Short Reads

Een niet gerealiseerde conserverende bestemming is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking

Een niet gerealiseerde conserverende bestemming is geen nieuwe stedel

Een niet gerealiseerde conserverende bestemming is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking

15.08.2014 NL law

Vanwege de inwerkingtreding van de huidige Wro zijn veel conserverende bestemmingsplannen vastgesteld. Vaste jurisprudentie is dat bij het opnieuw vaststellen van de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden steeds weer alle betrokken belangen moeten worden afgewogen, waarbij wordt bezien in hoeverre het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor kan niet volstaan worden met het verwijzen naar het voorgaande plan. 

Uit een Afdelingsuitspraak van 6 augustus 2014 volgt dat deze lijn niet geldt voor een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) (Ladder), indien het oude bestemmingsplan is vastgesteld voor inwerkingtreding van artikel 3.1.6 lid 2 Bro.

De tussenuitspraak betreft het bestemmingsplan “Aanpassingsplan Kazernekwartier” (het Aanpassingsplan) van de raad van Venlo. Het Aanpassingsplan is vastgesteld op 29 mei 2013 en voorzag in een wijziging van het op 25 april 2012 vastgestelde bestemmingsplan “Kazernekwartier” (het Bestemmingsplan). Omdat ten tijde van de vaststelling van het Aanpassingsplan tegen het Bestemmingsplan beroep aanhangig was, lag het Aanpassingsplan op grond van artikel 6:19 Awb ook voor bij de Afdeling.

Het Bestemmingsplan en het Aanpassingsplan voorzien in hetzelfde nieuwbouwprogramma (o.a. kantoren, detailhandel, leisure en onderwijs). Het Bestemmingsplan is vastgesteld voor inwerkingtreding van de Ladder (1 oktober 2012), het Aanpassingsplan erna. Met de realisatie van het nieuwbouwprogramma was ten tijde van het Aanpassingsplan nog niet begonnen, het bestond slechts op papier.

De Ladder vergt dat bij iedere stedelijke ontwikkeling (zoals bedrijventerreinen, detailhandel of woningbouwlocaties) verantwoord wordt dat deze in een actuele regionale vraag voorziet (trede 1). Indien daarvan sprake is, dient op grond van trede 2 beschreven te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling kan worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Indien niet kan worden voldaan aan trede 2, dient op grond van trede 3 omschreven te worden dat de voorgenomen locatie passend ontsloten is of wordt.

Appellanten die opkomen tegen het Aanpassingsplan betogen dat het plan ten onrechte niet voorziet in een actuele regionale behoefte en daarmee strijdig is met de Ladder. De Afdeling overweegt:

"9.2. De Afdeling stelt voorop dat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro zoals dit thans luidt, niet van toepassing is op het aanpassingsplan van 29 mei 2013. Weliswaar is het aanpassingsplan vastgesteld na de inwerkingtreding van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, maar de stedelijke ontwikkelingen die het aanpassingsplan mogelijk maakt waren ook reeds voorzien in het op 25 april 2012 vastgestelde bestemmingsplan. Toen gold het huidige artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro nog niet. De in het aanpassingsplan opgenomen aanpassingen waren enkel noodzakelijk ter nadere borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving van het plangebied. In de voorliggende situatie waarin de stedelijke ontwikkelingen, die met het besluit in de zin van artikel 6:19 van de Awb tot vaststelling van het aanpassingsplan mogelijk zijn gemaakt, niet meer omvatten of wezenlijk verschillen ten opzichte van de stedelijke ontwikkelingen die met het oorspronkelijk besluit van 25 april 2012 reeds mogelijk zijn gemaakt, brengt een redelijke wetsuitleg naar het oordeel van de Afdeling met zich dat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, niet van toepassing is."

Vervolgens overweegt dat Afdeling dat de omstandigheid dat de Ladder niet op het Aanpassingsplan van toepassing is, onverlet laat dat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening binnen de planperiode van in beginsel tien jaar zich wel een behoefte aan de voorziene ontwikkelingen moet voordoen en dat er ook anderszins geen belemmeringen zijn die zich tegen de realisering van die ontwikkelingen binnen de planperiode verzetten (de “gewone” uitvoerbaarheidstoets). De Afdeling overweegt dat de uitvoerbaarheid van de leisurefuncties onvoldoende is onderbouwd en biedt de raad bij wijze van bestuurlijke lus de gelegenheid dit punt te herstellen door de behoefte aan en de uitvoerbaarheid van het Aanpassingsplan op het punt van leisure inzichtelijk te maken, dan wel het Aanpassingsplan te wijzigen of in te trekken. Mocht de raad het Aanpassingsplan wijzigen in de zin dat wordt voorzien in stedelijke ontwikkelingen die meer omvatten of wezenlijk verschillen ten opzichte van de stedelijke ontwikkelingen die met het oorspronkelijke besluit van 25 april 2012 mogelijk zijn gemaakt, dan dient het wijzigingsbesluit wel te voldoen aan de Ladder.

Vraagpunt

De uitspraak van 6 augustus 2014 heeft betrekking op de aanpassing (het Aanpassingsplan) na inwerkingtreding van de Ladder van een voor inwerkingtreding van de Ladder vastgesteld bestemmingsplan (het Bestemmingsplan), zonder dat het programma wordt gewijzigd. In deze situatie is volgens de Afdeling geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een vraag die met deze uitspraak nog niet is beantwoord is of deze lijn ook opgaat in geval van de vaststelling van een bestemmingsplan dat voorziet in voortzetting van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van een bestemmingsplan dat is vastgesteld na inwerkingtreding van de Ladder, maar waarbij de Ladder niet in acht is genomen (doordat bijvoorbeeld de actuele regionale behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die dat plan mogelijk maakt niet is vastgesteld) en dat formele rechtskracht heeft verkregen.

Conclusies

Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder wordt niet verstaan een bestemmingsplan dat voorziet in een conservering van geheel onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden die realiseerbaar waren op grond van een bestemmingsplan dat is vastgesteld vóór inwerkingtreding van de Ladder (1 oktober 2012). Onzeker is of dit ook geldt indien zowel het oude als het nieuwe – conserverende – plan beide zijn vastgesteld na inwerkingtreding van de Ladder, terwijl bij het oude en onherroepelijke plan per abuis niet is voldaan aan de Ladder.

Wel moet worden vastgesteld dat indien door de conserverende aard van een bestemmingsplan de plicht aan de Ladder te voldoen vervalt, dat niet wegneemt dat de uitvoerbaarheid van dat plan moet worden aangetoond. Mijn indruk is dat de vereisten die aan de (financieel economische) uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan worden gesteld, in grote lijnen identiek zijn aan die ter voldoening aan trede 1 van de Ladder (het aantonen van de actuele regionale behoefte).

Related news

27.03.2020 NL law
Certain legal aspects of the corona crisis for the Dutch construction and rental industry

Short Reads - The spread of the coronavirus has developed into a severe crisis that is also affecting the construction and rental industry in the Netherlands. Catering operators and retailers are wondering (among other difficult questions) whether they can pause their rent payments while they have no or very little turnover.

Read more

27.03.2020 BE law
Bijzondere volmachten in tijden van crisis: wat kan en wat niet?

Short Reads - In haar advies van 25 maart 2020 analyseert de afdeling Wetgeving van de Raad van State het wetsvoorstel van 21 maart 2020 tot bijzondere machtiging aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19. Het advies brengt de algemene beginselen inzake bijzondere machten in herinnering en plaatst daarnaast enkele kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel zelf. Voor liefhebbers van het grondwettelijk recht vormt het advies van de afdeling Wetgeving daarom een welgekomen afleiding in tijden van lockdown. 

Read more

26.03.2020 BE law
​I am suffering significant financial losses as a result of the spread of the corona virus. Is there a possibility of State aid?

Short Reads - COVID-19 brings certain questions to centre stage regarding State aid. In this short read, Peter Wytinck, Sophie Van Besien and Michèle de Clerck discuss the possibility of State aid in case of significant financial losses as a result of the spread of the corona virus.

Read more

27.03.2020 NL law
Actuele ontwikkelingen rondom de AVA’s van beursvennootschappen en corona

Short Reads - Op 23 maart 2020 heeft het Nederlandse kabinet aanvullende overheidsmaatregelen genomen in het kader van de bestrijding van het coronavirus. Deze maatregelen zijn onder meer gericht op evenementen en samenkomsten. In een nieuwsbericht van het kabinet van 24 maart 2020 zijn deze maatregelen nader geduid (zie ook de Q&A die eveneens door het kabinet is gepubliceerd).

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring