Short Reads

Voorkomen misbruik bestuursrechtelijke dwangsomregeling bij Wob-verzoeken: Leiden meerdere wegen naar Rome?

Voorkomen misbruik bestuursrechtelijke dwangsomregeling bij Wob-verzo

Voorkomen misbruik bestuursrechtelijke dwangsomregeling bij Wob-verzoeken: Leiden meerdere wegen naar Rome?

26.02.2014 NL law

Misbruik van de dwangsomregeling bij Wob-verzoeken is helaas geen incident. Op verschillende manieren is gebleken dat partijen proberen financieel of anderszins gewin te behalen. Dit doen zij door eerst een niet direct als zodanig herkenbaar Wob-verzoek te doen of door vele Wob-verzoeken tegelijk te doen. Vier weken later wordt dan een ingebrekestelling verzonden. 

Dit alles in de hoop dat het betrokken bestuursorgaan de wettelijke beslistermijn niet haalt en er dwangsommen worden verbeurd (vgl. recent B.J. Schueler e.a., Evaluatie van een drietal versnellingsinstrumenten uit de Awb, Den Haag: WODC 2013).

Inmiddels zien we dat er in de rechtspraak naarstig wordt gezocht naar mogelijkheden om binnen de grenzen van het huidige recht dit misbruik te voorkomen. Tot nu toe hebben rechterlijke instanties drie (verschillende) antwoorden geformuleerd op de vraag of, en zo ja hoe, misbruik van Wob-verzoeken voorkomen kan worden.

Ten eerste kan dit misbruik blijkens rechtspraak voorkomen worden door bepaalde verzoeken, namelijk verzoeken die ‘verdekt’ worden gedaan, niet als Wob-verzoeken te kwalificeren (vgl. ABRvS 11 september 2013, 201207315/1/A3 en ABRvS 13 november 2013, 201209413/1/A3; Rb. Den Haag 17 juli 2013,ECLI:NL:RBDHA:2013:8624). Recent oordeelde de rechtbank Limburg in vergelijkbare zin ten aanzien van een niet direct als zodanig herkenbare ingebrekestelling. Daarbij benadrukte zij dat van professionele rechtshulpverleners mag worden verwacht dat ze over de betekenis van een brief op dat punt geen misverstand laten bestaan. Dit ondanks het feit dat de wet geen vormvereisten stelt aan een ingebrekestelling (Rb. Limburg 28 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:733).

Het tweede antwoord is gegeven door de afdeling civiel (Rb. Rotterdam (vzr.) 21 maart 2013,ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4905, JG 2013/5 m.nt. T. Barkhuysen en S. Boersen) en de afdeling bestuursrecht (Rb. Rotterdam 12 december 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:10241, JG 2014/1, m.nt. T. Barkhuysen en A.A. al Khatib) van de rechtbank Rotterdam. Dit antwoord houdt in dat het gebruik van Wob-verzoeken getoetst kan en dient te worden aan de in artikel 3:13 BW neergelegde norm van misbruik van bevoegdheid.

Ten slotte heeft de rechtbank Oost-Brabant geoordeeld dat de huidige wetssystematiek van de Awb en de Wob juist geen mogelijkheid zou bieden om Wob-verzoeken wegens misbruik van (proces)recht niet te behandelen (Rb. Oost-Brabant van 26 april 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3250); eerder in vergelijkbare zin ook nog de rechtbank Rotterdam (Rb. Rotterdam 5 september 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6681).

Het is goed dat de rechtspraak op deze wijze op zoek gaat naar mogelijkheden om het misbruik te voorkomen alsmede naar de grenzen daarvan. In die zin leiden meerdere wegen naar Rome. Tegelijk leiden de tot nu toe gegeven uiteenlopende antwoorden ook tot rechtsonzekerheid. Dat is ongewenst, temeer omdat het hier gaat om de beperking van fundamentele procesrechtelijke rechten van zowel individuele betrokkenen als rechtshulpverleners. Daarom is het te hopen dat de hoogste bestuursrechters op de kortere termijn – al dan niet op basis van een conclusie van een AG – een duidelijke lijn kiezen en aangeven wat de (on)mogelijkheden zijn. Uiteindelijk is echter de wetgever aan zet. Deze kan er voor kiezen een specifieke anti-misbruikregeling in werking te laten treden die alleen op de Wob ziet. Een voorstel daarvoor ligt in de Tweede Kamer (Wet open overheid, nr. 33328). Beter zou het wellicht nog zijn wanneer een algemene, in de Awb op te nemen, anti-misbruikregeling zou worden ontworpen. Misbruik van (bestuursproces)recht beperkt zich namelijk helaas niet tot de Wob.

Related news

20.01.2020 NL law
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

14.01.2020 NL law
Ruimte voor maatwerk in Groningen: het kan eenvoudig geregeld worden

Articles - Met de instelling van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) per 19 maart 2018 is de afwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen in een enorme stroomversnelling gekomen. Minister Wiebes is daar terecht trots op. Met het wetsvoorstel Tijdelijke Wet Groningen (TWG) wordt deze commissie omgevormd tot Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Dat is een verdere verbetering, omdat het IMG meer mogelijkheden zal hebben dan de TCMG om alle soorten schade te behandelen.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring