gemeente Bergen en aangrenzende gebieden in de buurgemeenten. Nu de plan-MER onder meer betrekking heeft op de gevolgen voor het fysieke milieu gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen en cultuurhistorische waarde, strekt de plicht tot het opstellen van een plan-MER ter bescherming van de belangen van zowel de omwonende als de stichting. Het relativiteitsvereiste kan appellanten niet worden tegengeworpen.

Afsluiting

De MER-plicht ziet in ieder geval niet louter op de bescherming van het algemeen belang. Zou dat wel het geval zijn geweest, dan was een beroep op de MER-plicht per definitie niet succesvol. De definitie van “gevolgen voor het milieu” uit artikel 1.1, lid 2, Wm biedt goede aanknopingspunten om vast te stellen welke belangen worden beschermd door de MER-plicht. De Afdeling gaat daar uitvoerig op in. Dit in tegenstelling tot twee eerdere uitspraken van de Afdeling, waarin zij eerst inhoudelijk oordeelde of sprake was van een MER-plicht (ECLI:NL:RVS:2013:2654 en ECLI:NL:RVS:2014:2408.

Het bericht ‘Relatief eenvoudig om een beroep op MER-plicht te doen?‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Related news

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

07.10.2021 NL law
Intrekking van natuurvergunningen en de praktijk: de stand van zaken en de rol van significantie van eventuele effecten

Short Reads - Onherroepelijke natuurvergunningen lijken anno 2021 geen rustig bezit meer te zijn. Bij provincies liggen op dit moment verzoeken voor om tot intrekking van (onherroepelijke) natuurvergunningen over te gaan. Intrekking zou een noodzakelijke passende maatregel zijn ter uitvoering van artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn. Jurisprudentie geeft inmiddels enige duidelijkheid. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en laat zien dat de nodige vragen onbeantwoord blijven. In dit blog bespreken wij de stand van zaken.

Read more

20.08.2021 NL law
Fasering toepasselijkheid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: de laag risico gebouwen van gevolgklasse 1 als start

Short Reads - Per 1 juli 2022 treedt naar verwachting de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking. Hiermee komt een nieuw stelsel voor kwaliteitsborging in de bouw. In onze eerdere blog schreven wij al hoe dit toekomstige stelsel van bouwtoezicht eruit zal gaan zien. De belangrijkste wijziging is dat voortaan een ‘private kwaliteitsborger’ de conformiteit met bouwtechnische voorschriften zal toetsen in plaats van het college van burgemeester en wethouders.

Read more

17.08.2021 NL law
Obstakelverlichting op windturbines, hoe zit het ook alweer?

Short Reads - Tot een aantal jaar geleden hadden veel windturbines 's avonds en 's nachts rood knipperende verlichting. Dat werd door omwonenden en passanten wel als circusverlichting ervaren. Deze klacht wordt nu minder gehoord, omdat het nu gebruikelijk is dat die verlichting vastbrandend is. Maar waarom hebben veel windturbines verlichting en welke eisen gelden? Dat zetten we in dit blogbericht uiteen.

Read more