Short Reads

Per jaar 900 vergunningen minder na gewijzigde Spoorwegwet?!

Per jaar 900 vergunningen minder na gewijzigde Spoorwegwet?!

Per jaar 900 vergunningen minder na gewijzigde Spoorwegwet?!

23.12.2014 NL law

Op 18 november 2014 nam de Eerste Kamer een wijziging van de Spoorwegwet aan. Een van de doelstellingen van die wet is het vereenvoudigen van het vergunningenregime. Op dit moment is het verboden om zonder vergunning gebruik te maken van de hoofdspoorwegen voor andere doeleinden dan waarvoor het spoor bestemd is, te weten het rijden met treinen. 

Het verbod geldt ook voor de gronden die naast de hoofdspoorwegen zijn gelegen. In de praktijk gaat het dan om de ruim 1300 vergunningen die Pro Rail jaarlijks verleent namens de Minister van Infrastructuur en Milieu. Bijvoorbeeld de vergunning voor het hebben van kabels en leidingen naast het spoor. Het uitvoeren van beheerstaken viel en valt overigens niet onder de vergunningplicht.

Op grond van de gewijzigde Spoorwegwet kan de regering door middel van een algemene maatregel van bestuur bepalen in welke gevallen een vergunning nodig is. In die algemene maatregel van bestuur kan alleen een vergunningsplicht worden ingesteld ter bescherming van de fysieke integriteit van de hoofdspoorwegen en in het belang van een veilig en ongestoord gebruik ervan. Ook kan in de algemene maatregel van bestuur een begrenzing worden aangebracht voor de ruimte naast het spoor. Deze begrenzing betekent dat mogelijk is de spoorweg verticaal te begrenzen. De toelichting op de wet noemt het voorbeeld van een winkelcentrum dat op een spoortunnel is gebouwd. De buitenkant van de omhullende betonconstructie kan dan als verticale begrenzing gelden.

De oude Spoorwegwet bepaalde niet welke belangen Pro Rail moest afwegen bij het verlenen of weigeren van de vergunning. Jammer genoeg bepaalt de gewijzigde Spoorwegwet nog steeds niet in welke gevallen de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Wel bepaalt de gewijzigde Spoorwegwet dat de vergunning onder beperkingen kan worden verleend en dat aan de vergunning voorschriften kunnen worden verbonden in het belang van de fysieke integriteit en een veilig en ongestoord gebruik. Uit de toelichting kan worden afgeleid dat hiermee ook gedoeld is op de weigeringsgronden. Zo kan de vergunning niet worden geweigerd op niet specifiek benoemde belangen, zoals de bescherming van de externe veiligheid. Deze belangen moeten worden behartigd in de overige van toepassing zijnde wetgeving, zoals de Wet milieubeheer.

Overigens kunnen wel voorschriften worden gesteld met betrekking tot het doelmatig gebruik van de spoorweg en het financieel belang van de staat, mits de algemene maatregel van bestuur dat toestaat. Bij ministeriële regeling kunnen nog meer regels worden gesteld. Die regels kunnen onder meer zien op een vrijstelling van de vergunningplicht. Net zoals van de algemene maatregel van bestuur is ook van die regels is nog onduidelijk hoe zij eruit zullen gaan zien.

Uit de toelichting bij de gewijzigde Spoorwegwet volgt dat de regering het volgende systeem voor ogen heeft. Meest verstrekkend is de categorie waarbij er geen vergunningplicht geldt en ook geen regels gelden. Het gaat hier om gevallen waarbij ook al andere regels gelden, zoals het aanbrengen van gangbare voorzieningen binnen stations, fecaliënpompen en treinwasinstallaties. Dan volgt de categorie waarbij geen vergunningplicht geldt, maar wel algemene regels. Het gaat hier bijvoorbeeld om het aanleggen van kabels en leidingen. De bedoeling is om 900 minder vergunningen te verlenen.  Blijft over de vergunningplicht voor de gevallen die niet in de eerste twee categorieën vallen. Dat zijn dan dus ‘nog’ maar 400 vergunningen per jaar.

Of deze doelstellingen worden gehaald hangt af van de inhoud van de algemene maatregelen van bestuur en de ministeriële regeling. De verleiding moet worden weerstaan om zo getailleerde regels te maken dat nauwelijks een geval daaronder valt, zodat toch weer een vergunning nodig is. De wijze waarop het vergunningensysteem wordt opgezet lijkt erg op een andere wetgevingsoperatie die aan de gang is, de omgevingswet. Dat is ook niet verwonderlijk omdat het de bedoeling is dat het vergunningensysteem van de spoorwegwet wordt ingebed in de Omgevingswet die met ingang van 2019 in werking moet treden. De ervaringen met de Spoorwegwet kunnen dan mogelijk al worden verwerkt.

Dit artikel verscheen in het magazine Nederlands vervoer van december 2014 

Het bericht ‘Per jaar 900 vergunningen minder na gewijzigde Spoorwegwet?!’ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

 

 

Related news

15.01.2019 NL law
E-book: belangrijkste ontwikkelingen bestuursrecht en omgevingsrecht 2018 in blogs

Short Reads - De bestuursrechtadvocaten van Stibbe in Amsterdam bloggen regelmatig over actuele onderwerpen op het gebied van het bestuursrecht en het omgevingsrecht. In dit e-book zijn voor u de belangrijkste bestuursrechtelijke blogs over 2018 gebundeld. Deze blogs geven een goed beeld van de ontwikkelingen uit het afgelopen jaar.

Read more

17.01.2019 NL law
Waarborgen tegen ‘nepnieuws’

Articles - Het functioneren van onze democratie valt of staat bij de mogelijkheden van de kiezer om op basis van juiste informatie een mening te vormen over gewenst beleid. Dat geldt te meer in een tijd waarin er steeds meer vormen van directe democratie bestaan. Zo heeft onjuiste informatie over extra budget voor het Britse gezondheidszorgsysteem waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld bij de uitslag van het Brexit-referendum.

Read more

14.01.2019 NL law
E-book: Belangrijkste ontwikkelingen bestuursrecht en omgevingsrecht 2018 in blogs

Short Reads - De bestuursrechtadvocaten van Stibbe bloggen regelmatig over actuele onderwerpen op het gebied van het bestuursrecht en het omgevingsrecht. In dit e-book zijn voor u de belangrijkste bestuursrechtelijke blogs over 2018 gebundeld. Deze blogs geven een goed beeld van de ontwikkelingen uit het afgelopen jaar.

Read more

15.01.2019 NL law
Het schadefonds van Van Vollenhoven, een goed idee?

Short Reads - Onlangs heeft mr. Pieter van Vollenhoven in een interview voorgesteld om een nieuw schadefonds op te richten. Aanleiding was het verschrikkelijke ongeval met de Stint in Oss. Het ging mr. Van Vollenhoven niet om de directe slachtoffers (waarvan vier dodelijke), maar om de fabrikant van de Stints en de kinderdagverblijven. Moet er voor deze gedupeerden ook iets worden gedaan en is de oprichting van een schadefonds het goede antwoord op de goede vraag?

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring