Articles

Finance/Regulatory Update: Recente ontwikkelingen wetgeving financieel recht

Finance/Regulatory Update: Recente ontwikkelingen wetgeving financieel recht

Finance/Regulatory Update: Recente ontwikkelingen wetgeving financieel recht

12.07.2012

1.  Inleiding 
 
Deze Finance/Regulatory Update is onze halfjaarlijkse nieuwsbrief over recente ontwikkelingen op het gebied van het Nederlandse financiële recht.

De Nederlandse wetgever streeft ernaar wijzigingen in de wetgeving op twee vaste tijdstippen in het jaar (1 januari/1 juli) van kracht te laten worden. Hieronder gaan wij kort in op de financieelrechtelijke wijzigingen die omstreeks 1 juli 2012 van kracht zijn geworden. Voor wijzigingen op ondernemingsrechtelijk gebied verwijzen wij naar onze Corporate Update van 12 juli 2012.

De belangrijkste wetsvoorstellen op het terrein van de financiële markten zijn opgenomen in een drietal pakketten. Het eerste pakket is reeds in werking getreden. Vrijwel alle wetten die opgenomen zijn in het tweede pakket zijn per 1 juli 2012 in werking getreden en worden hieronder besproken. De Wet bekostiging financieel toezicht zal echter pas per 1 januari 2013 in werking treden. Het wetsvoorstel accountantsberoep is nog in behandeling bij de Eerste Kamer (zie onze Corporate Update van 12 juli 2012).

Inmiddels heeft de minister van Financiën een derde pakket aan wetgeving voor de financiële sector aan de Tweede Kamer gezonden. De beoogde datum van inwerkingtreding van dit pakket maatregelen is 1 januari 2013. Over dit derde pakket zullen wij u te zijner tijd nader informeren. 
 
2.  Nieuwe wet- en regelgeving per 1 juli 2012
 
 
Wet implementatie prospectusrichtlijn

Per 1 juli 2012 is de Herziene Prospectusrichtlijn (Richtlijn 2010/73/EU) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit heeft geleid tot een aantal wijzigingen in de prospectusregels. Een aantal wijzigingen wordt hieronder aangestipt.

  • Vrijstellingen van de prospectusplicht. De prospectusplicht geldt niet als de aanbieding is gericht tot minder dan 150 personen die geen gekwalificeerde beleggers zijn; tot 1 juli 2012 gold een aantal van minder dan 100 personen.

    De definitie van 'gekwalificeerde belegger' is in overeenstemming gebracht met de definitie van 'professionele cliënt' uit de Richtlijn markten voor financiële instrumenten (Richtlijn 2004/39/EC, "MiFID"). Als gekwalificeerde belegger mogen worden beschouwd 'professionele beleggers' en 'in aanmerking komende tegenpartijen'.

    Op dit moment valt een aanbieding van effecten aan het publiek buiten de reikwijdte van de Prospectusrichtlijn als de totale tegenwaarde van die aanbieding berekend over 12 maanden minder dan EUR 2,5 miljoen bedraagt. Hoewel de Herziene Prospectusrichtlijn aan de lidstaten de mogelijkheid biedt om het drempelbedrag te verhogen naar EUR 5 miljoen, heeft de Nederlandse wetgever ervoor gekozen om dit drempelbedrag niet te verhogen. Dit betekent dat vanaf een aanbieding met een tegenwaarde van EUR 2,5 miljoen of meer nog steeds een prospectus dient te worden opgesteld.

    In lijn met de Herziene Prospectusrichtlijn geldt voortaan voor aanbiedingen met een tegenwaarde van EUR 100.000 per belegger, of een nominale waarde per eenheid van ten minste EUR 100.000 een vrijstelling van de prospectusplicht. Voorheen was dit grensbedrag EUR 50.000. Deze wijziging is opgenomen in de Wijzigingswet financiële markten 2010 en is op 1 januari 2012 in werking getreden. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar onze Corporate Alert van 23 december 2011.

    Bij het aanbieden van effecten aan werknemers wordt de vrijstelling van de prospectusplicht verruimd. In de Europese Unie (EEG) gevestigde uitgevende instellingen waarvan geen effecten tot de handel op een in een lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde markt zijn toegelaten, kunnen door deze wijziging aan hun werknemers effecten aanbieden zonder een goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar te stellen. Als de werkgever haar zetel of hoofdkantoor buiten de EU (EEG) heeft, hoeft ook geen goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar te worden gesteld als de effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een markt van een derde land en aan bepaalde andere voorwaarden wordt voldaan.

    Als gevolg van de implementatie van de Herziene Prospectusrichtlijn is ook de Vrijstellingsregeling Wft gewijzigd (Stcrt. 2012, nr. 12286).Samenvatting. Voortaan worden specifiekere eisen gesteld aan de samenvatting van het prospectus. De samenvatting zal bepaalde kerngegevens moeten bevatten om beleggers te helpen een overwogen keuze te maken al dan niet te beleggen in de effecten die in het prospectus worden beschreven.
     
  • Elektronische vorm. Het prospectus moet vanaf 1 juli 2012 altijd in elektronische vorm op een website algemeen verkrijgbaar worden gesteld. Uitsluitend publicatie in 'hard copy' volstaat niet langer.
  • Jaarlijks document. Per 1 juli 2012 is de plicht om jaarlijks een document op te stellen dat een overzicht geeft van gepubliceerde effectenrechtelijke informatie vervallen.
  • Prospectusverordening (Verordening (EG) 809/2004). De Europese Commissie heeft een Gedelegeerde Verordening tot wijziging van de Prospectusverordening (Verordening (EU) 486/2012), die betrekking heeft op de vormgeving en de inhoud van het prospectus, het basisprospectus en de definitieve voorwaarden, de samenvatting en op een vermindering van informatievereisten voor specifieke uitgevende instellingen. Deze Gedelegeerde Verordening is eveneens op 1 juli 2012 in werking getreden. 

Wet introductie geschiktheidseis en versterkte samenwerking tussen toezichthouders

De Wet introductie geschiktheidseis en versterkte samenwerking tussen toezichthouders versterkt allereerst de interne governance van DNB en de AFM. De wettelijke taak van de Raad van Commissarissen van DNB en de Raad van Toezicht van de AFM wordt verbreed en de minister van Financiën krijgt de bevoegdheid om in bepaalde gevallen beleidsregels voor de taakuitoefening van de toezichthouder vast te stellen.

Daarnaast voegt deze wet aan de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren een geschiktheidseis toe voor dagelijks beleidsbepalers en commissarissen van onder toezicht staande ondernemingen. Bestuurders en commissarissen van financiële instellingen moeten sinds 1 juli 2012 'geschikt' worden bevonden door DNB en de AFM. Dit begrip vervangt het toetsingscriterium 'deskundig'. De introductie van de geschiktheidseis behelst geen inhoudelijke wijziging. De wet bepaalt dat zowel DNB als de AFM de betreffende persoon geschikt moeten achten. Mocht één van de toezichthouders twijfels hebben, dan kan de betreffende persoon niet worden benoemd. Hetzelfde geldt voortaan ten aanzien van het toetsingscriterium 'betrouwbaar'.

DNB en AFM hebben in het licht hiervan de Beleidsregel deskundigheid 2011 herzien. De nieuwe Beleidsregel geschiktheid 2012 (Stcrt. 2012, 13546) is op 1 juli 2012 in werking getreden en verduidelijkt wat de toezichthouders verstaan onder 'geschiktheid' en welke aspecten bij de toetsing van een beleidsbepaler in aanmerking moeten worden genomen. De Beleidsregel bespreekt wanneer beleidsbepalers getoetst moeten of kunnen worden en welke informatie en antecedenten de toezichthouders hierbij meewegen. DNB en AFM hebben onlangs gezamenlijk een informatiebulletin opgesteld over de toetsing van bestuurders en commissarissen.

Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde instellingen

Deze wet wijzigt de Wet op het financieel toezicht en de Wet financiële markten en stelt zowel een expliciete wettelijke beperking van de aansprakelijkheid van DNB en AFM, als een bonusverbod voor staatsgesteunde ondernemingen voor.

Ook deze wet is in werking getreden met ingang van 1 juli 2012, met uitzondering van een aantal artikelen inzake het bonusverbod voor staatsgesteunde ondernemingen. Deze artikelen zijn reeds in werking getreden met ingang van de dag volgend op de uitgiftedatum van het Staatsblad waarin deze wet is geplaatst (20 juni 2012).

In de bestaande wet- en regelgeving was niet voorzien in een bijzondere regeling voor de aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders (DNB en AFM). De aansprakelijkheid werd dan ook volgens het algemene aansprakelijkheidsregime beoordeeld. Deze wet introduceert voor DNB en de AFM een expliciete wettelijke beperking van de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een handelen of nalaten in de uitoefening van een aan hen op grond van een wettelijk voorschrift opgedragen taak of verleende bevoegdheid, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van (i) een opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of (ii) een opzettelijk onbehoorlijke uitoefening van bevoegdheden of (iii) in belangrijke mate te wijten is aan grove schuld.

Tevens bevat de wet een bonusverbod voor staatsgesteunde instellingen. Door het bonusverbod kunnen dagelijks beleidsbepalers van staatsgesteunde banken en verzekeraars geen bonussen meer ontvangen gedurende de periode dat deze instellingen staatssteun ontvangen. De maatregel zal zowel gaan gelden voor toekomstige gevallen van staatssteun als voor instellingen die op dit moment al staatssteun ontvangen. Voor bestaande gevallen is daarbij in een overgangsregel voorzien, waarin rekening is gehouden met de mate waarin de nieuwe regels voorzienbaar waren voor gesteunde ondernemingen en hun bestuurders. Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze Corporate Alerts van 16 december 2011 en 17 februari 2012.

Wet bijzondere maatregelen financiële ondernemingen (Interventiewet)

Op 13 juni 2012 is de Interventiewet in werking getreden. De Interventiewet voorziet in een uitbreiding van de bevoegdheden van DNB en de Minister van Financiën om te interveniëren bij financiële ondernemingen in ernstige problemen.

De Interventiewet wijzigt daartoe onder meer de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet. Tot op heden ontbrak het de overheid aan mogelijkheden om actief aan te sturen op een tijdige en ordentelijke afwikkeling van ondernemingen of op een andere uitkomst met minder maatschappelijke kosten dan een faillissement op het moment dat een financiële onderneming in problemen raakt. De Interventiewet versterkt het bestaande toezichtinstrumentarium en introduceert enkele nieuwe bevoegdheden voor DNB en de Minister van Financiën. Deze bevoegdheden maken het mogelijk in te grijpen bij in moeilijkheden verkerende financiële instellingen, zodat het financiële systeem ook in tijden van crisis kan blijven functioneren.

Op grond van de Interventiewet is DNB bevoegd een overdrachtsplan voor te bereiden, zodra er tekenen zijn van een gevaarlijke ontwikkeling met betrekking tot het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit dan wel de technische voorzieningen en redelijkerwijs is te voorzien dat die ontwikkeling niet voldoende, of niet tijdig, ten goede zal keren. Het moment waarop DNB maatregelen kan treffen is derhalve aanzienlijk vervroegd en de toepasselijke criteria zijn versoepeld. Afhankelijk van de overdracht waarop het overdrachtsplan betrekking heeft, staan DNB drie mogelijkheden ter beschikking zodra het overdrachtsplan gereed is: (i) DNB kan de rechtbank verzoeken toepassing te geven aan de overdrachtsregeling, (ii) de noodregeling kan van toepassing worden verklaard of (iii) het faillissement kan worden aangevraagd.

Ook de Minister van Financiën krijgt de bevoegdheid in te grijpen bij een financiële onderneming in nood. De minister kan echter pas van zijn bevoegdheid gebruikmaken indien de 'stabiliteit van het financiële stelsel ernstig en onmiddellijk in gevaar komt als gevolg van de situatie waarin een financiële onderneming met zetel in Nederland zich bevindt'. Aan de Minister komen in dat kader twee bevoegdheden toe: hij kan ingrijpen in de interne bevoegdheden van een financiële onderneming en hij kan als laatste redmiddel besluiten tot onteigening van een financiële onderneming.

De Interventiewet bepaalt voorts dat zogenaamde ‘trigger events’-bepalingen die zijn gekoppeld aan de nieuwe bevoegdheden van DNB en de minister van Financiën buiten werking worden gesteld. Bijvoorbeeld het recht van de wederpartij om in zo'n geval een vordering op te eisen of extra zekerheid te verlangen. Ook als er zich een omstandigheid voordoet, zoals een 'downgrade' van de financiële onderneming, die het gevolg is van de uitoefening door DNB of de minister van Financiën van hun nieuwe bevoegdheden, kunnen wederpartijen jegens de financiële onderneming geen beroep doen op een dergelijke omstandigheid. De ratio van deze bepalingen is te voorkomen dat een financiële onderneming als gevolg van de overheidsinterventie juist verder in de problemen komt.

Wet implementatie Omnibus I-richtlijn

De Omnibus I-richtlijn (Richtlijn 2010/78/EU) geeft een passende reikwijdte aan een aantal algemene bevoegdheden van drie nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten en het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR). De drie nieuwe toezichthouders zijn de Europese Bankenautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EAVB) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM). De toezichthouders zijn door middel van verordeningen opgericht en moeten bijdragen aan de stabiliteit en doeltreffendheid van het financiële stelsel in Europa. Om een goede samenwerking tussen DNB en de AFM enerzijds en deze Europese toezichtautoriteiten en het Europees Comité voor systeemrisico's anderzijds te borgen, wordt met deze wet een regeling in de Wet op het financieel toezicht opgenomen die betrekking heeft op de samenwerking met deze autoriteiten.

Wijzigingswet financiële markten 2012

De Wijzigingswet financiële markten 2012 is reeds in werking getreden op 1 januari 2012 (uitgezonderd een aantal artikelen dat pas op 1 juli 2012 in werking trad). De onderdelen van de Wijzigingswet financiële markten 2012 die op 1 juli 2012 in werking traden hebben betrekking op het in de Wet op het financieel toezicht opnemen van de bepalingen aangaande wisselinstellingen en de daarmee samenhangende intrekking van de Wet op de geldtransactiekantoren, de bepalingen betreffende de biedingsregels (voor meer informatie zie onze Corporate Update van 12 juli 2012), een regeling met betrekking tot de veiling van emissierechten en het kader ten behoeve van de implementatie van verordeningen, evenals de wijziging van de Wet toezicht trustkantoren. 

Team

Related news

07.06.2018 NL law
Introduction of Green Loan Principles

Short Reads - Green finance and sustainable finance are trending topics. After green bonds becoming an increasingly common financing instrument, there is a growing demand by borrowers for green loans. For lenders on the other hand, also in view of various recent initiatives of the European Union in respect of sustainability, participation in (syndicated) green loans is expected to become more important within the investment criteria of a financial institution.

Read more

25.04.2018 EU law
25 April 2018: Stibbe sponsors LPEA Insights conference in Luxembourg on 'Building the Real Economy'

Conference - LPEA, Luxembourg Private Equity and Venture Capital Association, organises a conference in Luxembourg, which brings on stage General Partners (GPs) and Limited Partners (LPs) to discuss and showcase the private equity sector from the perspective of local practitioners, together with additional contributions from guest speakers specially invited to the event. Stibbe Luxembourg is a proud sponsor of this event, which some of our lawyers will attend.  

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring