Articles

Wet Markt en Overheid nu ook van toepassing op bestaande economische activiteiten

Wet Markt en Overheid nu ook van toepassing op bestaande economische activiteiten

Wet Markt en Overheid nu ook van toepassing op bestaande economische activiteiten

02.07.2014 NL law

Als overheden commerciële activiteiten verrichten, begeven zij zich op het speelveld van ondernemers. Vanuit hun publieke functie beschikken zij mogelijk over concurrentievoordelen. Zo zouden overheden, dankzij hun financiële reserves, aantrekkelijkere tarieven kunnen berekenen aan de consument. Ook zouden zij gebruik kunnen maken van gegevens waar particuliere ondernemingen geen toegang toe hebben. Dergelijke voordelen kunnen leiden tot concurrentievervalsing tussen de op de markt opererende overheden en particuliere ondernemers.

De Wet Markt en Overheid (WMO) heeft als doel oneerlijke concurrentie van overheden en overheidsbedrijven tegen te gaan. Overheidsbedrijven zijn ondernemingen waarvan een overheid het beleid kan bepalen of waarin zij aandelen houdt. De WMO trad in werking op 1 juli 2012 maar gold tot 1 juli 2014 nog niet voor economische activiteiten die al door overheden werden verricht.

Overheden en overheidsbedrijven moeten zich aan vier gedragsregels houden wanneer zij concurreren met particuliere ondernemers:

  • Integrale kostendoorberekening

Soms maken overheden dezelfde soort producten, of leveren zij dezelfde soort diensten, als particuliere ondernemingen. In dat geval dient de overheid of het overheidsbedrijf de volledige kosten van de productie of dienstverlening door te berekenen aan de consument. Zo moet een gemeentelijke plantsoenendienst die ook hoveniersdiensten aanbiedt aan particulieren, alle kosten die daarbij worden gemaakt in rekening brengen bij zijn klanten.

  • Verbod bevoordeling van overheidsbedrijven

Overheden mogen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven andere ondernemingen. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer overheidsbedrijven goedkoop gebruik kunnen maken van ruimten die beschikbaar worden gesteld door de gemeente of wanneer overheidsbedrijven onder gunstige voorwaarden geld kunnen lenen van de overheid.

  • Gegevensgebruik

Vaak beschikt een overheid over informatie die particuliere ondernemers niet hebben. Die gegevens mag zij niet gebruiken bij haar economische activiteiten, tenzij de informatie ook aan particuliere ondernemingen wordt verstrekt. Zo hebben overheden toegang tot de gemeentelijke basisadministratie of het Kadaster. Overheidsbedrijven mogen geen gebruik maken van deze gegevens tenzij deze ook onder dezelfde voorwaarden aan niet-overheidsbedrijven beschikbaar worden gesteld.

  • Functiescheiding

Personen die betrokken zijn bij de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden mogen niet betrokken zijn bij economische activiteiten die daar enig verband mee houden. Neem het geval waarin als onderdeel van een vergunningverleningstraject een bodemonderzoek moet worden ingediend. Indien de betrokken overheid tegen betaling bodemonderzoeken uitvoert voor particulieren, mogen de bij de vergunningverlening betrokken ambtenaren niet tevens betrokken zijn bij het tegen betaling uitvoeren van bodemonderzoeken.

De WMO geldt in beginsel voor alle overheden, met uitzondering van een aantal onderwijs-, onderzoek- en media-instellingen. Bovendien is de wet niet van toepassing op economische activiteiten die de overheid uitvoert “in het algemeen belang”. Of een overheid een economische activiteit uitvoert in het algemeen belang, bepaalt de overheid zelf maar kan wel (zij het terughoudend) worden getoetst door de bestuursrechter.

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van de gedragsregels. Indien u vermoedt dat de overheid deze regels overtreedt, kunt u een klacht indienen bij de ACM. Als de ACM vaststelt dat een gedragsregel is overtreden, kan de ACM een last onder dwangsom opleggen om zo de desbetreffende overheid te dwingen de overtreding te beëindigen. Indien de ACM besluit uw klacht naast zich neer te leggen en u een direct belang heeft bij handhaving van de gedragsregels, staat tegen dit besluit bezwaar en beroep open bij de bestuursrechter.

 

Related news

04.05.2021 NL law
Aanbevelingen van het Pbl voor de circulaire economie: meer bestuursrechtelijke verplichtingen voor bedrijven?

Short Reads - Begin dit jaar publiceerde het Planbureau voor de leefomgeving (Pbl) zijn eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage. Die rapportage bespreekt de huidige status van de circulaire economie in Nederland en geeft adviezen om de transitie te versnellen. Het Pbl roept nadrukkelijk de Nederlandse overheid op om de circulaire economie verder te bevorderen. Daarbij ziet het Pbl een belangrijke rol voor nieuwe circulaire verplichtingen voor bedrijven.

Read more

03.05.2021 NL law
De overheid behoeft de besten, maar krijgt zij die nog wel?

Short Reads - ‘De overheid behoeft de besten; zij moet aantrekken en opkweken de bekwaamsten onder de jongeren; haar mensen moeten het in kennis maar ook in levenshouding en beschaving kunnen opnemen tegen de leidende figuren uit de maatschappij; het zou noodlottig zijn voor de publieke zaak, zo de overheid zich tevreden zou stellen met degenen, die elders niet aan de slag konden komen of mislukten.’ (C.H.F. Polak 1957, geciteerd in NJB 2018/1044)

Read more

04.05.2021 NL law
Participatie en privacyregels: hoe te combineren onder de Omgevingswet?

Short Reads - In het stelsel van de Omgevingswet (Ow) is een belangrijke rol bedacht voor participatie bij de totstandkoming van besluiten. Het beoogde resultaat: tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen en daarmee een groter draagvlak en kwalitatief betere besluitvorming bereiken. Door een grotere betrokkenheid van meer personen gaan overheden en initiatiefnemers ook meer persoonsgegevens verwerken. Dit brengt privacyrisico’s met zich mee. Wat regelt de Ow op het gebied van privacy, de verwerking van persoonsgegevens en datagebruik?

Read more

28.04.2021 NL law
Gevolgen van enige betekenis? Bij twijfel is burger belanghebbende

Short Reads - In het bestuursprocesrecht is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks gevolgen ondervindt van een besluit belanghebbende is bij dat besluit. Sinds 2016 past de Afdeling in het omgevingsrecht hierop een correctie toe: er moet sprake zijn van gevolgen van enige betekenis om belanghebbende te zijn. Op 10 maart 2021 heeft de Afdeling bepaald dat bij twijfel over de vraag of hiervan sprake is, de rechtszoekende het voordeel van de twijfel krijgt.

Read more