Articles

Wijzigingswet financiële markten 2015

Wijzigingswet financiële markten 2015

Wijzigingswet financiële markten 2015

01.07.2014 NL law

Op 10 april 2014 is het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2015 ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wet maakt onderdeel uit van de jaarlijkse wijzigingscyclus van nationale regelgeving op het terrein van de financiële markten. Wat ondernemingsrechtelijke aspecten betreft wordt voorgesteld om artikel 5:25p van de Wet op het financieel toezicht (‘Wft’) over de taal van de jaarlijkse financiële verslaggeving te wijzigen. Ook worden de regels voor concernfinancieringsmaatschappijen aangescherpt. Deze wijzigingen zijn voorzien voor 1 januari 2015. 

Voor beursvennootschappen waarvan effecten zijn toegelaten tot een gereglementeerde markt en waarvan Nederland lidstaat van herkomst is kan er onduidelijkheid bestaan over de vraag in welke taal de jaarrekening en het jaarverslag moeten worden opgesteld. Op grond van Boek 2 BW moeten rechtspersonen de jaarrekening en het jaarverslag opstellen in de Nederlandse taal (de algemene vergadering kan besluiten tot een andere taal) en kunnen deze deponeren in de Nederlandse, Engelse, Franse of Duitse taal. Artikel 5:25p Wft bepaalt echter dat beursvennootschappen gereglementeerde informatie – waaronder de jaarrekening en het jaarverslag – in de Nederlandse of Engelse taal algemeen verkrijgbaar moeten stellen. Deze taalopties komen dus niet overeen. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt in de Wijzigingswet voorgesteld dat de taalopties uit Boek 2 BW niet langer van toepassing zullen zijn op gereglementeerde informatie als bedoeld in de Wft.

Veel internationale concerns financieren hun groepsactiviteiten via een speciaal daartoe opgerichte Nederlandse financieringsmaatschappij (een zogenaamde ‘concernfinancieringsmaatschappij’). Deze concernfinancieringsmaatschappij trekt gelden aan van buiten het concern en leent de aldus aangetrokken gelden vervolgens weer door binnen het concern. Het lenen van geld van het publiek om dat vervolgens weer uit te lenen mag echter uitsluitend met een bankvergunning van De Nederlandsche Bank. Concernfinancieringsmaatschappijen kunnen echter een beroep doen op een uitzondering indien zij voldoen aan bepaalde voorwaarden. In de Wijzigingswet wordt voorgesteld om deze uitzondering aan te scherpen om oneigenlijk gebruik daarvan tegen te gaan.

Voorgesteld wordt dat concernfinancieringsmaatschappijen die onderdeel zijn van een “bancair concern” niet langer van de uitzondering voor financieringsmaatschappijen gebruik kunnen maken. Onder “bancair concern” wordt verstaan een concern dat als hoofdactiviteit heeft het uitoefenen van het bedrijf van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen buiten het concern. De uitzondering is wel van toepassing indien de moedermaatschappij of de groepsmaatschappij bij wie de concernfinancieringsmaatschappij de gelden uitzet (en die op haar beurt weer de gelden uitzet), een bankvergunning heeft. Verder verduidelijkt de wet dat de moedermaatschappij te allen tijde de verplichte garantie die zij heeft afgegeven aan de concernfinancieringsmaatschappij of de verplichtingen die volgen uit de keep well agreement met de concernfinancieringsmaatschappij moet kunnen nakomen. De concernfinancieringsmaatschappij zelf moet doorlopend kunnen aantonen dat zij aan de verschillende uitzonderingsvoorwaarden voldoet.

Team

Related news

27.07.2022 NL law
Registratie UBO's in het UBO-register: terugmelding, handhaving en sanctionering

Short Reads - Vennootschappen en andere juridische entiteiten hadden tot 27 maart 2022 voor de registratie van hun UBO’s (ultimate beneficial owners) bij het Nederlandse UBO-register. Het voldoen aan de UBO-registratie blijft actueel. Het overtreden van bepalingen betreffende de UBO-registratie kan terugmeldingen, handhaving en sanctionering tot gevolg hebben.

Read more

21.07.2022 NL law
Dutch Supreme Court decides against the pledgeability of non-transferable claims

Articles - Lawyers occasionally wonder how the law ended up as it is. We had that experience after the Dutch Supreme Court’s decision of 1 July 2022 (Rabobank/Ten Berge q.q.; ECLI:NL:HR:2022:984), regarding the possibility or impossibility of pledging a claim. The Supreme Court decided that claims that have been made non-transferable under property law in a contractual agreement between a creditor and a debtor, cannot be pledged either.

Read more