Short Reads

Overheid kan niet alle subsidie bij de penvoerder terugvorderen

Overheid kan niet alle subsidie bij de penvoerder terugvorderen

Overheid kan niet alle subsidie bij de penvoerder terugvorderen

12.08.2014

Veel subsidieregelingen stellen de instelling van een penvoerder verplicht. Het betreft dan subsidieregelingen die subsidie openstellen voor samenwerkingsverbanden. De subsidie verlenende overheid wil dan met één ‘aanspreekpunt’ te maken hebben, de zogeheten penvoerder, in plaats van met alle partijen in het samenwerkingsverband. Op zichzelf is dat begrijpelijk: De gedachte daarachter is dat de subsidieverstrekker alleen te maken heeft met de penvoerder en niet met de andere partijen in het samenwerkingsverband. Dit ter voorkoming van administratieve lasten.

Hoe praktisch ook; het juridisch vormgeven ervan behoeft overdenking. Als een samenwerkingsverband subsidie aanvraagt zijn er grofweg vier mogelijkheden. De eerste is dat het samenwerkingsverband zelf een aparte rechtspersoon opricht. Dan wordt aan het begrip penvoerder niet toegekomen. De rechtspersoon vraagt subsidie aan en er is dus maar één aanvrager, te weten de rechtspersoon aan wie de subsidie wordt verleend. De tweede is dat het samenwerkingsverband berust op een overeenkomst tussen de partijen in het samenwerkingsverband waarbij alle partijen subsidie aanvragen voor het desbetreffende project. Dan zijn er zoveel aanvragers als er partijen zijn in het samenwerkingsverband. Dat wil de subsidieverstrekker het liefst voorkomen. Vandaar de derde mogelijkheid: het samenwerkingsverband moet een penvoerder aanwijzen die namens de partijen in het samenwerkingsverband het aanspreekpunt is voor de subsidieverstrekker. In dit geval zijn er strikt genomen nog steeds evenveel aanvragers als er partijen zijn (en strikt genomen evenveel besluiten op de aanvragen), maar is er één partij aan wie de besluiten worden gericht. De vierde mogelijkheid is dat de partijen in het samenwerkingsverband zelf één partij aanwijzen die de subsidie aanvraagt voor het project en vervolgens in de samenwerkingsovereenkomst regelen hoe het beschikbare bedrag te verdelen.

Voor de penvoerder heeft dit ook een keerzijde: hij kan worden opgezadeld met het ‘incassorisico’ van de partijen in het samenwerkingsverband. Kan de subsidie verlenende overheid nu bij de penvoerder subsidiebedragen terugvorderen, vanwege de fouten van de andere partij in het samenwerkingsverband? Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelde onlangs in een uitspraak van 26 mei 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:217), dat dit niet het geval is. De penvoerder behoeft niet op te draaien voor het incassorisico van de andere partijen in het samenwerkingsverband. Dat is alleen anders indien de subsidieregeling uitdrukkelijk in die mogelijkheid voorziet.

Indien een penvoerder subsidie moet aanvragen voor een project met meer partijen, doet hij er goed aan om te bekijken of in de subsidieregeling is bepaald dat hij aansprakelijk is voor de terugbetaling van de gehele subsidie. Is dat het geval, dan is het verstandig dat de penvoerder in een aparte overeenkomst met de andere partijen goed regelt dat hij die gelden weer bij de andere partijen kan verhalen. Mogelijk zullen ook nog extra garanties moeten worden overeengekomen.

Related news

30.04.2019 EU law
Climate goals and energy targets: legal perspectives

Seminar - On Tuesday April 30th, Stibbe organizes a seminar on climate goals and energy targets. Climate change has incited different international and supranational institutions to issue climate goals and renewable energy targets. Both the UN and the EU have led this movement with various legal instruments.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring