Short Reads

Vvgb is vervallen; gemeenten per 1 januari 2014 volledig bevoegd gezag voor omgevingsvergunning milieu voor voormalige provinciale inrichtingen

Vvgb is vervallen; gemeenten per 1 januari 2014 volledig bevoegd geza

Vvgb is vervallen; gemeenten per 1 januari 2014 volledig bevoegd gezag voor omgevingsvergunning milieu voor voormalige provinciale inrichtingen

08.01.2014 NL law

De inwerkingtreding van de Wabo in 2010 heeft tot veel veranderingen geleid in het (procedurele) omgevingsrecht. Eén verandering was nog niet volledig afgerond: de gemeentelijke decentralisatie van milieutaken, voor zover het niet gaat om IPPC- en BRZO-inrichtingen. Per 1 januari 2014 is deze decentralisatie afgerond met het vervallen van de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van gedeputeerde staten voor het milieudeel van deze inrichtingen.

Op 12 december jl. is bij koninklijk besluit het vervallen van de vvgb-regeling in artikel 6.7 Besluit omgevingsrecht bekend gemaakt. Met dit KB zijn ook nog drie andere artikelen vervallen per 1 januari 2014:

  • artikel 1.2a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Vanaf nu zijn burgemeester en wethouders in plaats van gedeputeerde staten bevoegd gezag voor een aantal activiteiten met afvalstoffen.
  • artikel 3.3a van het Besluit omgevingsrecht.  Vanaf nu zijn  burgemeester en wethouders in plaats van gedeputeerde staten bevoegd de omgevingsvergunning beperkte milieutoets af te geven voor een aantal activiteiten met afvalstoffen waarvoor op grond van artikel 2.2a Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist.
  • artikel 6.3, eerste lid, onder d, van het Besluit omgevingsrecht. Hiermee vervalt de adviesfunctie van gedeputeerde staten  voor voormalig provinciale inrichtingen waarvoor een milieuneutrale verandering wordt vergund via artikel 3.10, derde lid, van de Wabo. Artikel 6.10 Besluit omgevingsrecht is ook op deze nieuwe situatie aangepast.

Hiermee wordt gevolg gegeven aan de kerngedachte van de Wabo dat burgemeester en wethouders in beginsel bevoegd gezag zijn. Randvoorwaarde daarbij was wel het oprichten van een landelijk dekkende structuur van omgevingsdiensten/regionale uitvoeringsdiensten waar de benodigde kennis voor milieuzaken bijeen wordt gebracht. Per januari 2014 zijn de laatste omgevingsdiensten van start gegaan, wat de aanleiding is geweest voor het laten vervallen van de deelbevoegdheid van gedeputeerde staten.

Met deze wijzigingen is er dan ook geen bijzondere rol meer weggelegd voor gedeputeerde staten bij de voormalig provinciale inrichtingen. Alleen in specifiek aangewezen gevallen hebben gedeputeerde staten een adviestaak, zoals onder meer in artikel 6.3 Besluit omgevingsrecht is beschreven.

In een brief aan gemeenten en provincies licht de staatssecretaris toe welke gevolgen het vervallen van de vvgb heeft. Ik merk daarover het volgende op.

In het koninklijk besluit is geen overgangsrecht opgenomen. Er is dan ook sprake van onmiddellijke werking. Wel is het algemene overgangsrecht zoals opgenomen in artikel 8.2 Wabo van toepassing: bij de wisseling van het bevoegd gezag worden reeds verleende omgevingsvergunningen gelijkgesteld met omgevingsvergunningen verleend door het nieuwe bevoegd gezag.

Nieuwe aanvragen of reeds ingediende aanvragen waar nog geen besluit op is genomen, dienen volgens het nieuwe recht en dus zonder vvgb te worden afgehandeld. Aanvragen voor een omgevingsvergunning beperkte milieutoets dienen door gedeputeerde staten te worden doorgezonden aan burgemeester en wethouders. Hierbij is een aandachtspunt of er door het verstrijken van de tijd (lex silencio positivo) geen vergunning van rechtswege wordt verleend.

Ook voor handhavingsbesluiten is niet voorzien in een overgangsrechtelijke regeling. De staatssecretaris geeft dan ook aan dat handhavingsbesluiten die door gedeputeerde staten zijn genomen in hun hoedanigheid van vvgb-orgaan, niet meer na 1 januari 2014 geëffectueerd kunnen worden. Het nieuwe bevoegde gezag dient opnieuw een handhavingsbesluit te nemen. Ik merk op dat het hier om een andere situatie gaat dan beschreven in de algemene regeling in artikel 5.2 lid 2 Wabo bij een wisseling van bevoegd gezag. In dat artikel is geregeld dat als door een verandering in het project, een ander orgaan bevoegd gezag wordt, het oude orgaan een handhavingsactie nog wel kan voltooien. Het niet opnemen van een overgangsrechtelijke bepaling zal de omgevingsdiensten aldus in ieder geval al een hoop (extra) werk kunnen opleveren.

Related news

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

09.08.2019 NL law
Implementatiewet gewijzigde Kaderrichtlijn afvalstoffen in consultatie tot 3 september 2019 – op naar een circulaire economie?

Short Reads - Op 24 juli 2019 is een concept AMvB in consultatie gegaan, die strekt tot wijziging van enkele besluiten ten behoeve van de implementatie van de gewijzigde Kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG, "Kra", zoals gewijzigd door Richtlijn 2018/851/EU). Deze concept AMvB betreft onder andere de gescheiden inzameling van afvalstoffen en de registratie- en meldplichten met betrekking tot stoffen, mengsels, producten en afvalstoffen In dit blogbericht bespreken wij de wijzigingen die de concept AMvB beoogt, de praktische gevolgen ervan en het doel van de concept AMvB.

Read more

14.08.2019 BE law
Verklaring van openbaar nut is geen "project" in de zin van de MER-regelgeving

Articles - In een recent arrest bevestigt de Raad van State dat "verklaringen van openbaar nut", bedoeld in artikel 10 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen niet onder het begrip "project" uit de project-MER-regelgeving valt. Of hetzelfde geldt voor elk type gelijkaardige administratieve toelating, is daarmee evenwel nog niet gezegd. Niettemin geeft de Raad met zijn arrest een belangrijk signaal dat niet elke mogelijke toelating onder de project-MER-regelgeving valt.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring