Short Reads

Energiebesparing (bij supermarkten): individuele of branchebenadering

Energiebesparing (bij supermarkten): individuele of branchebenadering

Energiebesparing (bij supermarkten): individuele of branchebenadering

17.10.2014 NL law

Op 13 oktober 2014 deed de rechtbank Midden-Nederland een interessante uitspraak op een beroep dat wij namens supermarktketen Hoogvliet hadden ingesteld. In deze blog doen wij kort verslag en geven wij aan wat dit voor andere bedrijven en overheden kan betekenen.

Energiebesparing, BBT en branchebenadering

Energiebesparing is niet meer weg te denken uit het Nederlandse milieubeleid. Van bedrijven wordt op dit punt dan ook veel verwacht. Tegelijkertijd geldt, zoals zo vaak in het milieurecht, dat de te behalen milieuwinst wel in een redelijke verhouding moet staan tot de daarvoor benodigde investeringen. Als maatstaf geldt daarom dat het bedrijf ten minste de beste beschikbare technieken (BBT) moet toepassen. Deze worden doorgaans op brancheniveau vastgesteld. Volgens de rechtbank Midden-Nederland betekent dat niet dat iedere maatregel die op brancheniveau BBT is in een individueel geval kan worden afgedwongen ongeacht de concrete situatie. Het bevoegd gezag moet nagaan of een maatregel die als BBT voor een branche geldt ook in het concrete geval als BBT kan worden aangemerkt.

Wat was er in deze zaak aan de hand?

Hoogvliet is op grond van (artikel 2.15 van) het Activiteitenbesluit verplicht om in haar supermarktfiliaal energiebesparende maatregelen te treffen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder. Deze worden ook wel de zogenaamde rendabele maatregelen genoemd. Permanente afdekking van koelmeubelen (deuren) is een maatregel die voor de branche als rendabel en als BBT wordt aangemerkt. Deze maatregel wordt ook wel ‘dagafdekking‘ genoemd.

Het college van B&W van de gemeente Utrecht heeft handhavend opgetreden jegens Hoogvliet omdat Hoogvliet in een supermarktfiliaal in Utrecht geen dagafdekking heeft toegepast. Volgens het college van B&W van de gemeente Utrecht is er daarom sprake van een overtreding van het Activiteitenbesluit. Dat Hoogvliet een andere maatregel toepast (LESS: daarop gaan wij hierna nader in) waardoor het toepassen van dagafdekking niet meer een rendabele maatregel is, is volgens het college van B&W van de gemeente Utrecht niet van belang. Volgens het college van B&W van Utrecht moet de terugverdientijd van de maatregel op brancheniveau worden bezien, omdat de voorschriften van het Activiteitenbesluit waarborgen dat inrichtingen BBT toepassen. Het college van B&W van Utrecht ziet daarom geen ruimte om bij de berekening van de terugverdientijd bedrijfsspecifieke omstandigheden — zoals de aanwezigheid van het LESS-systeem — mee te wegen.

Voordat wij ingaan op het oordeel van de rechtbank Midden-Nederland hierover, gaan wij eerst in op een aantal elementen die van belang zijn voor een goed begrip van de uitspraak, te weten: de zogenaamde Infomillijst en de energiebesparende maatregel die Hoogvliet toepast in plaats van dagafdekking (LESS).

Infomillijst als “BBT” lijst: daarop staat onder meer permanente afdekking van koelmeubelen (deuren)

De vraag wat een rendabele maatregel is, laat zich niet in alle gevallen eenvoudig beantwoorden. Infomil biedt een hulpmiddel. Op de website van Infomil (hierna: ‘Infomillijst’) zijn maatregelen opgenomen die in elk geval als rendabele maatregel kwalificeren. De maatregelen zijn per branche op de Infomillijst opgenomen. Het voordeel van deze Infomillijst is dat een bedrijf niet zelf hoeft te onderzoeken wat voor die branche de rendabele maatregelen zijn. Aan de hand van de Infomillijst kan het bedrijf nagaan wat de rendabele maatregelen zijn. Zo stelt de Infomillijst voor energiebesparing voor een supermarkt dat ‘dagafdekking’  een rendabele maatregel is.

Ondanks het feit dat de wetgever de Infomillijst als ‘hulpmiddel’ aanmerkt, lijkt deze lijst voor bevoegde instanties, zoals het college van B&W van de gemeente Utrecht, de status van regelgeving te hebben. Bevoegde instanties treden namelijk handhavend op als niet alle maatregelen of andere maatregelen worden toegepast dan die op de Infomillijst zijn opgenomen. Bedrijven investeren daardoor uitsluitend in de maatregelen waarop wordt gehandhaafd. Daarnaast wordt het ontwikkelen van nieuwe technieken door de Infomillijst niet gestimuleerd.

Ook het college van B&W van de gemeente Utrecht heeft handhavend opgetreden jegens Hoogvliet omdat Hoogvliet in een supermarkt in Utrecht niet de maatregel toepast die op de Infomillijst is opgenomen als rendabel voor een supermarkt, namelijk dagafdekking.

Hoogvliet gebruikt LESS systeem

Hoogvliet gebruikt geen dagafdekking, maar LESS. Met LESS vindt – kort samengevat – warmteterugwinning plaats uit de restwarmte van koelmeubelen voor het verwarmen van het supermarktfiliaal, waardoor een CV-installatie overbodig is. Tevens wordt door het LESS systeem de energievraag van koelmeubelen beperkt vanwege een verlaging van de condensatietemperatuur.

Volgens de rechtbank mag bij de branchebenadering niet worden geabstraheerd van de concrete omstandigheden van het geval: de Infomillijst is een middel en geen doel op zich.

Volgens de rechtbank moet de vraag of een bepaalde techniek of energiebesparende maatregel als BBT is aan te merken worden beantwoord door middel van een branchebenadering. Dat betekent volgens de rechtbank echter niet dat iedere energiebesparende maatregel die op brancheniveau BBT is in een individueel geval kan worden afgedwongen ongeacht de concrete situatie. Of sprake is van een overtreding van deze bepaling moet volgens de rechtbank namelijk aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval worden beoordeeld. De vraag of een energiebesparende maatregel een terugverdientijd heeft van vijf jaar of minder moet voor de toepassing van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit voor de inrichting — en niet voor de branche —worden bepaald.

Dat betekent volgens de rechtbank dat het college van B&W niet voorbij had mogen gaan aan het standpunt van Hoogvliet dat in het supermarktfiliaal met het LESS-systeem maatregelen zijn doorgevoerd die een verdergaande energiebesparing opleveren dan op grond van de huidige BBT kan worden bereikt en dat de door het college van B&W vereiste dagafdekking ten koste gaat van de energiebesparing die met het LESS-systeem wordt behaald. Het college van B&W van Utrecht had de invloed van de aanwezigheid van het LESS-systeem in dit supermarkfiliaal op de terugverdientijd van de door hem verlangde maatregel niet buiten beschouwing mogen laten.

De rechtbank vernietigt het besluit van het college van B&W van de gemeente Utrecht en herroept het dwangsombesluit.

Relevantie voor bedrijven en overheden

Dat een branchebenadering moet worden toegepast, betekent aldus niet dat individuele omstandigheden niet meer van belang zijn. Dat is een les die uit deze uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland kan worden getrokken.

Voor overheden betekent dit dat zij niet zonder meer de maatregelen mogen opleggen die door de branche als BBT worden aangemerkt. Voor bedrijven betekent dit dat zij maatregelen kunnen toepassen die afwijken van maatregelen die voor de branche als BBT zijn aangemerkt, mits voldoende wordt onderbouwd waarom de betreffende maatregelen voor het bedrijf conform BBT zijn.

De uitspraak is hier na te lezen: rechtbank Midden-Nederland 10 oktober 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:4889. Ook gaven wij eerder een interview in het blad Distrifood over de hiervoor besproken kwestie. Het interview is hier te lezen.

Team

Related news

19.10.2018 EU law
EU top court on international jurisdiction in tort cases: localising pure financial loss, continued

Short Reads - On 12 September 2018, the Court of Justice of the European Union (CJEU) confirmed that in prospectus liability cases, a court can only assume international jurisdiction on the basis that the alleged damage consists of purely financial loss which occurred directly in an investor's bank account held with a bank established within its jurisdiction if additional specific circumstances also contribute to that court assuming jurisdiction.

Read more

18.10.2018 NL law
De rol van de accountant bij (de corporate governance verklaring in) het bestuursverslag van beursvennootschappen

Articles - Hoewel de corporate governance verklaring – ook al ten tijde van de omzetting van de Jaarrekeningrichtlijn – werd geacht onderdeel uit te maken van het bestuursverslag, werd de rol van de accountant bij de corporate governance verklaring met de omzetting van de Jaarrekeningrichtlijn niet aangepast aan de gewijzigde rol van de accountant bij (de overige onderdelen van) het bestuursverslag.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring