Articles

Pensioenen in de publieke sector

Pensioenen in de publieke sector

Pensioenen in de publieke sector

29.05.2012 BE law

Deze nieuwsbrief bevat een becommentarieerd overzicht van de voornaamste maatregelen die door het Regeerakkoord van 1 december 2011 voorzien worden op vlak van pensioenen in de publieke sector.

Also available in French

Enkele van de in het akkoord beoogde maatregelen werden reedsopgenomen in de wet houdende de diverse bepalingen van 28 december 2011 (hierna « de Wet ») – zij worden aangeduid met een sterretje « * ». Deze nieuwe wettelijke bepalingen betreffen enkel de wettelijke pensioenen (1ste pijler) en moeten in concreto nog worden uitgevoerd bij koninklijk besluit. De rest van de beoogde hervormingen moet nog worden besproken en worden vertaald in wetteksten. De toepassingsmodaliteiten van de aangenomen en toekomstige hervormingen moeten trouwens het voorwerp uitmaken van onderhandelingen tussen de Regering en de sociale partners. Hierdoor kunnen de concrete inhoud en impact van de voorziene hervormingen nog (sterk) evolueren.

Wij zullen u op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen.

Voornaamste bronnen: Regeerakkoord van 1 december 2011, Wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, algemene beleidsnota van de Minister van Pensioenen van 20 december 2011 evenals zijn inleidende uiteenzetting van 27 januari 2012, besprekingen gevoerd in de Commissie voor sociale zaken van de Kamer van december 2011 tot nu, en de Programmawet (I) van 29 maart 2012.

 

1.     Wettelijk pensioen van de publieke sector 

 

2.     Overlevingspensioen


 

1.     Wettelijk pensioen van de publieke sector

1.1   Gepensioneerden beter informeren over het pensioen

De Regering wenst dat alle werknemers regelmatig, en vanaf het begin van hun loopbaan, een raming van hun toekomstige pensioenrechten ontvangen. De Minister heeft in die zin recent verduidelijkt dat hij een systeem van “oranje enveloppe” wenst in te voeren, dat er in voorziet dat alle burgers jaarlijks een brief ontvangen meteen overzicht van de reedsopgebouwde pensioenrechten alsook een raming van het te verwachten pensioen, zodat de geïnteresseerden een duidelijk beeld kunnen hebben van de gevolgen van hun loopbaankeuze op pensioenopbouw.

De loopbaangegevens over de drie pensioenstelsels (werknemer, zelfstandige, publieke sector) en de aanvullende pensioenen die reeds het voorwerp uitmaken van afzonderlijke gegevensbanken, zullen worden bijeengebracht in één databank waarvan de inhoud bruikbaar zal zijn voor alle takken van de sociale zekerheid.

Volgens de minister zullen deze hervormingen in werking treden in 2013 en 2014.

1.2   Vervroegd pensioen : verhoging van de effectieve pensioenleeftijd*

Tot op heden kon een agent van de publieke sector met minstens vijf jaar dienst zijn vervroegd pensioen vragen op de leeftijd van 60 jaar.

De Wet voorziet voortaan dat in het algemeen overheidsstelsel, zoals trouwens ook in de privésector, vanaf 1 januari 2013, de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen progressief zal worden verhoogd met 6 maanden per jaar. Daarnaast zal ook de minimale loopbaanvoorwaarde jaarlijks met een jaar verhoogd worden.

Zo zal tegen 2016 de minimale leeftijd om met vervroegd pensioen te vertrekken 62 jaar zijn. De minimale loopbaanvoorwaarde zal op 40 jaar komen tegen 2015. Voor lange loopbanen blijven echter uitzonderingen voorzien.

Jaar  Minimumleeftijd  Loopbaanvoorwaarden  Uitzonderingen lange loopbanen 
 2012  60 jaar  5 jaar  
 2013  60 jaar en 6maanden  38 jaar 60 jaar bij 40 loopbaanjaren
 
 2014  61 jaar  39 jaar 60 jaar bij 40 loopbaanjaren
 2015  61 jaar en 6maanden  40 jaar 60 jaar bij 41 loopbaanjaren
 2016  62 jaar  40 jaar 60 jaar bij 42 loopbaanjaren
61 jaar bij 41 loopbaanjaren

De Wet voorziet evenwel dat de burgerlijke jaren die in aanmerking komen voor het recht op een vervroegd pensioen in het stelsel van de werknemers of in een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de loopbaanvoorwaarde van de agenten van de publieke sector.

Ten gevolge van deze hervorming zal de leeftijd vanaf dewelke de leeftijdstoeslagen worden toegekend moeten worden gewijzigd.

De nieuwe reglementering is, voor wat betreft de pensioenleeftijd en de loopbaanduur, niet van toepassing op het rijdend personeel van de NMBS Holding, op de personeelsleden van de geïntegreerde politie en op militairen.

De toepassingsmodaliteiten van de nieuwe leeftijds- en loopbaanvoorwaarden (in het bijzonder de afwijkingen en de overgangsmaatregelen) moeten worden bepaald door een koninklijk besluit. Dit besluit moest oorspronkelijk worden goedgekeurd voor 1 maart 2012 maar gelet op de lopende onderhandelingen heeft de wetgever beslist om de uiterste goedkeuringsdatum uit te stellen naar 30 april 2012 (programmawet (I) van 29 maart 2012). Het is ondertussen echter zeker dat de modaliteiten in een wet zullen worden gegoten zodat de termijn voor hun goedkeuring riskeert te worden verlengd. De overgangsmaatregelen die van toepassing zijn in de privésector werden verduidelijkt in het koninklijk besluit van 26 april 2012. De toekomstige maatregelen die van toepassing zullen zijn op de publieke sector zouden moeten aansluiten bij de bepalingen van de privésector rekening houdend met de bijzonderheden van de publieke sector.

De Wet stelt echter reeds een kader vast voor wat betreft de overgangsmaatregelen:

 De agenten die, op een bepaald ogenblik, hebben voldaan aan de leeftijdsvoorwaarden en de loopbaanduur om een rustpensioen te ontvangen voor de leeftijd van 62 jaar maar die beslist hebben om verder te blijven werken gedurende een bepaalde tijd, zullen van dit voordeel blijven genieten ongeacht de aanvangsdatum van hun pensioen. Deze maatregel laat toe de werknemers die in 2012 de oude vertrekvoorwaarden voor vervroegd pensioen vervulden niet te penaliseren indien zij blijven verder werken na 60 jaar (aangezien zij niet onderworpen zullen worden aan de nieuwe voorwaarden die van toepassing zijn na 2012). De Regering beoogt eveneens om in 2012 een overvloed aan vervroegde pensioneringen, ten gevolge van de hervorming, te vermijden.

 Voor wat betreft de personen die zich, voor 28 november 2011, in een statutaire situatie van verlof of afwezigheid voorafgaand aan pensionering of in een gelijkaardige situatie bevinden die gekoppeld is aan de verplichting van pensionering op 60 jaar, verandert er niets. Met andere woorden, deze personen zullen hun pensioen kunnen opnemen op de eerste dag van de maand die volgt op deze van hun 60ste verjaardag.

 Ook voor de personen die voor 28 november 2011 een aanvraag hebben ingediend tot één van de periodes beoogd in de vorige paragraaf, verandert er niets.

Deze maatregelen zijn van toepassing op de pensioenen die een aanvang nemen vanaf 1 januari 2013.

1.3   Werken na de leeftijd van 65 jaar

Volgens het Regeerakkoord moet werken na 65 jaar in de publieke sector niet alleen worden toegelaten (mits evenwel het akkoord van de werkgever) maar eveneens worden aangemoedigd. Het Regeerakkoord voorziet een progressieve opheffing van de eenheid van loopbaan voor alle stelsels. De Minister heeft onlangs verduidelijkt dat deze opheffing zowel de interne eenheid van loopbaan als de externe eenheid van loopbaan betreft.

Krachtens de interne eenheid van loopbaan bouwen de personen die langer dan 45 jaar werken geen bijkomende pensioenrechten op. Door dit beginsel op te heffen wenst de Regering dat een persoon die professioneel actief blijft na 45 loopbaanjaren bijkomende pensioenrechten kan opbouwen en zo kan genieten van een verhoogd pensioen voor de arbeidsjaren verricht na 45 jaar (voor zover zij niet meer tellen dan 30 gelijkgestelde dagen). De personen die beslissen om verder te werken terwijl zij reeds een pensioen ontvangen, zullen nog steeds geen bijkomende pensioenrechten kunnen opbouwen maar hun pensioen zal niet meer verminderd worden.

De externe eenheid van loopbaan heeft betrekking op de personen die in verschillende stelsels hebben gewerkt. Volgens dit beginsel primeren de jaren gepresteerd als ambtenaar op de jaren gepresteerd als werknemer (die op hun beurt primeren op de jaren gepresteerd als zelfstandige). Dit stelsel is in het algemeen voordelig voor de betrokken personen, maar kan echter ongunstig blijken in bepaalde gevallen. Door de externe eenheid van loopbaan op te heffen wenst de Regering dat de berekening steeds op de meest voordelige manier wordt uitgevoerd voor de betrokkene.

Met het oog op de voormelde hervormingen, heeft de Raad van Ministers een ontwerp van Koninklijk Besluit goedgekeurd dat de federale ambtenaren toelaat om, mits akkoord van hun werkgever, onbeperkt actief te blijven na de leeftijd van 65 jaar. Momenteel bestaat deze mogelijkheid op het federaal niveau enkel voor een duur van zes maanden die niet verlengd kunnen worden.

1.4   Verlenging van sommige loopbanen door bijzondere stelsels op het algemene stelsel af te stemmen (opheffing van de toekenning van tantièmes die voordeliger zijn dan 1/48ste)*

De wet bevestigt dat de tantième 1/48ste alle meer voordelige tantièmes zal vervangen. Voor de dienstjaren gepresteerd vanaf 1 januari 2012 zullen ook de agenten die van de bijzondere stelsels van de publieke sector genieten en aan wie dus voorkeurstantièmes toegekend werden, hun pensioen zien worden berekend op basis van de tantième 1/48ste.

De ambtenaren van 55 jaar en ouder op 1 januari 2012 blijven genieten van de berekeningswijze die op hen van toepassing was op 31 december 2011 (voorkeurstantième) en dit voor hun volledige loopbaan.

De anderen zullen hun verworven rechten behouden op basis van de oude berekeningswijze (voorkeurstantième). De tantième 1/48ste zal echter wel van toepassing zijn op de diensten gepresteerd na 1 januari 2012.

De Minister heeft onlangs bevestigd dat de praktische modaliteiten van de aanpassingen (in het bijzonder de voorlopige maatregelen) momenteel het voorwerp uitmaken van overleg tussen de Regering en de sociale partners. De resultaten daarvan hadden voor eind februari 2012 moeten worden verkregen.

Deze maatregel is in werking getreden op 1 januari 2012.

1.5   Beperking tot één jaar van de toelaatbaarheid van de periodes van afwezigheid, verlof en loopbaanonderbreking*

 Tot op heden konden de periodes van loopbaanonderbreking, van vermindering van prestaties of van de tijdelijke terugtrekking voor loopbaanonderbreking in aanmerking worden genomen voor het recht en de berekening van het pensioen maar onder bepaalde voorwaarden en voor maximum 60 maanden. De Wet voorziet voortaan dat, indien deze periodes later zijn dan 31 december 2011, zij enkel nog in aanmerking worden genomen voor het recht en de berekening van het pensioen (voor maximum 12 maanden over de hele loopbaan).

Wanneer de aanvraag echter werd ingediend voor 28 november 2011, worden de periodes van loopbaanonderbreking of van vermindering van prestaties evenals de periodes van tijdelijke terugtrekking voor loopbaanonderbreking na 31 december 2011 niet beoogd door de beperking van 12 maanden (deze kunnen daarentegen niet hoger zijn dan de limiet van 60 maanden).

Voor de personen die, in het kader van een loopbaanonderbreking, na 31 december 2011 vrijwillig hun prestaties verminderen tot 4/5 van een voltijdse tewerkstelling, zullen de periodes van afwezigheid of verlof gelijkgesteld worden met de effectieve diensten op voorwaarde dat zij niet hoger zijn dan vijf jaar van de volledige loopbaan.

In het geval van een halftijdse loopbaanonderbreking of een loopbaanonderbreking van 1/5de, die na 31 december 2011 genomen wordt door een persoon van 55 jaar of ouder, wordt de grens van 60 maanden verhoogd met respectievelijk 24 of 60 maanden.

Bepaalde periodes van onderbreking of vermindering van loopbaan blijven echter uitgesloten van de toepassing van deze maatregel. Het gaat in het bijzonder om ouderschapsverlof, verlof voor bijstand aan een gezinslid of een familielid tot in de tweede graad die aan een ernstige ziekte lijdt, periodes om palliatieve zorgen toe te dienen… (zij komen bovenop debestaande afwezigheden zoals het moederschapsverlof, de jaarlijkse verloven, de feestdagen,…). Het stelsel dat van toepassing is op deze thematische loopbaanonderbrekingen blijft dus onveranderd. Deze moeten niet meer gevalideerd worden door persoonlijk bijdragen voor de periodes na 31 december 2011.

Er werden ruime bevoegdheden gelaten aan de Koning om de bestaande reglementering in overeenstemming te brengen met de nieuwe wetgeving en de bijzondere situaties te regelen die niet beoogd worden door de Wet.

Deze maatregel is in werking getreden op 1 januari 2012.

1.6   Verhoging van het aantal jaren dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het pensioen*

Tot aan de hervorming werden de pensioenen van de publieke sector berekend op basis van het gemiddeld salaris van de vijf laatste loopbaanjaren van de betrokken agent. Het referentieloon dat in aanmerking wordt genomen zal voortaan gelijk zijn aan het gemiddelde loon van de tien laatste loopbaanjaren of van de volledige loopbaan indien deze kleiner is dan tien jaar.

Echter, de oude berekeningswijze voor pensioenen (gemiddelde van de vijf laatste loopbaanjaren) blijft van toepassing voor:

  • de personen (of de rechthebbenden indien het om eenoverlevingspensioen gaat) die de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt op 1 januari 2012;
  • de personen die met pensioen gesteld zijn wegens fysieke ongeschiktheid en die, onder bepaalde voorwaarden, kunnen genieten van een pensioensupplement indien het gegarandeerd minimum pensioen niet bereikt is (dit supplement blijft onderworpen aan een ondergrens en een bovengrens).

Zoals het Regeerakkoord het voorzag, heeft de Wet de Koning gemachtigd om de noodzakelijke maatregelen te nemen om aan de houders van de laagste pensioenen een pensioen te verzekeren dat niet lager mag zijn dan een bedrag dat hij bepaalt.

Deze nieuwe bepaling is in werking getreden op 1 januari 2012.

2.     Overlevingspensioen

Het Regeerakkoord voorziet om het stelsel van de overlevingspensioenente hervormen zowel in de privésector als in de publieke sector. Op basis van de tekst van het akkoord zouden de personen die hun partner (ongeacht of zij gehuwd of samenwonend zijn) verliezen voortaan een “overgangsuitkering” moeten ontvangen waarvan de duur zou worden bepaald door de leeftijd, het aantal kinderen en het aantal jaren van wettelijke samenwoning of huwelijk. Het akkoord voorziet eveneens dat, indien de begunstigde geen werk heeft op het ogenblik dat de overgangsuitkering wordt stopgezet, hij onmiddellijk als werkloos zal worden beschouwd, zonder een wachtperiode te moeten naleven en hij van een vroegtijdige en aangepaste aanvulling zal genieten. De doelstelling die werd vooropgesteld door de Minister is er voor zorgen dat personen niet aangemoedigd worden om inactief te blijven ten gevolge van het overlijden van hun partner.

Deze hervorming zou enkel van toepassing zijn op personen die jonger zijn dan 30 jaar op 1 januari 2012. Om een overgang tussen het oude en het nieuwe stelsel te verzekeren, heeft de Regering ook voorzien dat, in geval van overlijden van de partner, het overlevingspensioen van personen die de leeftijd van 30 jaar hebben bereikt op 1 januari 2012 zal verhoogd worden ten belope van het bedrag dat zij zouden hebben ontvangen in het kader van het huidige stelsel van de overlevingspensioenen.

Het Regeerakkoord voorziet enkel het kader voor deze hervorming. Er zal nog een groot debat ten gronde moeten worden gevoerd om de precieze omvang ervan te bepalen. De Minister van pensioenen heeft daarover gezegd dat hij het “grote verschil” tussen het stelsel van werknemers en dat van ambtenaren wil onderzoeken.

De Minister heeft aangekondigd dat de reflectie omtrent de overlevingspensioenen zal worden gelanceerd in de zomer van 2012 en dat de hervormingen die er uit voortvloeien in werking zouden moeten treden na de zomer van 2012.


Alle rechten voorbehouden. 

De inhoud van deze nieuwsbrief werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze nieuwsbrief bevat. 

De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevatten geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze nieuwsbrief zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. 

Het raadplegen van deze nieuwsbrief doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze nieuwsbrief dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.


 
 

Team

Related news

19.09.2019 NL law
De kloof tussen stad en platteland: gekraai om niets?

Short Reads - In Frankrijk werd het nieuws deze zomer deels beheerst door de juridische strijd over het matineuze gekraai van haan Maurice. Die zomer begon zowat in mei van dit jaar toen het echtpaar Biron een zaak aanhangig maakte bij de rechtbank in Rochefort vanwege overlast van hun buurhaan.

Read more

06.09.2019 NL law
Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

Short Reads - De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt de verplichting in om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat daaraan behoefte bestaat. Hiermee wordt beoogd leegstand en onnodige bebouwing te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Onlangs is over dit onderwerp een Kamerbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen naar aanleiding van onderzoek naar de werking van de Ladder voor woningbouw.

Read more

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

06.09.2019 NL law
Het Klimaatakkoord: sectortafel elektriciteit

Short Reads - Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. In het Klimaatakkoord is aan vijf sectortafels uitgewerkt op welke wijze Nederland uitvoering gaat geven aan de op internationaal niveau gemaakte klimaatafspraken. In dit blogbericht lichten wij toe wat de belangrijkste uitdagingen zijn voor de sectortafel elektriciteit en hoe de komende jaren aan die uitdagingen uitvoering wordt gegeven.   

Read more

18.09.2019 NL law
Consultatie herijking Grondwetsherzieningsprocedure: Tweede Kamer gekozen na eerste lezing moet tweede lezing afronden

Short Reads - Op 3 september 2019 is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel dat onduidelijkheden moet wegnemen over de tweede lezing van Grondwetsherzieningsvoorstellen. Kort gezegd komt het wetsvoorstel er op neer dat de Tweede Kamer die aansluitend op de eerste lezing wordt gekozen, de tweede lezing moet afronden. Gebeurt dat niet dan vervalt het voorstel van rechtswege. Daarmee borduurt de regering voort op haar eerdere Kamerbrief van 21 februari 2019 waarin zij haar visie over de procedure tot herziening van de Grondwet uit de doeken doet (Kamerstukken II 2018/19, 31 570, 35).

Read more

04.09.2019 NL law
De nieuwe coördinatieregeling in de Awb: wetsvoorstel ingediend!

Short Reads - Ruim een jaar na het sluiten van de internetconsultatie heeft de minister van Rechtsbescherming op 10 juli jl. het wetsvoorstel dat onder meer een algemene coördinatieregeling mogelijk maakt ingediend. In een eerder blogbericht is al ingegaan op de consultatieversie van dit wetsvoorstel en zijn daarmee de hoofdlijnen van de voorgestelde coördinatieregeling besproken. Wij grijpen de indiening van het wetsvoorstel aan om de ingekomen reacties op de internetconsultatie te bespreken alsmede de wijzigingen waartoe deze reacties hebben geleid.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring