Short Reads

Geen vergunning van rechtswege in de Omgevingswet

Geen vergunning van rechtswege in de Omgevingswet

Geen vergunning van rechtswege in de Omgevingswet

05.11.2014 NL law

In de Omgevingswet zal niet langer worden voorzien in de mogelijkheid van een positieve beschikking bij niet tijdig beslissen (lex silencio positivo, ‘lsp’). Dat betekent dat wanneer het bevoegd gezag niet binnen de beslistermijn op een aanvraag om omgevingsvergunning beslist, er geen omgevingsvergunning van rechtswege meer zal worden verleend. De aanvrager zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen nog gebruik kunnen maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen om een stilzittend bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.

Huidige regeling

  • De lsp is voor het eerst in de wet opgenomen voor de bouwvergunning bij herziening van de Woningwet in 1992.
  • Sinds 2009 is de lsp als algemene regeling opgenomen in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb‘), ter implementatie van de Dienstenrichtlijn (richtlijn 2006/123/EG). In de Dienstenrichtlijn is voor de daargenoemde vergunningstelsels de verplichting opgenomen om de lsp van toepassing te laten zijn. De regeling in de Awb is in beginsel alleen van toepassing voor zover dat voor de afzonderlijke vergunningstelsels in de bijzondere wet is bepaald. In de Dienstenwet is daarom bepaald dat paragraaf 4.1.3.3 Awb altijd van toepassing is op vergunningen die onder de Dienstenwet vallen.
  • Sinds 1 oktober 2010 is in artikel 3.9, lid 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (‘Wabo‘) de algemene regeling van de lsp uit de Awb van toepassing verklaard op een omgevingsvergunning voor alle activiteiten waarvoor de reguliere voorbereidingsprocedure geldt (dus ook die niet onder de Dienstenrichtlijn vallen). Dit betekent dat een omgevingsvergunning van rechtswege wordt verleend indien het bestuursorgaan niet binnen de beslistermijn een besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning heeft genomen. Op een omgevingsvergunning voor activiteiten waarvoor de uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt is de lsp niet van toepassing.

Regeling in de Omgevingswet

In de toetsversie van de Omgevingswet was de lsp wel opgenomen. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State heeft de wetgever de toepassing van de lsp in de Omgevingswet echter heroverwogen. De Omgevingswet voorziet in een verbreding van de reguliere voorbereidingsprocedure over vrijwel de volle breedte van het omgevingsrecht. Hierdoor zou de lsp een veel breder toepassingsbereik krijgen dan nu het geval is en de Raad van State achtte dit onwenselijk. De wetgever heeft vervolgens besloten tot gehele afschaffing van de lsp voor de omgevingsvergunning. In artikel 16.62, lid 3, Omgevingswet zal daarom worden bepaald dat de lsp niet van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning. De redenen voor gehele afschaffing van de lsp in de Omgevingswet zullen hierna worden besproken.

Doelstelling wetgever

Eén van de doelen die de wetgever zich heeft gesteld voor de Omgevingswet is het versnellen van besluitvorming. Hoewel de wetgever de lsp als een belangrijk instrument voor de versnelling van besluitvorming ziet, brengt dit instrument volgens de wetgever complicaties met zich mee ten opzichte van een aantal beoogde vernieuwingen in de Omgevingswet. Als belangrijkste vernieuwingen worden in de memorie van toelichting bij de Omgevingswet de volgende genoemd:

(i)            de lsp past niet goed bij de ruimere afwegingsruimte die aan bestuursorganen voor de beoordeling van aanvragen om omgevingsvergunningen zal worden gegeven.

(ii)           verdergaande integratie van toestemmingen in de omgevingsvergunning in combinatie met verbreding van de toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure voor een groot deel van het omgevingsrecht. Als voor één van de activiteiten waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet op grond van Europees recht een voorafgaande beoordeling door het bevoegd gezag is vereist, moet op heel de omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing worden verklaard om te voorkomen dat de lsp eraan in de weg staat dat een voorafgaande beoordeling van de aanvraag plaatsvindt. Hierdoor duurt de besluitvorming onnodig lang. Door de lsp af te schaffen wordt ook voor activiteiten waarop de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is een voorafgaande beoordeling gewaarborgd.

(iii)             toepassing van de lsp levert problemen op bij de toedeling van functies aan locaties door Rijk en provincie. Deze toedeling vindt zoveel mogelijk plaats in het omgevingsplan, ter voorbereiding waarvan een belangenafweging plaatsvindt (zie hierover ook de blog van Jan van Oosten over het Omgevingspland.d. 15 oktober 2014). De belangen van de fysieke leefomgeving kunnen worden geschaad door een van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor een activiteit die afwijkt van het omgevingsplan omdat in dat geval in het geheel geen belangenafweging plaatsvindt.

(iv)             verschuiving van vergunningplicht naar algemene regels. Onder de omgevingsvergunningplicht zullen alleen nog de milieubelastende activiteiten worden ondergebracht met potentiële gevolgen voor het milieu die niet via algemene regels kunnen worden gereguleerd. De wetgever acht het wenselijk dat het bevoegd gezag voor die activiteiten iedere aanvraag afzonderlijk op risico’s voor het milieu kan beoordelen.

Het voordeel van het afschaffen van de lsp is volgens de wetgever dat een uniformering kan worden doorgevoerd. Daar waar nu verschillende regelingen gelden voor de reguliere en de uitgebreide voorbereidingsprocedure zal in de Omgevingswet voor zowel de reguliere als de uitgebreide voorbereidingsprocedure de in de Awb opgenomen regeling voor dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van toepassing zijn als instrument om besluitvorming te versnellen.

Dienstenrichtlijn

In de omgevingsvergunning worden toestemmingen voor activiteiten geïntegreerd die deels onder de dienstenrichtlijn vallen en deels ook niet. Voor die activiteiten die onder de Dienstenrichtlijn vallen is de lsp verplicht, behoudens dwingende redenen van algemeen belang (waaronder begrepen belangen van derden) of strijdigheid met het overige Europees recht. De wetgever stelt dat de volgende dwingende redenen van algemeen belang aanleiding geven tot een uitzondering van de verplichting in de Dienstenrichtlijn:

  • onaanvaardbare maatschappelijke risico’s;
  • onherstelbare schade aan de fysieke leefomgeving;
  • onaanvaardbare risico’s voor het milieu;
  • onherstelbare schade aan het milieu;
  • onaanvaardbare effecten voor openbare veiligheid en volksgezondheid;
  • het belang van waterveiligheid en waterkwaliteit.

Het alternatief: de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

Na afschaffing van de lsp is zoals gezegd de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen het aangewezen instrument om een bestuursorgaan tot beslissen te manen indien niet tijdig op een aanvraag om omgevingsvergunning is beslist. De regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is opgenomen in paragraaf 4.1.3.2 en afdeling 8.2.4a van de Awb.

In het geval dat een bestuursorgaan niet binnen de daarvoor geldende termijn op een aanvraag beslist, dan is het bestuursorgaan op grond van artikel 4:17 Awb een dwangsom verschuldigd vanaf twee weken nadat (a) de beslistermijn is verstreken; en (b) het bestuursorgaan een ingebrekestelling heeft ontvangen van de aanvrager. Het bestuursorgaan zal vervolgens voor elke dag dat het in gebreke is, met een maximum van 42 dagen, een dwangsom verbeuren. De hoogte van de dwangsom is vastgelegd in artikel 4:17, lid 2, Awb en is maximaal € 40,- per dag. Het bestuursorgaan moet de verschuldigdheid en de hoogte van de totale verbeurde dwangsom bij beschikking vaststellen binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was.

Als ondanks een ingebrekestelling na twee weken alsnog niet tijdig is beslist kan de aanvrager ook rechtstreeks beroep instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:55b Awb. Er hoeft dus niet eerst een bezwaarschrift te worden ingediend. De bestuursrechter moet binnen acht weken (zonder zitting met toepassing van artikel 8:54 Awb) of binnen dertien weken (met zitting, zo mogelijk met toepassing van artikel 8:52 Awb) nadat het beroepschrift is ontvangen uitspraak doen. Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt. Op verzoek van de aanvrager kan de bestuursrechter bij gegrondverklaring van het beroep in zijn uitspraak de hoogte van de verbeurde dwangsom vaststellen.

De regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen biedt een instrument om het bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen. De regeling heeft daarmee een ander karakter dan de lsp. Met de lsp wordt een instrument geboden dat de besluitvorming  door het bestuursorgaan vervangt voor dat specifieke geval.

Conclusie

De afschaffing van de lsp zal leiden tot een uniformering van de procedures die van toepassing zijn op de voorbereiding van omgevingsvergunningen. Door het afschaffen van de lsp wordt voor alle omgevingsvergunningaanvragen een voorafgaande beoordeling geborgd. Hierdoor wordt volgens de wetgever meer duidelijkheid en rechtszekerheid geboden over wat wel en wat niet is toegestaan. Daarnaast wordt voorkomen dat in het geval achteraf de constatering wordt gedaan dat een verkeerde procedure is gevolgd, een vergunning van rechtswege met terugwerkende kracht wordt verleend (zie hierover een eerdere blog d.d. 19 december 2013 over ABRvS 9 oktober 2013ECLI:NL:RVS:2014:1465).

De keerzijde van afschaffing van de lsp is dat de aanvrager afhankelijk blijft van de voortvarendheid van het bestuursorgaan. Vanuit praktisch oogpunt is de aanvrager bij toepassing van de lsp meteen geholpen doordat hij een vergunning van rechtswege krijgt die meteen gebruikt kan worden (behoudens schorsing door bezwaar of beroep). Bij toepassing van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen zal resultaat langer uitblijven indien het bestuur blijft verzaken en een procedure tegen niet tijdig beslissen bij de bestuursrechter moet worden gestart. Zeker voor relatief simpele aanvragen kan dit een aanzienlijke verzwaring van de procedure betekenen.

Dit is een blog in een serie over de Omgevingswet. Tot het einde van het jaar kunt u meer blogs over de Omgevingswet lezen op www.stibbeblog.nl. Een overzicht van alle blogberichten kunt u ook vinden op www.pgomgevingswet.nl (onder documenten).

Het bericht ‘Geen vergunning van rechtswege in de Omgevingswet‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Team

Related news

10.10.2018 NL law
Ongevraagd advies Raad van State: normering van geautomatiseerde overheidsbesluitvorming

Short Reads - Op 31 augustus 2018 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: "Afdeling advisering") een 'Ongevraagd advies over de effecten van de digitalisering voor de rechtsstatelijke verhoudingen' betreffende de positie en de bescherming van de burger tegen een "iOverheid" uitgebracht. Het gebeurt niet vaak dat de Afdeling advisering zo een ongevraagd advies uitbrengt. Dit onderstreept het belang van de voortdurend in ontwikkeling zijnde technologie en digitalisering in relatie tot de verhouding tussen de overheid en de maatschappij.

Read more

15.10.2018 BE law
Gestion et traçabilité des terres en Wallonie. Nouvel arrêté du gouvernement.

Articles - Dans la continuité de l'adoption, le 1er mars 2018, du décret relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, le Gouvernement wallon a mis en place un certain nombre de mesures relatives à la gestion et à la traçabilité des terres en Wallonie. Ces mesures entreront en vigueur le 1er novembre 2019 (et partiellement le 1er septembre 2018).

Read more

08.10.2018 NL law
Een nieuw VN-verdrag met al bestaande verplichtingen over mensenrechten en bedrijfsleven?

Short Reads - Na een langdurig onderhandelingsproces is op 19 juni 2018 een eerste conceptversie van een  VN-verdrag over mensenrechten en bedrijfsleven bekendgemaakt. Dit verdrag staat in het teken van een nieuwe benadering van de relatie tussen de plicht van Staten om mensenrechten te beschermen en de verantwoordelijkheid van bedrijven om specifiek ten aanzien van mensenrechten maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Vraag is echter of er juridisch veel nieuws onder de zon is.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring