Articles

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

01.03.2012 NL law

1.  Kabinetsnotitie omgevingswet 
 
Op 9 maart 2012 is de Kabinetsnotitie Stelselwijziging Omgevingsrecht verschenen. Deze notitie is de opmaat naar een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet beoogt het omgevingsrecht eenvoudiger en beter te maken. Meer dan zestig wetten, waaronder de Wro, Wabo, Tracéwet en de Wet natuur, zullen worden samengevoegd tot één wet op het gebied van water, milieu, ruimte, infrastructuur, natuur, bouw, cultuurhistorie, enz.
Tot 11 april jl. kon eenieder zienswijzen naar voren brengen. De commissie mer en de VNG hebben hun reactie openbaar gemaakt. De zienswijzen worden nu gebruikt voor de uitwerking van het wetsvoorstel.

De tekst van de kabinetsnotitie kunt u hier lezen. De kern van de Kabinetsnotie kan als volgt worden beschreven (zie ook SC-online). De bestaande juridische instrumenten worden teruggebracht tot volgende zes centrale rechtsfiguren:
1. De omgevingsvisie bundelt alle ruimtelijke visies en plannen van overheden op het gebied van onder meer milieu, water en verkeer tot één strategische visie.
2. Het programma brengt alle plannen en doelen die vanuit Europa wettelijk voorgeschreven worden terug tot één document.
3. Algemene regels voor activiteiten in de leefomgeving.
4. De omgevingsverordening is een nieuw instrument voor provincies en gemeenten dat het bestemmingsplan en alle provinciale en gemeentelijke verordeningen vervangt. Een soort 'bestemmingsplan+'.
5. De omgevingsvergunning blijft bestaan. De reikwijdte wordt nog verder uitgebreid.
6. Het projectbesluit maakt nieuwe ontwikkelingen mogelijk die in strijd zijn met de omgevingsverordening. 

2.  Het Bouwbesluit 2012 is op 1 april 2012 in werking getreden 
 
Op 1 april jl. zijn het Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012 in werking getreden. Het Bouwbesluit 2012 stelt nieuwe eisen aan het (ver)bouwen, het gebruik, de staat en de sloop van gebouwen. Het doel van de regeling is bouwtechnische eisen leesbaarder, eenvoudiger en eenduidiger te maken.
Het nieuwe Bouwbesluit en de Regeling vervangen meerdere regelingen, nl. het Bouwbesluit 2003, de Regeling Bouwbesluit 2003, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit), de gemeentelijke bouwverordeningen en (een deel van) het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels.
Alles over het Bouwbesluit 2012 is te vinden op de website Bouwbesluit Online 2012.
Mocht u van mening zijn dat het Bouwbesluit 2012 omissies of onduidelijkheden bevat dan kunt u dit formulier naar het ministerie van BZK e-mailen. 
 
3.  Indienen nieuwe beroepsgronden mogelijk tot drie weken nadat de StAB om advies is gevraagd 
 
In (hoger) beroep voeren appellanten regelmatig nieuwe beroepsgronden aan. De mogelijkheden hiertoe zijn begrensd. Op 29 februari jl. heeft de Afdeling een nieuwe grens geformuleerd.
De Afdeling stelt in de uitspraak voorop dat, tenzij de wet anders bepaalt, ook na afloop van de beroepstermijn nieuwe gronden kunnen worden ingediend. Deze mogelijkheid wordt begrensd door de goede procesorde. Om te bepalen of sprake is van strijd met de goede procesorde, maakt de Afdeling een afweging van de proceseconomie, de reden waarom de desbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium is aangevoerd, de mogelijkheid voor de andere partijen om adequaat op die beroepsgrond te reageren en de processuele belangen van de partijen over en weer.
In het omgevingsrecht wordt vaak de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) om deskundigenadvies gevraagd. In deze uitspraak was een nieuwe beroepsgrond pas na het uitbrengen van het deskundigenbericht ingediend. Hierdoor kon de deskundige er in zijn deskundigenbericht niet op ingaan. Omdat niet aannemelijk is geworden dat de beroepsgrond niet eerder had kunnen worden ingediend, acht de Afdeling het indienen van de nieuwe beroepsgrond in strijd met de goede procesorde.
Voor alle toekomstige procedures oordeelt de Afdeling in algemene zin dat zij voortaan het indienen van nieuwe beroepsgronden later dan drie weken nadat de Afdeling de StAB heeft verzocht een deskundigenbericht uit te brengen, in strijd met de goede procesorde zal achten.
De gehele uitspraak van de Afdeling kunt u hier lezen.

Bovenstaande uitspraak van de Afdeling is een aanvullende begrenzing en brengt geen verandering in de al eerder bepaalde grenzen, zoals bijvoorbeeld de onderdelenfuik (die inhoudt dat een uitbreiding van de omvang van het geding over een bestemmingsplan door na afloop van de beroepstermijn een nieuw plandeel aan te vechten niet mogelijk is, ABRvS 25 januari 2012, LJN BV1840). Ook is een hoger beroep gericht tegen de aangevallen uitspraak. Als er geen reden is om aan te nemen dat een grond niet al bij de rechtbank kon worden aangevoerd, kan dit niet tot een gegrond hoger beroep leiden (ABRvS 15 februari 2012, LJN BV5062). 
 
4.  Veranderde werkwijze op zittingen van de Afdeling bestuursrechtspraak 
 
Vanaf eind maart hanteert de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een andere werkwijze op zittingen. Deze andere werkwijze wordt aangekondigd in de brief waarin u wordt uitgenodigd voor de zitting.
Tijdens de zitting komt het bevragen van partijen door de Afdeling centraal te staan. Partijen mogen aan het begin van de zitting een korte uiteenzetting geven van hoogstens vijf minuten. Langere pleitnota's worden niet ingenomen. De rest van de zitting zal bestaan uit vragen van de staatsraden.
Op dit moment vinden er zittingen in zowel de oude als nieuwe werkwijze plaats. De Afdeling adviseert u dan ook om, om misverstanden te voorkomen, de uitnodigingsbrief zorgvuldig te lezen. 
 
5.  Natuurbeschermingsvergunningen zijn naar burgerlijk recht niet overdraagbaar 
 
Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 maart 2012 (LJN BV9525) blijkt dat vergunningen die zijn verleend op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw) naar burgerlijk recht niet overdraagbaar zijn. Een wijziging van de tenaamstelling van de vergunning is daarom noodzakelijk.
Uit artikel 3:83, eerste en derde lid, van het BW volgt dat vergunningen slechts overdraagbaar zijn wanneer de wet dit bepaalt. In de Nbw is niet voorzien in een regeling omtrent de overdracht van een vergunning. Hieruit volgt dat Nbw-vergunningen niet overdraagbaar zijn volgens de regels van burgerlijk recht. Dat betekent echter niet dat een verleende Nbw-vergunning niet kan overgaan op een ander natuurlijk persoon of een rechtspersoon. Gelet op de aard van vergunningen die worden verleend in het kader van de Nbw 1998 is het in beginsel niet uitgesloten dat de vergunninghouder bij het bevoegde bestuursorgaan kan verzoeken om een besluit tot wijziging van de tenaamstelling van de verleende vergunning. Het bevoegde bestuursorgaan kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, hieraan medewerking verlenen. Langs deze weg kan een overgang van de Nbw-vergunning worden bewerkstelligd.

6.  Milieuvergunning Afvalcentrale Harlingen blijft overeind 
 
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 14 maart 2012 de beroepen van o.a. de Stichting Afvaloven Nee (SAN) gericht tegen de milieuvergunning voor de afvalverbrandingsoven (REC) in Harlingen afgewezen. SAN had de vrees dat de uitstoot aanzienlijke effecten zou hebben op de mens en de natuur. De Afdeling heeft vastgesteld dat de REC voldoet aan de strengste eisen en dat gedeputeerde staten van Friesland een zorgvuldige procedure hebben gevoerd. Aaldert ten Veen en Jan van Oosten hebben geadviseerd bij het vergunningverleningproces en vertegenwoordigden gedeputeerde staten bij de Afdeling. De uitspraak is hier te lezen.

7.  Is het Besluit mer nog steeds in strijd met Europees recht? 
 
Op 1 april 2010 is het Besluit mer gewijzigd om te voldoen aan Europees Recht. Deze wijziging had betrekking op de drempelwaarden uit de zogenaamde D-lijst (mer-beoordelingsplichtige activiteiten). Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 2012 (LJN BV8757 blijkt dat het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie ook nu nog van belang is voor de uitleg van het Besluit mer, maar dan voor de drempelwaarden van de C-lijst (mer-plichtige activiteiten).
De uitspraak heeft betrekking op de huisvesting van vleesvarkens. De drempelwaarde van categorie 14 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit mer wordt niet overschreden. Er bestaat daarom geen verplichting om een mer op te stellen. De Afdeling wijst vervolgens op het arrest van het Hof van Justitie van 15 oktober 2009 (C-255/08). Op grond van dit arrest dient het bevoegd gezag, ook als de drempelwaarden niet worden overschreden, andere factoren die aanleiding kunnen geven tot het opstellen van een mer in aanmerking nemen. Deze beoordeling dient ook plaats te vinden als de drempelwaarden van de C-lijst niet worden overschreden. 
 
8.  Welke infrastructuurprojecten vallen onder de rijkscoördinatieregeling? 
 
Op 10 april 2012 is een rapportage naar de Tweede Kamer gezonden waarin een overzicht wordt gegeven van alle energie-infrastructuurprojecten die in Nederland worden gerealiseerd met toepassing van de rijkscoördinatieregeling. Wilt u weten welke projecten dat zijn dan kunt u deze hier vinden. 
 
9.  Wat te doen met een vogelnest in een projectgebied? 
 
In een tussenuitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 maart 2012 (LJN BV9455) geoordeeld dat ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (Ffw) kan worden verleend als de afname van het aantal vaste rust- of verblijfplaatsen tijdelijk van aard is.
In deze procedure zou door de aanleg van het tracé van de Rijksweg 31, Haak om Leeuwarden, nesten van een buizerd verloren gaan. De nesten van de buizerd zijn jaarrond beschermd, waardoor het niet afdoende is de werkzaamheden buiten het broedseizoen te verrichten.
Het weghalen van de jaarrond beschermde nesten en het vervolgens creëren van nieuw leefgebied dat geschikt is voor de buizerd is geen mitigerende maatregel die erop is gericht overtreding van de in artikel 11 van de Ffw neergelegde verboden te voorkomen. Daarom is voor het vernielen van een jaarrond beschermd nest ontheffing van artikel 11 Ffw nodig.
Voor één nest was ten onrechte geen ontheffing verleend. Voor een ander nest was wel ontheffing verleend. Er was géén alternatieve nestlocatie voorhanden waardoor de functionaliteit van dat nest verloren is gegaan. Door plaatsing van nieuwe beplanting zou het gebied in de toekomst wel weer geschikt worden voor de buizerd. De Afdeling leidt hieruit af dat het gebied gedurende de periode waarin het tracé wordt aangelegd weliswaar niet geschikt is als vaste rust- of verblijfplaats voor de buizerd, maar dat het gebied na de aanleg weer geschikt zal worden gemaakt en dat de afname van het aantal vaste rust- of verblijfplaatsen in zoverre tijdelijk van aard is. In dat geval is de gunstige staat van instandhouding van de buizerd niet in geding. Nu ook aan de overige vereisten van de Ffw was voldaan kon ontheffing van de Flora- en faunawet voor dat nest worden verleend. 

10.  Wetsvoorstel Implementatie Richtlijn industriële emissies 
 
Al eerder berichtten wij u over de Richtlijn industriële Emmissies (RIE). Deze richtlijn integreert de IPPC-richtlijn met zes andere richtlijnen. Op 7 januari 2013 moet de RIE in Nederland geïmplementeerd zijn. Daartoe is op 12 maart 2012 een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden.
Dit wetsvoorstel zal o.m. de Wabo en de Wm wijzigen. Het wetsvoorstel en alle overige kamerstukken zijn hier te vinden. Meer informatie over de RIE is op de website van Infomil te vinden. 
 
11.  Wetsvoorstel Wet basisregistratie personen 
 
Op 29 maart 2012 is het wetsvoorstel Wet basisregistratie personen aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel zal de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens vervangen. Alle kamerstukken zijn hier te vinden. 
 
12.  Reikwijdte inzagerecht persoonsgegevens 
 
De afgelopen periode is in meerdere uitspraken aandacht besteed aan de reikwijdte van het inzagerecht. Op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) heeft degene van wie de persoonsgegevens worden verwerkt, het recht om inzage te verkrijgen in de gegevens die over hem verwerkt worden. De betrokkene mag zich, met redelijke tussenpozen, tot een verantwoordelijke wenden en vragen of er persoonsgegevens over hem verwerkt worden.

De verantwoordelijke is degene die het doel en de middelen voor de gegevensverwerking vaststelt en kan bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders zijn of een minister. Indien de verantwoordelijke persoongegevens over de betrokkene verwerkt, dan moet hij een volledig overzicht hiervan verstrekken, waarbij hij ook aangeeft voor welke doeleinden de gegevens worden verwerkt.

In de praktijk wordt het inzagerecht van de Wbp vaak gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor het oorspronkelijk bedoeld is. Vaak proberen partijen in een geschil via het inzagerecht bepaalde stukken in handen te krijgen ter ondersteuning van hun rechtspositie, zeker wanneer een exhibitieverzoek niet succesvol is. In dat geval stuit men geregeld op twee punten: gaat het daadwerkelijk om persoonsgegevens in de zin van de Wbp en zo ja, wat is de reikwijdte van het inzagerecht?

Zo speelde eind vorig jaar twee zaken tussen de Minister van Immigratie en Asiel en een betrokkene (Rechtbank Amsterdam 13 december 2011, LJN: BV0315 en ABRvS 2 november 2011, LJN: BU3136). De betrokkene wenste inzage in zijn dossier, inclusief de juridische analyse die door de ambtenaren die zijn zaak behandelden, was gemaakt. In deze zaken werd geoordeeld dat conform vaste rechtspraak, een juridische analyse van ambtenaren (de minuut) geen persoonsgegeven in de zin van de Wbp is en daarom geen kopie van dit stuk van het dossier via een inzageverzoek kan worden verkregen.

Voor wat betreft de reikwijdte van het inzagerecht heeft de Hoge Raad in 2007 in de Dexia-uitspraken bepaald dat het inzagerecht ruim moet worden uitgelegd (Hoge Raad 29 juni 2007, LJN: AZ4663, Hoge Raad 29 juni 2007, LJN: AZ4664 en Hoge Raad 29 juni 2007, LJN: BA3529). Aan betrokkenen moeten kopieën, afschriften of uittreksels worden verstrekt. In bepaalde gevallen kan een verantwoordelijke ook een volledig overzicht geven zonder afschriften of kopieën te verstrekken, maar dan moet de verantwoordelijke aantonen dat deze wijze volstaat om invulling te geven aan het inzagerecht.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is echter van oordeel dat het inzagerecht beperkt moet worden uitgelegd. In februari 2011 oordeelde de Afdeling dat het uitgangspunt moet zijn dat niet altijd kopieën hoeven te worden verstrekt (ABRvS 2 november 2011, LJN: BU3136). Deze reikwijdte is door de Afdeling nog verder beperkt in een uitspraak van oktober 2011 waarin is geoordeeld dat het inzagerecht niet open staat wanneer de gewenste stukken op een andere manier kunnen worden verkregen (ABRvS 19 november 2011, LJN: BT8554).

De twee hoogste rechtscolleges van Nederland lijken elkaar dus tegen te spreken. Recentelijk is dit probleem in een zaak voor de Rechtbank Middelburg aan de orde gesteld (Rechtbank Middelburg 15 maart 2012, LJN: BV8942). In deze bestuursrechtelijke procedure werd in het kader van een asielaanvraagprocedure, inzage verzocht in juridische analyse die aan de afwijzing van de asielaanvraag ten grondslag lag. In lijn met de beperkte uitleg van zowel het begrip "persoonsgegeven" als de reikwijdte van het inzagerecht uit de jurisprudentie van de Afdeling, zou dit verzoek in principe moeten worden afgewezen. De rechtbank is echter niet overtuigd dat de door de Afdeling gehanteerde uitleg in lijn is met de Europese privacywetgeving. Daarnaast blijft er een discrepantie tussen de reikwijdte van het inzagerecht in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke geschillen. Daarom heeft de rechtbank besloten om aan het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen hierover te stellen. Uit de beantwoording, die waarschijnlijk niet voor 2014 te verwachten is, zal moeten blijken of de uitleg van de Hoge Raad of de uitleg van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gevolgd. De reikwijdte van zowel het begrip "persoonsgegeven" als van het inzagerecht blijft hierdoor (voorlopig) onduidelijk. 
 
13.  Nieuw DBFM(O)-standaardcontract 
 
Op 13 april 2012 heeft de Rijksoverheid een nieuw standaardcontract voor publiek-private projecten (PPS) gepubliceerd. Daarnaast is ook een aanbestedingsleidraad gepubliceerd. De documenten zijn een gezamenlijk product van het ministerie van Financiën, de Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat. Het Rijk hoopt dat het standaardcontract een impuls geeft aan de totstandkoming van D(esign)-B(uild)-F(inance)-M(aintain)-O(perate) contracten. U kunt hier het nieuwe contract en de leidraad vinden. 
 
14.  Naheffing BTW bij gemeenten 
 
De Hoge Raad heeft op 30 maart 2012 (LJN BR4476) geoordeeld dat de aftrek van omzetbelasting door een gemeente bij een zogeheten sale-and-lease-back-transactie met onroerende zaken onder omstandigheden misbruik van recht kan vormen. De belastingdienst kan dan een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opleggen. 

15.  Publicaties 
 
Hieronder volgt een selectie van recente publicaties van de Stibbe advocaten van Administrative Law & Real Estate. Door op de link te klikken kunt u de artikelen en annotaties downloaden.

• Legal500
De Legal500 2012 is verschenen. Stibbe is volgens de Legal500 een 'first tier firm' (de hoogste categorie) op onder meer de gebieden Environment and Planning en Construction.

• SVIR en Barro: beleid en regel voor de nationale ruimte
Erwin Noordover, BR 2012/49

• Voorstellen van de Europese Commissie voor nieuwe aanbestedingsrichtlijnen (deel 2)
Babette Blaisse-Verkooyen en David Orobio de Castro, TBR 2012/69

• StAB Jaaroverzicht 2011
met op pagina 8-11 een interview met Aaldert ten Veen

• Kroniek van het algemeen bestuursrecht
Tom Barkhuysen, NJB 2012/881

• 'Als ik minister van Veiligheid en Justitie was…'
Interview Tijn Kortmann en Tom Barkhuysen in Mr. (maart 2012)

• Annotatie over wat de status is van het zonebeheerplan
Valérie van 't Lam, ABRvS 2 november 2011, nr. 201008546/1/M1, StAB nummer 1, 2012, p. 30-35

• Annotatie over handhaving van de zorgplicht uit het Activiteitenbesluit
Valérie van 't Lam, ABRvS 10 augustus 2011, nr. 201012817/1/M1, M&R 2012 afl. 2, p.93-97

• Annotatie over de ontvankelijkheid van belangenorganisaties in het bestuurs(proces)recht
Tom Barkhuysen en Machteld Claessens, ABRvS 15 februari 2012, JG 2012/3, nr. 12.0017

• Annotatie over het belang van een bestuursorgaan om tegen uitsluitend een proceskostenveroordeling op te komen
Tom Barkhuysen en Machteld Claessens, ABRvS 7 december 2011, JG 2012/1, nr. 12.0002

Team

Related news

15.10.2018 BE law
Gestion et traçabilité des terres en Wallonie. Nouvel arrêté du gouvernement.

Articles - Dans la continuité de l'adoption, le 1er mars 2018, du décret relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, le Gouvernement wallon a mis en place un certain nombre de mesures relatives à la gestion et à la traçabilité des terres en Wallonie. Ces mesures entreront en vigueur le 1er novembre 2019 (et partiellement le 1er septembre 2018).

Read more

12.10.2018 NL law
Tim Berners-Lee's Solid proposal: the future of data traffic?

Short Reads - The General Data Protection Regulation (GDPR) aims to strengthen the rights of individuals in respect of their personal data. Although this aim has been achieved to a certain extent, the fundamental framework of the way personal data is processed remains unchanged. Companies are still able to use large amounts of user data, in many cases without even obtaining their consent. Tim Berners-Lee, the inventor of the World Wide Web, has announced his plans for a decentralised web, in which users remain in control of their personal data.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring