Short Reads

Cbp: Uitzendbureaus schenden privacy uitzendkrachten

Cbp: Uitzendbureaus schenden privacy uitzendkrachten

Cbp: Uitzendbureaus schenden privacy uitzendkrachten

27.11.2014 NL law

Elk jaar formuleert het College bescherming persoonsgegevens (“Cbp“) een aantal speerpunten waarop het zich, mede gelet op zijn beperkte capaciteit, richt. Zowel in 2013 als 2014 is de bescherming van de privacy binnen de arbeidsrelatie als speerpunt aangemerkt. 

Gelet op de financiële afhankelijkheidsrelatie tussen werkgever en werknemers en de toenemende druk die als gevolg van de economische crisis op werknemers rust, verkeert de werknemer ten aanzien van het beschermen van zijn privacy in een kwetsbare positie. Het Cbp heeft diverse signalen ontvangen dat uitzendbureaus de privacy van uitzendkrachten schenden. In een uitzendrelatie fungeert het uitzendbureau als werkgever van de uitzendkracht. Het Cbp heeft om deze redenen besloten om bij twee grote uitzendbureaus een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp“).

Controle identiteit

Uit de onderzoeken is naar voren gekomen dat de uitzendbureaus volgens het Cbp op diverse punten de wet overtreden. Zo worden onder meer kopieën van ID-bewijzen gemaakt zodra een uitzendkracht zich inschrijft bij een uitzendbureau en worden deze kopieën gedeeld met potentiële opdrachtgevers. Het maken van een kopie van een ID-bewijs is alleen toegestaan als hiervoor een wettelijke grondslag bestaat, bijvoorbeeld op grond van de Wet op de loonbelasting of de Wet arbeid vreemdelingen of wanneer dit noodzakelijk is ter uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene. De achtergrond hiervan is dat het rondzwerven van kopietjes van ID-bewijzen kan leiden tot identiteitsfraude. Ook bevatten ‘kopietjes paspoort’ gegevens over iemands ras en nationaliteit waarbij het (vroegtijdig) delen van deze informatie kan leiden tot discriminatie. Daarnaast leidt dit ertoe dat zonder wettelijke grondslag het Burger Service Nummer (“BSN“) van de uitzendkracht wordt verwerkt. Zolang iemand nog niet daadwerkelijk aan de slag is voor het uitzendbureau, kan geen beroep worden gedaan op een van de voornoemde uitzonderingen. De wettelijke verplichtingen om een kopie van een ID-bewijs en het BSN te verwerken ontstaan namelijk pas op het moment dat iemand daadwerkelijk aan de slag gaat voor het uitzendbureau. Daarmee zal het ook dan pas noodzakelijk zijn om deze gegevens, mede gelet op het uitvoeren van de uitzendovereenkomst met de betrokkene, te verwerken.

De voor de uitzendbureaus noodzakelijke controle van iemands identiteit tijdens het selectieproces, kan wel op rechtmatige wijze plaatsvinden door de uitzendkracht zijn of haar ID-bewijs te laten tonen en dit door de intercedent te laten controleren. De uitzendbureaus kunnen zich in deze zienswijze van het Cbp niet vinden: zij vinden de werkwijze onpraktisch en zijn bang voor persoonsverwisselingen, juist omdat uitzendkrachten vaak meerdere intercedenten spreken.

Verzuimregistratie

Het Cbp constateerde daarnaast dat beide uitzendbureaus te veel gegevens over uitzendkrachten die zich ziek melden, verwerken. De uitzendbureaus noteren namelijk de aard en de oorzaak van de ziekte. Dat is niet toegestaan. In lijn met de eerdere onderzoeken naar het verwerken van gegevens van zieke werknemers door verzuimbureaus en arbodienstverleners, oordeelt het Cbp dat uitzendbureaus alleen mogen noteren dat iemand ziek is en in welke mate hij/zij arbeidsongeschikt is. Daarbij geldt dat dit alleen mag indien dat noodzakelijk is voor de re-integratie of de begeleiding van de werknemer in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid of om aan wettelijke verplichtingen te voldoen.

Strafrechtelijke antecedenten

Uitzendbureaus willen voor bepaalde functies ook mensen kunnen screenen op hun strafrechtelijke verleden. Op grond van de Wbp is het verwerken van strafrechtelijke gegevens in beginsel echter verboden, tenzij een beroep kan worden gedaan op een wettelijke uitzondering. In de praktijk wordt vaak gewerkt met een Verklaring Omtrent het Gedrag (“VOG“). Deze bevat geen informatie over de mogelijke veroordelingen van een persoon. Omdat de aanvraag van een VOG enige tijd in beslag kan nemen, vragen de uitzendbureaus aan de uitzendkrachten onder meer om een zogenaamde ‘Eigen Verklaring’ in te vullen, waarop zij zelf aangeven of zij wel of geen strafbare feiten hebben begaan. Indien de uitzendkrachten strafrechtelijke feiten via deze verklaring melden, is er sprake van de verwerking van strafrechtelijke gegevens. Deze verklaring wordt ook met opdrachtgevers van het uitzendbureau gedeeld. De uitzendbureaus stellen zich onder meer op het standpunt dat dit is toegestaan omdat zij hiervoor toestemming vragen aan de uitzendkracht. Volgens het Cbp gaat een beroep op toestemming echter niet op: om een geslaagd beroep op de uitzonderingsgrond van toestemming te kunnen doen, moet deze toestemming vrijelijk worden gegeven. Nu de uitzendkracht zich in een afhankelijkheidsrelatie t.o.v. het uitzendbureau bevindt, zal van een dergelijke vrije toestemming geen sprake zijn.

Religieuze symbolen

Een van de uitzendbureaus noteerde soms ook het feit dat een uitzendkracht een hoofddoek droeg. Het is in beginsel verboden om dergelijke informatie te verwerken, juist omdat dit kan leiden tot discriminatie op grond van godsdienst of levensovertuiging. Er bestaat geen wettelijke uitzondering die het voor de uitzendbureaus mogelijk maakt om deze gegevens alsnog te verwerken.

Bewaartermijn en follow up

Tot slot bleek dat de uitzendbureaus de gegevens van de uitzendkrachten veel te lang bewaarden. Op grond van de Wbp mogen persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan dat dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld om aan wettelijke bewaarplichten te voldoen. De gegevens werden echter in bepaalde gevallen maar liefst 24 (!) jaar bewaard.

Voor bedrijven en overheden blijft de praktische uitwerking van de verplichtingen van de Wbp waaraan zij als werkgever moeten voldoen, vaak een struikelblok. Het Cbp heeft daarom begin 2014 diverse do’s en don’ts gepubliceerd waarin op begrijpelijke wijze uitleg wordt gegeven over de omgang met de privacy van de werknemer op de werkvloer. Ten aanzien van het verwerken van kopieën van identiteitsbewijzen verschenen al eerder nuttige richtsnoeren.

De onderzochte uitzendbureaus hebben inmiddels beterschap beloofd en hebben hun werkwijze aangepast of zijn hiermee bezig. Het Cbp houdt de komende tijd de vinger aan de pols: indien de overtredingen niet worden beëindigd kan het Cbp besluiten om handhavende maatregelen te nemen, zoals het opleggen van een last onder dwangsom. Voor de uitzendbureaus geldt daarom: werk aan de winkel!

Het bericht ‘Cbp: Uitzendbureaus schenden privacy uitzendkrachten‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Related news

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

11.10.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Maar in tegenstelling tot de rechtbanken van Amsterdam en Limburg, oordeelde de Afdeling ook dat een uitzondering hierop kan worden gemaakt. 

Read more

14.10.2019 NL law
Kamerdebat over digitalisering van de overheid: aandacht voor bescherming burger vereist

Short Reads - Op 24 september 2019 zijn er vier moties in stemming gebracht én aangenomen door de Tweede Kamer. De moties hebben als gemeenschappelijke deler dat ze in het teken staan van de steeds groter wordende digitalisering bij de overheid. Het achterliggende doel van de moties is dat de burger voldoende beschermd moet worden tegen deze digitalisering.

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Articles - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring