Short Reads

Parkeergegevens moeten door commerciële parkeerbetaalbedrijven aan Belastingdienst worden verstrekt

Parkeergegevens moeten door commerciële parkeerbetaalbedrijven aan Be

Parkeergegevens moeten door commerciële parkeerbetaalbedrijven aan Belastingdienst worden verstrekt

22.08.2014 NL law

Gewone parkeermeters verdwijnen de laatste jaren langzaam uit het Nederlandse straatbeeld. Inmiddels lijken we te zijn aanbeland bij Parking 2.0: via SMS, internet, smartphone of via een app kan simpelweg tot op de minuut betaald worden. Hiervoor moet de gebruiker wel zijn of haar kenteken invoeren. 

Uit deze kentekeninformatie in combinatie met de verblijfsduur kan veel interessante informatie worden afgeleid. De Belastingdienst is dan ook zeer geïnteresseerd in deze gegevens en richtte zich daarom eind december 2012 tot SMS Parking, een parkinguitbater actief in diverse grote Nederlandse gemeenten. Op grond van artikel 53 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (“AWR“) verzoekt de Belastingdienst SMS Parking om alle parkeergegevens – bestaande uit kenteken, datum, plaats, locatie en tijd – van alle klanten van SMS Parking te verstrekken. De Belastingdienst wil deze gegevens gebruiken om diverse belastingen te heffen. De Belastingdienst zal de kentekens filteren op fiscale relevantie en zal pas als er een ‘hit’ in het systeem is, de persoon behorende bij het kenteken identificeren.

De Belastingdienst legt een soortgelijk verzoek neer bij diverse andere parkeeruitbaters, die hier allen aan voldoen. SMS Parking weigert aan het verzoek mee te werken. Zij meent dat het verzoek niet proportioneel is en een schending van de privacy van haar klanten oplevert. Ook kan de Belastingdienst deze gegevens op een andere manier, bijvoorbeeld via het maken van digitale foto’s, verkrijgen. De Belastingdienst start vervolgens een kort geding om afgifte van de gegevens af te dwingen. De voorzieningenrechter volgt echter SMS Parking in haar verweer: het parkeergedrag van de klanten is privacygevoelige informatie, nu dit veel over hun persoonlijke gedrag zegt. Het ongelimiteerde verzoek van de Belastingdienst vormt een inbreuk de privacy van de klanten die niet in verhouding met het door de Belastingdienst nagestreefde doel staat. SMS Parking hoeft de klantgegevens dan ook niet aan de Belastingdienst te verstrekken.

In hoger beroep houdt dit oordeel geen stand. Het ruime verzoek van de Belastingdienst is volgens de rechter gerechtvaardigd om het economisch welzijn in Nederland te waarborgen. Wel dient de Belastingdienst zich aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit te houden. Het is daarbij volgens de rechter niet van belang dat de Belastingdienst nog niet weet of de inlichtingen relevant zijn voor de belastingheffing bij een bepaalde belastingplichtige. Het feit dat het gaat om een ruim verzoek om gegevens uit een omvangrijk databestand betekent evenmin dat het verzoek per definitie niet proportioneel zou zijn. Het gaat in het concrete geval om een controle van meer dan 3 miljoen voertuigen. De parkeeruitbaters worden volgens de rechter niet verzocht om de persoonlijke gegevens van de klanten te verstrekken, maar slechts het kenteken. Gelet hierop meent de rechter dat dit fiscale controlemiddel als proportioneel is aan te duiden.

Dit oordeel in hoger beroep lijkt op meerdere punten wel erg kort door de bocht. Allereerst is de conclusie dat geen persoonlijke gegevens door SMS Parking hoeven te worden verstrekt, bevreemdend. Het is immers duidelijk dat de Belastingdienst zeer eenvoudig de identiteit behorende bij het specifieke kenteken kan achterhalen. Ook lijkt het ruime verzoek haaks te staan op een belangrijk uitgangspunt van onze privacywetgeving: persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt als zij voor de doeleinden waarvoor zij worden verzameld, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn (art. 11 Wet bescherming persoonsgegevens, “Wbp“). Tot slot wordt door de rechter wel erg gemakkelijk aangenomen dat aan het vereiste van doelbinding (persoonsgegevens mogen alleen worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden, zie art. 7 Wbp) wordt voldaan.

Het beroep op het subsidiariteitsbeginsel, dat kort gezegd erop neer komt dat indien er een mogelijkheid is om de gegevens te verkrijgen waarbij minder inbreuk op de privacy van de betrokkenen wordt gemaakt, baat SMS Parking evenmin. SMS Parking had onder meer voorgesteld dat de Belastingdienst de kentekens ook zelf kon fotograferen. Volgens de rechter is dit echter niet minder inbreukmakend voor de privacy van de burgers en daarbij aanzienlijk arbeidsintensiever. SMS Parking had daarnaast nog aangeboden om een voorselectie te maken voor de Belastingdienst. Daar maakt de rechter meteen korte metten mee: dit zou de privacy van een groot aantal burgers kunnen aantasten, te meer nu SMS Parking als commerciële partij niet aan dezelfde spelregels is gebonden als een overheidspartij. De slotsom is dan ook dat SMS Parking geen gerechtvaardigd belang heeft om de afgifte van de gegevens te weigeren en tot verstrekking van de gegevens dient over te gaan. SMS Parking heeft tijdens de procedure aangegeven dat indien het Hof beslist dat tot verstrekking moet worden overgegaan, zij dit zal doen. Een cassatieberoep is dan ook niet te verwachten. Privacytechnisch gezien is dit jammer, nu ook de privacytoezichthouder, het College bescherming persoonsgegevens, zich in de loop van de procedure niet heeft laten verleiden tot het afgeven van een informele zienswijze. Het is derhalve afwachten of in een toekomstige nieuwe procedure wellicht anders over de invulling van de proportionaliteitstoets zal worden geoordeeld.

Related news

14.02.2020 EU law
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

12.02.2020 EU law
Dutch court rules that investors suffer investment loss in the market where securities are listed and traded

Short Reads - On 29 January 2020, the Rotterdam District Court ruled on the question of which laws are applicable to the tort claims brought by (former) Petrobras investors against Petrobras (ECLI:NL:RBROT:2020:614). The Court applied the main rule of EU Regulation Rome II (the “Rome II Regulation”), which stipulates that the law applicable to claims in tort is the law of the country in which the harm suffered by the victim as a result of the tort occurs.

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring