Short Reads

Geen recht op kopieën van documenten bij inzageverzoek op grond van Wbp

Geen recht op kopieën van documenten bij inzageverzoek op grond van W

Geen recht op kopieën van documenten bij inzageverzoek op grond van Wbp

25.08.2014 NL law

Op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp“) heeft een ieder het recht om inzage te krijgen in persoonsgegevens die over hem door een ander worden verwerkt. Het inzagerecht vormt een uitwerking van het transparantiebeginsel: via het inzagerecht kan een betrokkene er achter komen of de partij die gegevens over hem verwerkt, dit in overeenstemming met de Wbp doet.

Een betrokkene hoeft niet aan te geven waarom hij inzage wil in zijn persoonsgegevens en hoeft ook geen bijzonder belang hiertoe aan te tonen. Een beroep op het inzagerecht heeft in de praktijk vaak weinig met privacybescherming van doen. Veelal wordt het inzagerecht gebruikt om in het licht van een geschil bepaalde documenten van de wederpartij te verkrijgen. Sinds de inwerkingtreding van de Wbp in 2001 zijn er dan ook al diverse procedures gevoerd omtrent het inzagerecht. De vragen in deze procedures kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: (i) vragen die zien op de discussie welke stukken wel of niet binnen de reikwijdte van het inzagerecht vallen, met name ten aanzien van het al dan niet kwalificeren van bepaalde gegevens als “persoonsgegevens” (gegevens die direct of indirect herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon) en (ii) vragen over de daadwerkelijke uitoefening van het inzagerecht, waarbij vooral de vraag speelt of al dan niet kopieën van documenten die persoonsgegevens bevatten, moeten worden verstrekt.

Met betrekking tot deze laatste vraag verschilden de hoogste Nederlandse rechtscolleges sterk van mening. De hoogste civiele rechter, de Hoge Raad, was van mening dat het inzagerecht ruim moest worden uitgelegd: in beginsel moeten aan iemand die om inzage verzoekt, kopieën van de documentatie worden verstrekt. De hoogste bestuursrechtelijke rechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hanteert echter als uitgangspunt dat het inzagerecht beperkt moet worden uitgelegd en dat niet altijd kopieën hoeven te worden verstrekt. Volstaan kan worden met het verstrekken van een overzicht van de persoonsgegevens die zijn verwerkt.

Om duidelijk te krijgen welke lijn nu gevolgd moet worden binnen de Nederlandse rechtspraktijk, heeft uiteindelijk zowel de Rechtbank Middelburg als de Afdeling besloten om in het kader van twee verschillende procedures prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU in Luxemburg voor te leggen. Deze route is gevolgd omdat dat het inzagerecht in de Wbp een implementatie vormt van de Europese Privacyrichtlijn 95/46/EC.

In beide procedures werd door aanvragers van een verblijfsvergunning inzage gevraagd in de minuut, waarin onder meer de juridische analyse die ten grondslag lag aan de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt weergegeven. De Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel weigerde echter een kopie van de minuut te verschaffen, omdat een juridische analyse geen persoonsgegeven zou zijn. Wel ontvangt iemand die om inzage verzoekt een overzicht van de persoonsgegevens die in de minuut zijn opgenomen, met daarbij de informatie over de herkomst van de gegevens en de instanties waarmee de gegevens zijn gedeeld.

De belangrijkste vragen die aan het Hof worden voorgelegd luiden, kort samengevat, als volgt:

  1. Is de juridische analyse die in de minuut wordt opgenomen aan te merken als een persoonsgegeven?
  2. Moet een kopie van de minuut worden verstrekt om te voldoen aan het inzagerecht?

Het Hof heeft deze zaken gevoegd en op 17 juli jl. uitspraak gedaan.

Volgens het Hof kan een juridische analyse in een minuut persoonsgegevens bevatten, maar vormt de analyse op zich geen persoonsgegeven. De analyse is niet als informatie over de aanvrager van de verblijfsvergunning aan te merken, nu de analyse ziet op de uitlegging en de toepassing van het recht op de situatie van de aanvrager. Volgens het Hof is dit in lijn met de achtergrond van het inzagerecht, dat gelegen is in de notie dat een persoon wiens persoonsgegevens worden verwerkt, moet kunnen controleren of dit op een juiste en rechtmatige wijze gebeurt. Bij een juridische analyse kan de betrokkene niet zelf controleren of deze juist is en kan deze evenmin door de betrokkene met een beroep op het correctierecht worden gecorrigeerd. Het doel van de Privacyrichtlijn is het waarborgen van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene, niet het verschaffen van een recht op toegang tot bestuurlijke documenten. Opmerkelijk is dat de Hoge Raad en de Afdeling tot nu toe van mening waren dat indien een betrokkene een beroep deed op het inzagerecht, het doel waarvoor hij dat deed, niet ter zake deed. Het Hof nuanceert dit standpunt enigszins: voor de reikwijdte van het inzagerecht moet wel worden gekeken naar het doel van de Europese wetgever bij het opstellen van de Privacyrichtlijn: het doel van de betrokkene moet daar mee overeenkomen.

Ten aanzien van de wijze waarop aan een inzageverzoek moet worden voldaan, geldt dat het aan de lidstaten is om te bepalen op welke wijze inzage moet worden verstrekt, zolang de gegevens in een voor de betrokkene begrijpelijke vorm worden verstrekt. Dat betekent dat de betrokkene van de gegevens kennis moet kunnen nemen en moet kunnen controleren of zij conform de Privacyrichtlijn zijn verwerkt. Op die wijze kan hij indien nodig zijn rechten, zoals het recht om onjuiste gegevens te corrigeren, uitoefenen. Het verstrekken van kopieën van documenten is dus niet verplicht. De beperkte uitleg van het inzagerecht, zoals door de Afdeling bepleit, lijkt derhalve de te volgen route te zijn. Als toch een kopie wordt verstrekt, dan kunnen alle gegevens die niet als persoonsgegeven zijn aan te merken, waaronder de juridische analyse, onleesbaar worden gemaakt.

In de praktijk zal het nog een behoorlijke uitdaging zijn om te bepalen welke gegevens in een document nu wel, en welke niet als persoonsgegevens moeten worden gekwalificeerd. Zo kan de conclusie die naar aanleiding van de juridische analyse in de minuut kan worden getrokken immers wel weer als informatie die direct betrekking heeft op de betrokkene, en dus als een persoonsgegeven, worden aangemerkt. De uitspraak van het Hof vormt naar mijn mening dan ook zeker niet het eindstation in de discussie over de uitleg van de reikwijdte van het inzagerecht. De conclusie is dan ook: wordt vervolgd.

Related news

10.08.2020 NL law
Geelgroen huis in Den Helder in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand

Short Reads - In de gemeentelijke welstandsnota staan criteria waaraan het uiterlijk van bestaande en nieuw te bouwen woningen dienen te voldoen: de redelijke eisen van welstand. Voor bestaande woningen geldt dat zij niet in ernstige mate in strijd mogen zijn met deze eisen. Welstandsexcessen zijn met andere woorden uitgesloten. In de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 was de vraag aan de orde of een geelgroen geverfde woning in Den Helder terecht als een dergelijk welstandsexces is aangemerkt.

Read more

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

10.08.2020 NL law
ISDA kondigt publicatie van Adjusted RFRs, wijziging van de 2006 Definitions en IBOR Fallback Protocol aan

Short Reads - In twee in juli verschenen persberichten kondigt ISDA (i) de aanvang van de berekening en publicatie door Bloomberg van zogenaamde 'Fallback Rates' voor een aantal bestaande IBORs en (ii) de voorgenomen publicatie door ISDA van gewijzigde 'rate options' in de 2006 Definitions en het langverwachte IBOR Fallback Protocol aan.

Read more

10.08.2020 NL law
Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de NOW-subsidie

Short Reads - Het UWV heeft op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een register gepubliceerd met informatie over werkgevers die de NOW-1 subsidie hebben ontvangen. De publicatie van dit register komt niet geheel als een verrassing. De NOW-1 bevat immers een bijzondere bepaling over openbaarmaking van de desbetreffende gegevens.

Read more

29.07.2020 NL law
Over temperaturen ten tijde van corona

Articles - Met haar standpunt ten aanzien van het meten van temperaturen van werknemers, geeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verduidelijking over de reikwijdte van haar toezicht. Deze nuancering houdt in dat, als er geen sprake is van verwerking van persoonsgegevens, de AVG niet geldt en de AP dus niet handhavend kan optreden.

Read more