Articles

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

09.01.2014 NL law

Deze nieuwsbrief bevat een overzicht van de berichten die in december 2013 op Stibbeblog zijn gepubliceerd. De nieuwsbrief bevat samenvattingen en analyses van recente uitspraken en wetswijzigingen over zowel omgevingsrecht als algemeen bestuursrecht.

 A.  Wijzigingen in wet- en regelgeving op 1 januari 2014 
 
1.  Warmtewet na lange aanloop in werking in 2014 
 
Na jarenlang onderwerp van discussie te zijn geweest is op 1 januari 2014 de Warmtewet in werking getreden. Het doel van de Warmtewet is kort gezegd het beschermen van kleinverbruikers (d.w.z. verbruikers met een aansluiting van maximaal 100 kW, zijnde consumenten en kleinzakelijke afnemers) die van warmtelevering afhankelijk zijn voor wat betreft ruimteverwarming en tapwater. In Nederland is ca. 7% van alle huishoudens op een warmtenet aangesloten.
Regulering van de kleinschalige warmteleveringsmarkt is ingegeven door de natuurlijke monopoliepositie die warmteleveranciers hebben: doorgaans is er één leverancier per warmtenet en het recht voor kleinverbruikers op een gasaansluiting vervalt in gebieden waar zich een warmtenet bevindt, of gaat bevinden. De Warmtewet tracht kleinverbruikers te beschermen door, middels onderstaande elementen, een betrouwbare en betaalbare warmtelevering te bevorderen. LEES MEER 
 
2.  Vvgb is vervallen; gemeenten per 1 januari 2014 volledig bevoegd gezag voor omgevingsvergunning milieu voor voormalige provinciale inrichtingen 
 
De inwerkingtreding van de Wabo in 2010 heeft tot veel veranderingen geleid in het (procedurele) omgevingsrecht. Eén verandering was nog niet volledig afgerond: de gemeentelijke decentralisatie van milieutaken, voor zover het niet gaat om IPPC- en BRZO-inrichtingen. Per 1 januari 2014 is deze decentralisatie afgerond met het vervallen van de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van gedeputeerde staten voor het milieudeel van deze inrichtingen. LEES MEER 
 
3.  Schatkistbankieren verplicht voor decentrale overheden 
 
Op 1 januari 2014 is de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof, Stb. 2013, 531) in werking getreden. De Wet HOf voorziet in een wettelijk instrumentarium voor het bereiken en vasthouden van houdbare – of te wel gezonde – overheidsfinanciën. In de wet zijn regels opgenomen over de bijdrage die decentrale overheden moeten leveren aan het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën.

Daarnaast is op 17 december 2013 de Wet verplicht schatkistbankieren (Stb. 2013, 530) in werking getreden. De Wet verplicht schatkistbankieren heeft tot gevolg dat gemeenten, provincies, plusregio’s, waterschappen en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen hun overtollige liquide middelen en beleggingen moeten aanhouden bij het Rijk. Deze middelen mogen niet langer worden uitgezet bij private partijen buiten de schatkist. LEES MEER 
 
4.  Gemeentelijke en provinciale verordeningen moeten elektronisch bekend gemaakt worden vanaf 1 januari 2014 
 
Op 1 januari 2014 is een wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet en Waterschapswet in werking getreden. Deze wijziging heeft tot gevolg dat algemeen verbindende voorschriften, zoals verordeningen, voortaan bekend gemaakt moet worden in een elektronisch uitgegeven gemeente- of provincieblad.
Deze bekendmaking in een elektronisch blad dient niet alleen de toegankelijkheid, het heeft ook juridische consequenties. Als een besluit tot vaststelling of wijziging van een verordening niet elektronisch bekend wordt gemaakt dan treedt dat besluit namelijk niet in werking. LEES MEER 
 
5.  Wet basisregistratie personen treedt in werking 
 
Op 6 januari 2014 is de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) in werking getreden. Deze wet vervangt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) uit 1994. De nieuwe wetgeving is nodig om aan te kunnen sluiten bij de ontwikkelingen op het terrein van de Nederlandse bevolkingsadministratie, zoals de noodzaak van de technische modernisering daarvan en de verbetering van de kwaliteit van de registratie en de daarbij behorende dienstverlening. Ook beoogt de nieuwe wetgeving de administratieve lasten te verlagen. In de nieuwe wet komt een groot deel van de bepalingen uit de Wet GBA terug en wordt eveneens aangesloten bij de indeling van de Wet GBA. LEES MEER 
 
6.  Verhoging van de verhuurderheffing in 2014 en de jaren daarna 
 
Op 17 december 2013 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel Maatregelen Woningmarkt 2014 II, op grond waarvan onder andere jaarlijks een heffing aan verhuurders wordt opgelegd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de in het woonakkoord neergelegde afspraken omtrent de verhuurderheffing. De Wet maatregelen woningmarkt 2014 II is per 1 januari 2014 in werking getreden. LEES MEER 
 
7.  De opmars van de bestuurlijke boete: sanctionering bij niet naleving subsidievoorschriften 
 
Op 1 juli 2013 is de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies geheel in werking getreden (“de Wet“). De Wet heeft weliswaar een beperkte inhoud maar potentieel grote gevolgen voor ontvangers van rijkssubsidies. De Wet introduceert namelijk een nieuwe sanctie. Wanneer een subsidieontvanger zijn meldingsplicht niet of niet tijdig is nagekomen, kan een (bestuurlijke) boete worden opgelegd. Dat betekent dat een subsidieontvanger naast het wegnemen van onterecht voordeel vanwege (gedeeltelijke) intrekking van de subsidie ook financieel nadeel kan lijden omdat een boete kan worden opgelegd. Subsidieontvangers zijn dan ook gewaarschuwd. LEES MEER 
 
8.  Overzicht overige nieuwe wet- en regelgeving over bestuursrecht en omgevingsrecht per 1 januari 2014 
  
Op 1 januari 2014 is een aantal wetswijzigingen in werking getreden die gevolgen hebben voor het bestuursrecht en omgevingsrecht. De meest omvangrijke wijzigingen zijn hiervoor reeds beschreven. Daarnaast is er echter nog een aantal andere wetswijzigingen die het signaleren waard zijn. LEES MEER 
 
B.  Samenvattingen en analyses van recente uitspraken 
 
9.  De overheid beslist te laat… want het advies is er nog niet! 
 
Het komt veel voor: een burger of bedrijf doet een aanvraag om een vergunning of ander besluit, en de overheid kan daar pas op beslissen nadat een wettelijk voorgeschreven advies is verkregen. Denk aan het welstandsadvies, het planschadeadvies of het Bibob-advies. Wat nu te doen als de adviseur ruim de tijd neemt en de wettelijke beslistermijn overschreden dreigt te worden? LEES MEER 
 
10.  Beoordeling van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden; een gordiaanse knoop? 
 
De huidige stikstofbelasting van Natura 2000-gebieden is hoog; zo hoog dat toestemming voor nieuwe activiteiten op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (“Nbw”) alleen met grote moeite verleend kan worden, ook als de toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden vanwege deze activiteiten gering is. Een aantal recente uitspraken – kort beschreven in dit blogbericht – biedt een goede illustratie van de nijpende situatie. LEES MEER 
 
11.  Nog steeds geen effectief rechtsmiddel tegen overschrijding redelijke termijn: wetgeving noodzakelijk 
 
Het is vaste rechtspraak van het EHRM dat partijen een effectief rechtsmiddel moeten hebben om op te komen tegen overschrijdingen van de redelijke termijn van gerechtelijke procedures. In Nederland is dit in het bestuursrecht door de rechters zelf opgepakt en is er een slag in uniformiteit gemaakt door een conclusie van bestuursrechtelijke Advocaat-Generaal. In het civiele recht is dit echter anders. Uit een recente beslissing van het EHRM (13143/08, Van Galen e.a.) blijkt wederom dat Nederland niet voldoet aan zijn verdragsrechtelijke verplichting. In tegenstelling tot eerdere toezeggingen heeft de regering nog geen wetgeving voorgesteld om dit probleem aan te pakken. LEES MEER 
 
12.  Foutje bedankt! Een geslaagd beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel 
 
Een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel door een burger die naar het zich laat aanzien niet bepaald te goeder trouw was, stond centraal in de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 30 juli 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:4736). LEES MEER 
 
13.  Hoe om te gaan met abnormaal lage aanbiedingen? 
 
In het huidige economische tij, waarin het voor veel bedrijven van belang is de orderportefeuille gevuld te krijgen, komt het vaker voor dat met lage prijzen wordt ingeschreven. Aanbestedende diensten zullen echter op voorhand de zekerheid willen hebben dat er niet zodanig laag wordt ingeschreven dat tijdens de uitvoeringsfase blijkt dat de aanbiedingen niet kunnen worden waargemaakt.
In artikel 2.116 van de Aanbestedingswet (“Aw“) is een regeling opgenomen over abnormaal lage inschrijvingen. Zowel de voorzieningenrechter te Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2013:15879) áls de voorzieningenrechter te Utrecht (ECLI:NL:RBMNE:2013:3758) kreeg in september van dit jaar te oordelen over een zaak waarin een afgewezen inschrijver zich verzet tegen de beslissing van de aanbestedende dienst om diens inschrijving terzijde te leggen, omdat deze niet realistisch, want te laag, is. LEES MEER 
 
14.  Verkeerde voorbereidingsprocedure kan leiden tot van rechtswege verleende omgevingsvergunning 
 
Om te bepalen binnen welke termijn een bestuursorgaan moet beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning, moet worden beoordeeld welke voorbereidingsprocedure van toepassing is: de reguliere voorbereidingsprocedure of de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Dit kan voor iedere aanvraag anders zijn. Voor de beantwoording van deze vraag is namelijk de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd bepalend.
Een uitspraak van 9 oktober 2013 (ABRvS 9 oktober 2013 ECLI:NL:RVS:2013:1465) van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State laat zien dat het niet altijd eenvoudig is om te bepalen welke procedure gevolgd moet worden. Het volgen van de verkeerde voorbereidingsprocedure kan leiden tot een van rechtswege verleende vergunning. LEES MEER 
 
15.  Een schriftelijke handtekening en een digitale handtekening zijn niet inwisselbaar 
 
Op 11 december 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State (ECLI:NL:RVS:2013:2374) een digitaal ondertekend – maar wel schriftelijk ingediend – hoger beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard.
Al sinds 2007 worden brieven (en blijkbaar ook beroepschriften) door het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland digitaal ondertekend, zo volgt uit deze uitspraak. Onder het hoger beroepschrift dat is ingediend in de procedure die aan deze uitspraak ten grondslag ligt is het hoger beroepschrift als volgt ‘ondertekend’: “Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, mw. drs. J.A.M. Hilgersom, secretaris. Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.”
De Afdeling overweegt dat een beroepschrift op grond van de Algemene wet bestuursrecht ondertekend moet worden. Bij schriftelijk ingediende beroepschriften ziet dat vereiste naar mening van de Afdeling op een fysieke handtekening. In dit geval voldoet het hoger beroepschrift daarom niet aan de wettelijke vereisten voor de indiening. De Afdeling verklaart het hoger beroep van het college van gedeputeerde staten dan ook niet-ontvankelijk. LEES MEER 
 
C.  Overzicht van publicaties van advocaten van Stibbe 
 
16.  Concurrenten en omwonenden, wanneer hebben ze beroepsrecht? 
 
Zoals ruzies tussen kinderen nogal eens via papa en mama worden uitgevochten, zo is bij geschillen tussen concurrenten de overheid regelmatig het lijdend voorwerp. Hetzelfde geldt voor het spanningsveld tussen een bedrijf en zijn en omwonenden. Met name als voor de gewraakte activiteit een vergunning nodig is, wordt niet de activiteit zelf, maar de vergunning het mikpunt. Niet elke concurrent of omwonende kan echter een vergunning aanvechten, vereist is dat hij voldoet aan het vereiste van belanghebbendheid uit artikel 1:2 Awb. Dat vereiste is van openbare orde: zelfs als partijen er niets over aanvoeren, is de bestuursrechter verplicht eraan te toetsen.
Traditioneel is het een lastig probleem om te bepalen wie nog een eigen, persoonlijk, objectief, actueel en rechtstreeks belang heeft bij een besluit, en wie buiten deze kring van belanghebbenden valt. In 2013 zijn er enkele uitspraken gedaan die wat meer helderheid hebben geboden over de criteria die de hoogste bestuursrechters aanleggen om te bepalen welke concurrenten en welke omwonenden belanghebbenden zijn bij vergunningverlening. Termen als marktsegment en verzorgingsgebied respectievelijk afstand, zicht en ruimtelijke uitstraling staan daarbij centraal.
Meer hierover is te lezen in het artikel dat is verschenen in Bb 2013, afl. 23. LEES MEER 
 
17.  De Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden nader bezien 
 
Na meerdere pogingen tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 (WPV 2000) in verband met de Verordening (EG) nr. 1370/2007 betreffende het openbaar vervoer per spoor en over de weg (PSO-Verordening) heeft de Eerste Kamer uiteindelijk een Initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 (WPV 2000) op 2 oktober 2012 aangenomen. Het wetsvoorstel wordt aangehaald als de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden (Wet aanbestedingsvrijheid OV) en heeft geleid tot wijzigingen van de Wet personenvervoer2000 (WPV 2000). Het wetsvoorstel is met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden.
Hierover is een artikel gepubliceerd (Gst. 2013/119) waarin de belangrijkste wijzigingen worden besproken die de Wet aanbestedingsvrijheid OV tot gevolg heeft voor het gunnen van openbaarvervoersconcessies. Daarnaast worden mogelijke knelpunten gesignaleerd. Zoals de titel van het wetsvoorstel doet vermoeden, wordt de belangrijkste wijziging gevormd door de introductie van een keuzemogelijkheid voor de plusregio’s Amsterdam, ‘s-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht (de G4) om een concessie voor het beheer en de exploitatie van openbare personenvervoersdiensten – in plaats van aan te besteden – onderhands te gunnen aan een ‘interne exploitant’. Deze vorm van het gunnen van een OD-contract wordt ook wel ‘inbesteding’ genoemd. De mogelijkheid van inbesteding vormt, zoals gezegd, een uitzondering op de verplichting tot het aanbesteden van openbaarvervoersconcessies die het uitgangspunt van de PSO-Verordening en de WPV 2000 vormt. De introductie van de mogelijkheid tot inbesteding hebben de initiatiefnemers gebaseerd op de PSO-Verordening die de lidstaten de vrijheid heeft gegeven om de mogelijkheid tot inbesteding in de nationale wetgeving te verbieden. LEES MEER

Team

Related news

06.12.2018 NL law
Informatieplicht voor energiebesparende maatregelen: uiterlijk op 1 juli 2019 rapporteren

Short Reads - Het was al aangekondigd: een informatieplicht voor in de inrichting getroffen energiebesparende maatregelen. Wij schreven eerder een blog bij het voornemen van de minister hiertoe. Die informatieplicht komt er nu dan toch echt aan: op 3 oktober 2018 stuurde de minister van Economische Zaken ("de minister") het Besluit tot wijziging van het Activiteitenbesluit Milieubeheer in verband met de informatieplicht voor energiebesparende maatregelen naar de Tweede Kamer.

Read more

06.12.2018 NL law
FAQ: gemeentelijke milieuzones en de harmonisatie ervan

Short Reads - In dit blogbericht uit de FAQ-serie staan de milieuzones centraal. We leggen uit wat milieuzones zijn, hoe de milieuzones in Nederland zijn geregeld en hoe het nieuwe beleid voor de harmonisatie van de milieuzones eruit ziet. We doen de aanbeveling om de gemeentelijke milieuzones op een centrale plek te ontsluiten, zodat voor iedereen inzichtelijk is waar milieuzones zijn en welke regels daar gelden voor welke voertuigen.

Read more

13.12.2018 BE law
Bushalte zonder vergunning en veranda zonder architect: valt uw project ook onder de nieuwe regels?

Articles - De Vlaamse Regering voert aanpassingen door aan de vrijgestelde handelingen, handelingen van openbaar belang, vergunningsplichtige functiewijzigingen en handelingen vrijgesteld van de medewerking van een architect. Onder meer wat betreft vrijstellingen en medewerking van een architect, wijzigt er toch wel wat.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring