Short Reads

Wijziging Richtlijn Industriële Emissies (RIE) ten opzichte van IPPC: uitbreiding van IPPC-installaties in de afvalbranche

Wijziging Richtlijn Industriële Emissies (RIE) ten opzichte van IPPC:

Wijziging Richtlijn Industriële Emissies (RIE) ten opzichte van IPPC: uitbreiding van IPPC-installaties in de afvalbranche

06.02.2014 NL law

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich op 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:139) uitgelaten over de reikwijdte van de Richtlijn Industriële Emissies (“RIE”, ook wel aangehaald onder de Engelse afkorting “IED”) bij inrichtingen die met afvalstoffen werken. De uitspraak illustreert dat de RIE een grotere reikwijdte heeft dan de voorgaande IPPC-richtlijn.

Met de RIE zijn er, zoals samengevat in de memorie van toelichting voor de implementatie van de RIE in Nederland (Kamerstukken II 2011/12, 33 197, nr. 3, p. 3), vier belangrijke wijzigingen doorgevoerd:

  1. De sectorrichtlijnen voor stookinstallaties, afvalverbranding, oplosmiddeleninstallaties en titaandioxideproductie zijn omgewerkt tot een aangescherpt en vereenvoudigd milieuvangnet. Dit vangnet stelt voor deze sectoren een harde grens voor vergunningen en algemene regels.
  2. Een concretisering van de eisen aan de doorwerking van de BREF’s in vergunningen en voor het actualiseren van vergunningen;
  3. De introductie van programmatisch toezicht en niet-routinematige milieu-inspecties op IPPC-installaties;
  4. Een uitbreiding van het aantal IPPC-installaties (voorheen in Nederland ‘gpbv-installaties’ genoemd).

Het gaat in deze uitspraak om punt 4, de uitbreiding van de IPPC-installaties. Met de RIE zijn er ca. 200 extra installaties onder de reikwijdte van de RIE gebracht, waarvan driekwart afvalverwerkende bedrijven betreft (Kamerstukken II 2011/12, 33 197, nr. 3, p. 4). Uit bovenstaande uitspraak blijkt die vergrote reikwijdte in de afvalbranche.

In mijn noot voor aflevering 3 van Tijdschrift Milieu & Recht ga ik in op de RIE en het begrip IPPC-installaties, en de specifieke toepassing van IPPC-categorieën in de geannoteerde uitspraak. Ook ga ik in op het – niet in de uitspraak betrokken – overgangsrecht van de RIE. Hierbij staat de volgende rechtsoverweging van de Afdeling centraal:

“Het bestreden besluit is na 7 januari 2013 genomen. Dit betekent dat voor de vraag of tot de inrichting gpbv-installaties behoren niet bijlage I van de IPPC-richtlijn, maar bijlage I van de IED-richtlijn bepalend is. Aan hetgeen Sita heeft aangevoerd over de uitleg van categorie 5.1 van bijlage I van de IPPC-richtlijn wordt daarom niet toegekomen. (…)Het college heeft in het bestreden besluit overwogen, hetgeen ook niet in geschil is, dat de inrichting onder categorie 5.5 van bijlage I van de IED-richtlijn valt, nu – kort gezegd – in de inrichting gevaarlijke afvalstoffen worden opgeslagen in afwachting van nuttige toepassing of verwijdering, met een totale capaciteit van meer dan 50 ton. Het college is er daarom terecht van uitgegaan dat tot de inrichting een gpbv-installatie behoort.”

De annotatie is hier te lezen.

Related news

23.05.2019 NL law
Seminar "Het Omgevingsplan onder de loep"

Seminar - Op 23 mei 2019 organiseert Stibbe een seminar over het omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt het centrale instrument in de Omgevingswet. Het omgevingsplan reguleert gebruik en bebouwing in de fysieke leefomgeving, verdeelt beschikbare milieuruimte, stuurt milieubelastende activiteiten en regelt kostenverhaal bij ruimtelijke ontwikkelingen. 

Read more

30.04.2019 EU law
Climate goals and energy targets: legal perspectives

Seminar - On Tuesday April 30th, Stibbe organizes a seminar on climate goals and energy targets. Climate change has incited different international and supranational institutions to issue climate goals and renewable energy targets. Both the UN and the EU have led this movement with various legal instruments.

Read more

20.05.2019 NL law
Animatie: Wanneer moet een ongewoon voorval op grond van de Wet milieubeheer gemeld worden?

Short Reads - Een incident zit in een klein hoekje. Een ogenschijnlijk klein incident in een inrichting kan echter grote gevolgen met zich brengen. Als zich binnen een inrichting een ongewoon voorval voordoet, is de drijver van die inrichting verplicht om dat ongewone voorval zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag te melden. In de praktijk levert dit met enige regelmaat vragen op, want wanneer is een voorval zo ongewoon dat het gemeld moet worden?

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring