Short Reads

Uitwerkingsmogelijkheid in bestemmingsplan dient te worden betrokken bij planschadevergelijking

Uitwerkingsmogelijkheid in bestemmingsplan dient te worden betrokken

Uitwerkingsmogelijkheid in bestemmingsplan dient te worden betrokken bij planschadevergelijking

04.03.2014 NL law

In haar uitspraak van 4 december 2013 buigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich over de vraag of, en zo ja in hoeverre, de mogelijkheden van een nog uit te werken bestemming (in het nieuwe bestemmingsplan) bij een planvergelijking moeten worden betrokken. De Afdeling beantwoordt deze vraag bevestigend.

Uitspraak van 4 december 2013: (ECLI:NL:RVS:2013:2232)

In een planvergelijking wordt onderzocht of de aanvrager van planschade als gevolg van de desbetreffende wijziging van het planologische regime in een nadeliger positie is komen te verkeren en ten gevolge daarvan schade lijdt of zal lijden. Hiertoe dient het planologisch regime na de wijziging, waarvan gesteld wordt dat deze planschade heeft veroorzaakt, te worden vergeleken met het oude planologisch regime.

De Afdeling oordeelt in deze uitspraak dat de Wro in artikel 3.6 een uitwerkingsplicht bevat, dus dat het vaststellen van een uitwerkingsplan niet slechts een toekomstige onzekere gebeurtenis inhoudt. Dit heeft tot gevolg dat de uit te werken bestemming wél moet worden betrokken bij de raming van planschade. De Afdeling oordeelde eerder al op gelijke wijze in een uitspraak van 17 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7707). Deze uitspraken verschillen daarmee van de jurisprudentie over dit vraagstuk op basis van het wettelijk kader dat vóór de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) vigeerde.

Interessant is dat de rechtbank Utrecht tot een ander oordeel kwam in deze zaak (Rb. Utrecht 4 december 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY4984). De rechtbank baseerde dit oordeel mede op de Memorie van Toelichting bij artikel 6.1, lid 6, Wro dat op 25 april 2013 in werking trad. Dit artikel bepaalt dat schade als gevolg van een bepaling als bedoeld in artikel 3.3 Wro (aanlegvergunningstelsel) of artikel 3.6, eerste lid, onder c Wro (omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan), of artikel 3.38, derde of vierde lid, Wro (omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van de beheersverordening) eerst wordt vastgesteld op grond van een krachtens die bepalingen genomen besluit. Hoewel deze bepaling niet ingaat op de uitwerkingsmogelijkheid ex artikel 3.6, lid 1 onder b Wro, zegt de Memorie van Toelichting daarbij– kort gezegd – dat pas schade kan worden vastgesteld als er is uitgewerkt. Mede op basis daarvan concludeerde de rechtbank dat – in geval van een niet-uitgewerkte bestemming – bij de planschadebeoordeling géén rekening moet worden gehouden met een maximale invulling van de uitwerkingsregels. Dit staat dus haaks op de door de Afdeling ingezette lijn in haar uitspraak van 17 april 2013.

De Afdeling oordeelt hierover dat artikel 6.1, lid 6, Wro nog niet van toepassing was op het moment dat het bestemmingsplan werd vastgesteld, zodat de rechtszekerheid zich verzet tegen het oordeel dat de uit te werken bestemming niet tot een tegemoetkoming in de planschade kan leiden. De Afdeling gaat dus helaas niet in op de vraag of door de inwerkingtreding van lid 6 van artikel 6.1 Wro, voor bestemmingsplannen die vastgesteld zijn na 25 april 2013, de uit te werken bestemming niet meer moet worden betrokken bij de raming van planschade bij de vaststelling van het moederplan, maar pas bij de vaststelling van het uitwerkingsplan. Het is dus de vraag of de Afdeling het oordeel van de rechtbank zal volgen of haar eigen lijn zal voortzetten. Voor beide is wat te zeggen. Van belang is namelijk dat het nieuwe zesde lid een aantal schadeoorzaken expliciet noemt. Het uitwerkingsplan wordt niet in dit lid genoemd. Dat betekent dat de lijn van de Afdeling – zoals blijkt uit deze uitspraak – niet in strijd is met de tekst van artikel 6.1 lid 6 Wro. De rechtbank legt echter de nadruk op de bedoeling van artikel 6.1 Wro, zoals deze blijkt uit de Memorie van Toelichting waarin wordt gesteld dat pas schade kan worden vastgesteld als er is uitgewerkt. Het is afwachten wat de Afdeling gaat oordelen. Wordt dus vervolgd…

Related news

25.10.2019 NL law
Verzilting en de Omgevingswet: een gemiste kans?

Short Reads - Verzilting – de stijging van de zoutconcentratie in het grondwater en oppervlaktewater – klinkt voor de meeste Nederlanders als een probleem voor verre landen met hoge temperaturen en weinig regenval. De droge zomer van 2018 heeft ons echter herinnerd aan het feit dat onze bodem reeds hoge concentraties van zout bevat. Dit kan bij gebrek aan regenwater en ander zoet water grote schade tot gevolg hebben.

Read more

08.11.2019 BE law
Interview with Wouter Ghijsels on Next Gen lawyers

Articles - Stibbe’s managing partner Wouter Ghijsels shares his insights on the next generation of lawyers and the future of the legal profession at the occasion of the Leaders Meeting Paris where Belgian business leaders, politicians and inspiring people from the cultural and academic world will discuss this year's central theme "The Next Gen".

Read more

21.10.2019 NL law
Omgevingsvergunning – beslistermijn, inwerkingtreding en onherroepelijkheid (FAQ)

Short Reads - Voor veel activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving is een omgevingsvergunning nodig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Bedrijven die dergelijke activiteiten willen ondernemen moeten dus een vergunning aanvragen. Het is niet altijd duidelijk welke procedure moet worden gevolgd, hoelang de procedure zal gaan duren en wanneer de vergunning gebruikt kan worden of onherroepelijk is.

Read more

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

18.10.2019 NL law
The European Services Directive after Appingedam

Seminar - Stibbe, together with Bureau Stedelijke Planning, is organising a seminar on 5 November on the most recent relevant case law following the Appingedam case. Three months after the final judgment, additional case law from the Council of State has been published concerning the significance of the Services Directive for branching rules and other restrictions on establishment. On 10 October, guidelines titled 'How to deal with the Services Directive in spatial retail policy' will also be published.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring