Short Reads

Verhoging van de verhuurderheffing in 2014 en de jaren daarna

Verhoging van de verhuurderheffing in 2014 en de jaren daarna

Verhoging van de verhuurderheffing in 2014 en de jaren daarna

03.01.2014

Op 17 december 2013 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel Maatregelen Woningmarkt 2014 II, op grond waarvan onder andere jaarlijks een heffing aan verhuurders wordt opgelegd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de in het woonakkoord neergelegde afspraken omtrent de verhuurderheffing.

De Wet maatregelen woningmarkt 2014 II is per 1 januari 2014 in werking getreden. De volledige wettekst is hier te lezen en alle Kamerstukken zijn hier te vinden.

Achtergrond verhuurderheffing

Op grond van de Wet verhuurderheffing (Stb. 2013, 285) zijn verhuurders sinds 1 januari 2013 een heffing verschuldigd over de WOZ-waarde van hun voor verhuur bestemde huurwoningen met een huurprijs niet hoger dan de liberalisatiegrens. Ten tijde van de invoering van de Wet verhuurderheffing is bepaald dat deze wet per 1 januari 2014 zou worden vervangen door een nieuwe wet die voor toegelaten instellingen de mogelijkheid zou bieden op termijn te blijven investeren in onderhoud en nieuwbouw. De Wet maatregelen woningmarkt 2014 II voorziet hierin.

Het primaire belang van de invoering van de verhuurderheffing is gelegen in de opbrengsten die het kabinet daarvan verwacht. In 2013 zou de opbrengst van de verhuurderheffing € 50 miljoen bedragen, oplopend naar een geschatte opbrengst van € 1,7 miljard in 2017. Volgens het kabinet kunnen de verhuurders de heffing in de komende jaren grotendeels betalen uit de opbrengsten van de extra (inkomensafhankelijke) huurverhogingen, die op basis van het woonakkoord zijn doorgevoerd (Stb. 2013, 89 en Stb. 2013, 90). Daarnaast zouden de verhuurders volgens het kabinet zelf ook een bijdrage kunnen leveren door de verkoop van woningen en door efficiënter te werken.

Inhoud van de verhuurderheffing 2014 en de jaren daarna

Op grond van de Wet verhuurderheffing en de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II zijn verhuurders die bij aanvang van een kalenderjaar het eigendom, bezit of beperkt recht hebben van meer dan tien huurwoningen met een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens, verplicht een verhuurderheffing te betalen. De verhuurderheffing wordt berekend over de som van de WOZ-waarden van deze huurwoningen, verminderd met de waarde van de tien vrijgestelde huurwoningen (berekend naar de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen met een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens). Onzelfstandige woonruimten, zoals onzelfstandige wooneenheden voor studenten, blijven bij de verhuurderheffing buiten beschouwing.

De heffing die de verhuurders moeten afdragen zal in de komende jaren langzaam oplopen van 0,381% van het belastbare bedrag in 2014, tot 0,536% in 2017.

Heffingsvermindering

Nieuw in de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II is dat voor heffingplichtige verhuurders tijdelijk de mogelijkheid bestaat heffingsvermindering te vragen ten behoeve en stimulering van maatschappelijk gewenste investeringen in verband met (i) de aanpak van de woningvoorraad in Rotterdam Zuid, (ii) de sloop van woningen in de bepaalde krimpgebieden, en (iii) de transformatie van vastgoed met niet-woonfunctie naar woonfunctie.

De heffingsvermindering richt zich bewust op een beperkt aantal urgente maatschappelijke opgaven dat niet reeds langs andere wegen financieel wordt gesteund. In de rijksbegroting wordt voor de heffingsverminderingen in de jaren 2014 tot en met 2017 rekening gehouden met een bedrag van € 70 miljoen per jaar. Voor kleinschalige verbouw van woningen en ombouw van kantoren naar woningen, waarbij de investeringskosten per huurwoning ten minste € 25.000 bedragen, bedraagt de heffingsvermindering € 10.000. De heffingsvermindering bedraagt € 15.000 voor nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie, indien de investeringskosten per huurwoning ten minste € 37.500 bedragen. Om zo veel mogelijk evenwicht te behouden tussen de toekenningen van heffingsvermindering en het hiervoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag, kan bij ministeriële regeling de hoogte van de heffingsvermindering, afhankelijk van de hoogte van de inmiddels verstrekte voorlopige toekenningen, voor de volgende aanvragen per woning naar boven of beneden worden aangepast.

Related news

11.01.2022
Webinar "Trends en ontwikkelingen in het bestuurs- en omgevingsrecht"

Seminar - Tijdens een webinar op donderdag 20 januari, 15.00 – 17.00 uur, gaan de bestuursrechtadvocaten van Stibbe in op relevante trends en ontwikkelingen in het Bestuurs- en omgevingsrecht. Er wordt teruggekeken op de belangrijkste ontwikkelingen van afgelopen jaar en u wordt geïnformeerd over wat u in 2022 kunt verwachten.

Read more

03.01.2022
Supreme Court clarifies rent reductions for catering and retail businesses during corona period

Short Reads - On 24 December 2021, the Supreme Court ruled on the preliminary questions of the District Court of Limburg. In these preliminary ruling proceedings, the key question was – in brief – whether tenants of business premises as referred to in Section 7:290 of the Dutch Civil Code (such as hotels, restaurants, cafes and shops) are entitled to a rent reduction as a result of government measures in connection with the corona pandemic and, if so, how that rent reduction should be calculated.  

Read more

06.01.2022
Evenredige vertegenwoordiging van generaties

Short Reads - Wie aan het einde van het jaar de verkiezing van de muziek Top 2000 een beetje volgt, weet waar de schoen wringt als het gaat om evenredige vertegenwoordiging van de diverse generaties in onze maatschappij. In de bovenste regionen van deze Top 2000 zijn bands uit de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw steevast oververtegenwoordigd. Wel veel rock, maar weinig rap. 

Read more

03.01.2022
Hoge Raad schept duidelijkheid over huurkortingen in coronatijd voor horeca en winkeliers

Short Reads - Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan naar aanleiding van de prejudiciële vragen van de rechtbank Limburg. In deze prejudiciële procedure stond – kort gezegd – de vraag centraal of huurders van 290-bedrijfsruimten (zoals bijvoorbeeld hotels, restaurants, cafés en winkels) als gevolg van overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie aanspraak kunnen maken op vermindering van de huurprijs, en zo ja hoe die vermindering moet worden berekend. 

Read more

06.01.2022
De Belgische Raad van State draait de sluiting van culturele instellingen vanwege de coronacrisis terug: een relevante uitspraak voor het Nederlandse coronabeleid

Short Reads - Vanwege de coronacrisis neemt de overheid in België maatregelen, die deels vergelijkbaar zijn met de coronamaatregelen in Nederland. Een van deze maatregelen is de sluiting van binnenruimtes van culturele instellingen. De hoogste bestuursrechter in België – de Raad van State –  heeft deze maatregel tijdelijk geschorst. In dit blogbericht beantwoord ik de vraag welke relevantie deze uitspraak voor de Nederlandse praktijk heeft.

Read more