Articles

Recente ontwikkelingen wetgeving ondernemingsrecht

Recente ontwikkelingen wetgeving ondernemingsrecht

Recente ontwikkelingen wetgeving ondernemingsrecht

05.01.2012

Deze nieuwsbrief bevat een overzicht van een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van het Nederlandse vennootschapsrecht. De reden om deze nieuwsbrief nu uit te brengen is dat de wetgever er naar streeft wijzigingen in de wetgeving maar op twee vaste tijdstippen in het jaar namelijk per 1 januari en 1 juli van kracht te laten worden. Daarbij wordt er ook naar gestreefd ten minste twee maanden te laten liggen tussen het moment van publicatie in het Staatsblad en het moment van inwerkingtreding. Waar het gaat om wetgeving die onder het Ministerie van Financiën valt, worden deze uitgangspunten mede als gevolg van de aard van de wetgeving overigens zelden gerealiseerd.

Per 1 januari 2012 zijn maar weinig wijzigingen op het gebied van het ondernemingsrecht en het vennootschapsrecht in werking getreden. Dit is mede het gevolg van de vertraging die is opgetreden bij de afronding van een aantal tot op zekere hoogte samenhangende wetgevingsprojecten. Het gaat daarbij om de Wet bestuur en toezicht en het daarmee samenhangende voorstel voor een Reparatiewet, het wetsvoorstel met betrekking tot de claw-back en het wetsvoorstel Corporate governance. Nadat eerder uit was gegaan van inwerkingtreding van deze regelingen per 1 januari 2012, is het streven in ieder geval waar het de Wet bestuur en toezicht, het voorstel voor een Reparatiewet en het wetsvoorstel claw-back betreft, nu gericht op inwerkingtreding per 1 juli a.s.

Verwacht wordt dat per 1 juli a.s. ook wijzigingen van de regels met betrekking tot openbare biedingen van kracht zullen worden. Gedeeltelijk gaat het daarbij om wijzigingen die bij de Wijzigingswet financiële markten 2012 zijn vastgesteld. De meeste wijzigingen zullen echter plaatsvinden door wijziging van het Besluit openbare biedingen Wft en van het Vrijstellingsbesluit openbare biedingen Wft.

Op de stand van deze projecten gaan wij in nadat we kort een aantal wijzigingen die per 1 januari 2012 van kracht zijn geworden, hebben aangestipt. Over het geheel genomen zijn de wijzigingen, wanneer de wijzigingen die typisch op het gebied van het financieel recht liggen buiten beschouwing worden gelaten, beperkt. Dit geldt zowel voor het aantal als de strekking van die wijzigingen. 
 
1.  Nieuwe wet- en regelgeving per 1 januari 2012 
 
Aanpassing van de termijn voor geautoriseerde oproeping

Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet aandeelhoudersrechten moeten naamloze vennootschappen waarvan (certificaten van) aandelen verhandeld worden op een gereglementeerde markt zoals Euronext Amsterdam, aandeelhoudersvergaderingen oproepen met in achtneming van een termijn van 42 dagen. Daarmee viel die termijn samen met de in artikel 2:110 BW genoemde termijn: indien een aandeelhoudersvergadering niet uiterlijk binnen zes weken nadat een aandeelhouder om het beleggen van een aandeelhoudersvergadering had gevraagd, gehouden kon worden, stond het een aandeelhouder vrij de rechter te vragen zelf een aandeelhoudersvergadering te mogen convoceren. Bij de Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2011 is deze termijn van zes weken voor de betrokken naamloze vennootschappen verlengd tot acht weken.

In de praktijk komt een dergelijke geautoriseerde bijeenroeping weinig voor. Belangrijker dan deze wetsbepaling is de discussie over de responstijd. Op grond van de Nederlandse corporate governance code (de "Code") kan het bestuur van een uitgevende instelling indien een aandeelhouder vraagt een bepaald belangrijk onderwerp te agenderen een responstijd van ten hoogste 180 dagen inroepen. Die termijn moet in beginsel ook door aandeelhouders gerespecteerd worden (Paragraaf IV.4.4. juncto II.1.9 van de Code). Het inroepen van de responstijd veronderstelt dat het bestuur de periode gebruikt voor constructief overleg met onder meer de aandeelhouder die agendering heeft gevraagd. In ieder geval indien het bestuur de periode onvoldoende gebruikt, behoeven aandeelhouders de responstijd niet te respecteren; ook in bijzondere gevallen zal van aandeelhouders niet verlangd kunnen worden dat zij de responstijd in acht nemen. Er zijn nog geen gevallen geweest waarin de rechter zich heeft moeten uitspreken over de vraag of een onderneming terecht een responstijd heeft ingeroepen. Een dergelijke uitspraak zou mogelijk in het kader van een verzoek tot een geautoriseerde bijeenroeping gedaan kunnen worden.

Inwerkingtreding Wijzigingswet financiële markten 2012

Een groot deel van de Wijzigingswet financiële markten 2012 is in werking getreden. Naast inhoudelijke wijzigingen die van toepassing zijn op wisselkantoren en trustkantoren en naast de hiervoor al aangestipte wijzingen van de in de wet neergelegde biedingsregels, houdt deze Wet vooral technische, niet-inhoudelijke wijzigingen van de Wet op het financieel toezicht ("Wft") en wijzigingen van andere wetgeving op het terrein van de financiële markten in, die buiten het bestek van deze nieuwsbrief vallen.

Introductie van een meldingsplicht voor cash settled instrumenten

De Wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met introductie van een meldingsplicht voor bepaalde cash settled instrumenten is in werking getreden. Hierdoor zijn de regels voor het melden van stemmen, kapitaal, zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen in Hoofdstuk 5.3 van de Wft uitgebreid met een meldingsplicht voor bepaalde cash settled instrumenten. Deze moeten bij de beantwoording van de vraag of een bepaalde drempel wordt bereikt of overschreden ook in aanmerking genomen worden. Deze cash settled instrumenten kunnen van invloed zijn op wijze waarop het stemrecht op de onderliggende aandelen wordt uitgeoefend, zonder dat daar overigens een contractuele verplichting aan ten grondslag ligt. Het doel van de regeling is meer inzicht te geven in economische posities. De uitwerking van de regeling is bij de wet gedelegeerd aan de AFM die op 27 december 2011 terzake een Beleidsregel heeft vastgesteld. Voor meer informatie over deze Wet verwijzen wij naar onze Corporate alerts van 30 december 2011 en 2 januari 2012.

Nieuw Boek 10 Burgerlijk Wetboek (internationaal privaatrecht)

De Vaststellings- en invoeringswet Boek 10 BW is in werking getreden. Hiermee is ons BW aangevuld met een nieuw Boek 10, waarin belangrijke delen van het Nederlandse IPR bijeen zijn gebracht. In Titel 8 van dit deel is nu ook het Nederlandse internationale rechtspersonenrecht ondergebracht. Het gaat daarbij alleen om erkenningsregels en regels van conflictenrecht en niet om regels van materieel rechtspersonenrecht. De regelingen die waren opgenomen in de Wet conflictenrecht corporaties zijn nu in dit deel opgenomen. De Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen is daarnaast blijven bestaan omdat die wet voornamelijk antimisbruikbepalingen inhoudt. De artikelen 1-14 Rv waarin het commune internationale bevoegdheidsrecht is geregeld, en artikel 431 Rv ten aanzien van de erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen, blijven in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering gehandhaafd. 
 
2.  Update vennootschapsrechtelijke wetsvoorstellen 
 
Wet bestuur en toezicht en voorstel Reparatiewet bestuur en toezicht

In onze Corporate alert van 4 oktober 2011 zijn wij ingegaan op het voorstel voor de Reparatiewet waarbij de Wet bestuur en toezicht die het aantal bestuursfunctie en commissariaten die één persoon bij grote ondernemingen mag hebben beperkt, wordt aangepast. Wij hebben er daarbij op gewezen dat ondanks de reparatie op veel punten onduidelijkheid bleef bestaan. Bij de Tweede Kamer is inmiddels een Nota van wijziging ingediend, die veel van de gerezen vragen beantwoordt. Gelet op de reeds eerder gesignaleerde onduidelijkheden noemen we de belangrijkste punten. Niet uitgesloten is dat in het wetgevingstraject nog verdere wijzigingen of verduidelijkingen zullen worden aangebracht.

Kwalificatie van "grote" NV / BV / stichting
Voor de beantwoording van de vraag of een rechtspersoon als "groot" kwalificeert, moet uitgegaan worden van de geconsolideerde gegevens. Groot zijn die rechtspersonen die voor de openbaarmaking van jaarrekeningen als "middelgroot" worden aangemerkt. Of een stichting groot is, is alleen van belang indien de stichting een onderneming in stand houdt of op grond van bijzondere wetgeving verplicht is jaarlijks haar financiële verantwoording op te stellen die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 Boek 2 BW. Voor stichtingen geldt echter in plaats van de netto-omzet het criterium van de bedrijfsopbrengsten of het totaal van de baten voor zover de stichting deze bij of krachtens bijzondere wetgeving opneemt in de financiële verantwoording. Net zoals voor de publicatieverplichting van de jaarrekening het geval is, is een onderneming pas groot inden deze op twee achtereenvolgende balansdata aan de criteria voldoet. Omgekeerd valt een rechtspersoon pas niet langer onder de regeling indien deze op twee achtereenvolgende balansdata niet langer aan ten minste twee van de eisen voldoet.

Nietigheid benoeming heeft geen gevolgen voor rechtsgeldigheid besluitvorming
Indien onverhoopt een benoeming in strijd met de wet plaatsvindt, blijft deze benoeming nietig. Dit heeft echter geen gevolgen voor de besluiten bij de totstandkoming waarvan degene van wie de benoeming nietig is, betrokken is geweest.

Toepassing limitering
Een benoeming in strijd met de limitering heeft alleen gevolgen voor die benoeming en heeft geen gevolgen voor de functies waarin de betrokkene eerder is benoemd. Indien een rechtspersoon, nadat iemand is benoemd, "groot" wordt, heeft dat geen gevolgen voor de functies waarin hij eerder is benoemd. Pas bij nieuwe benoemingen moet met een dergelijke statuswijziging rekening worden gehouden.

Benoemingen bij vennootschap met een one tier board
Voor toepassing van de wet gelden voor een niet-uitvoerend bestuurder en een uitvoerend bestuurder dezelfde beperkingen die voor een lid van de raad van commissarissen en een bestuurder bij een two tier board gelden.

Benoemingen bij groepsmaatschappijen
Benoemingen bij verschillende groepsmaatschappijen gelden in principe als één benoeming. Onduidelijk is nog wat geldt indien één persoon bestuurder is bij bepaalde groepsvennootschappen en commissaris bij andere groepsvennootschappen.

Pensioenfondsen
Voor pensioenfondsen in de vorm van een stichting waarbij het bestuur meer een toezichthoudende dan een uitvoerende taak vervult, is geen speciale regeling opgenomen.

Overige rechtsvormen
Coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen vallen niet onder de regeling omdat het oorspronkelijke amendement dat tot het voorstel voor de Reparatiewet heeft geleid, daar geen betrekking op had.

De streefdatum voor inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht en de Reparatiewet is 1 juli 2012. Dat betekent dat bij ondernemingen waarvan het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar, de regeling niet van invloed is bij benoemingen in de jaarlijkse vergadering van aandeelhouders in 2012.

Wetsvoorstellen Flex-BV

In december 2011 heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie van de Eerste Kamer het Voorlopig verslag bij het wetsvoorstel tot flexibilisering van het BV-recht en het voorstel voor de Invoeringswet vastgesteld. Daarbij zijn door verschillende fracties nog de nodige vragen gesteld. De belangrijkste daarvan liggen op het gebied van de rol van het bestuur bij het doen van uitkeringen, de werking van het overgangsrecht, maar vooral ook op het punt van de fiscale consequenties van de invoering van winstrechtloze en stemrechtloze aandelen. Dat laatste is met name van belang voor onderwerpen als de deelnemingsvrijstelling en de fiscale eenheid.

Wetsvoorstel claw-back

Het wetsvoorstel claw-back is bij een Derde nota van wijziging aangepast. Het wetsvoorstel dat in de plaats is gekomen van een eerder door de Tweede Kamer aangenomen amendement heeft ten doel de vermogenswinst die bestuurders van een naamloze vennootschap waarvan de (certificaten van) aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, te beperken indien sprake is van een overnamebod of het bestuur aan de aandeelhoudersvergadering een voorstel als bedoeld in artikel 2:107a BW doet. Bij de Nota van wijziging is de werkingssfeer van het voorstel beperkt tot (certificaten van) aandelen en rechten tot het nemen van nieuw uit te geven aandelen of het verkrijgen van bestaande aandelen die door de vennootschap aan een bestuurder zijn toegekend. De regeling zoals die nu is voorgesteld, heeft niet langer betrekking op andere aandelen of opties die een bestuurder houdt.

De technische uitwerking van de regeling geeft nog aanleiding tot de nodige vragen. Het wetsvoorstel zal door de Tweede Kamer in een apart wetgevingsoverleg met de ministers van Financiën en Veiligheid en Justitie worden behandeld. De datum daarvan is nog niet bekend. Het is prematuur om in deze nieuwsbrief op de uiteindelijke regeling vooruit te lopen.

Wetsvoorstel corporate governance

In januari staat het wetsvoorstel corporate governance voor plenaire behandeling op de agenda van de Tweede Kamer. Zoals wij berichtten in onze Corporate alert van oktober 2011 bestaan tegen verschillende onderdelen van dit voorstel bezwaren. Of de behandeling van het wetsvoorstel in januari doorgang zal vinden is nog onduidelijk. Of het wetsvoorstel op steun van de Tweede Kamer zal kunnen rekenen is onzeker.

Wetsvoorstel enquêterecht

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft in november 2011 het Verslag vastgesteld naar aanleiding van dit wetsvoorstel. De Tweede Kamer staat positief tegenover het wetsvoorstel maar heeft nog wel een groot aantal vragen. Het wachten is nu op de Nota naar aanleiding van het verslag.

Biedingsregels

In de inleiding noemden wij al dat bij de Wijzigingswet financiële markten 2012 een aantal wijzigingen in de Wet financieel toezicht met betrekking tot de biedingsregels is doorgevoerd, maar dat die pas per 1 juli a.s. in werking zullen treden. Per die datum zullen naar verwachting ook wijzigingen van het Besluit openbare biedingen Wft en het Vrijstellingsbesluit openbare biedingen Wft van kracht worden. Op de wijziging van de biedingsregels zullen wij ingaan wanneer ook het Besluit openbare biedingen Wft en het Vrijstellingsbesluit openbare biedingen Wft in een meer definitieve vorm bekend zijn. Voor beide regelingen geldt dat het Ministerie van Financiën over ontwerpbesluiten een consultatie heeft gehouden. Het Ontwerp besluit tot wijziging van het Vrijstellingsbesluit is aan de Kamers van de Staten Generaal toegezonden. Deze hebben daarbij geen opmerkingen gemaakt. De definitieve versie van het besluit zal worden gepubliceerd nadat ook de Raad van State daarover heeft geadviseerd. Voor zover bekend is het ontwerp van het besluit tot wijziging van het Besluit openbare biedingen Wft aan de Raad van State toegezonden. Verwacht wordt dat het Besluit later in het eerste kwartaal van 2012 in het Staatsblad zal verschijnen. Ieder van de Kamers van de Staten Generaal heeft de mogelijkheid te verlangen dat het onderwerp alsnog bij wet wordt geregeld. De kans dat dat gebeurt is klein.

Personenvennootschappen

De wetsvoorstellen die betrekking hadden op wijziging van de regeling van personenvennootschappen zijn inmiddels ingetrokken. Niet uitgesloten is dat op afzienbare termijn een nieuwe poging zal worden gedaan de wetgeving op dit punt te moderniseren.
 
3.  Rapport Monitoring Commissie Corporate Governance 2011 
 
In december heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance haar jaarlijkse rapport gepubliceerd over de toepassing van de Nederlandse corporate governance code. Zoals bekend is de Code alleen van toepassing op ondernemingen waarvan (certificaten van) aandelen worden verhandeld op een gereglementeerde markt of op een multilaterale handelfaciliteit; in het laatste geval echter alleen indien hun balanstotaal meer dan € 500 miljoen is. Ook buiten het directe toepassingsgebied van de Code is de Code van invloed doordat deze als voorbeeld heeft gediend voor verschillende sectorspecifieke codes, maar ook door een indirecte voorbeeldwerking. De rapportage van de Monitoring Commissie kan dus als gevolg van de reflexwerking van de Code ook buiten het rechtstreekse toepassingsbereik van de Code effecten hebben. Daarmee is die rapportage ook buiten de kring van beursgenoteerde ondernemingen van belang.

De Monitoring Commissie is kritisch waar het gaat om de verslagen van de raden van commissarissen. Zij dringt aan op het niet alleen naar de letter maar ook naar de geest voldoen aan de Code. De Commissie benadrukt, dat het verslag in ieder geval zou moeten bevatten: een beschrijving van het proces van evaluatie, een beschrijving van alle werkzaamheden en aandachtspunten en het zou melding moeten maken van een aanwezigheidspercentage van de raad als geheel. Ook de speerpuntenbrieven van Eumedion en de VEB wijzen er op dat de aandacht voor, en de kritiek op, de wijze waarop raden van commissarissen verslag van hun werkzaamheden plegen te doen toeneemt. In essentie zijn de opmerkingen zowel van de Monitoring Commissie als van Eumedion en de VEB op dit punt te herleiden tot de constatering dat de ontwikkeling van de verslaggeving door raden van commissarissen van hun werkzaamheden is achtergebleven, terwijl het belang van de rol van de raad van commissarissen binnen de corporate governance van de meeste beursgenoteerde ondernemingen is toegenomen.

De Monitoring Commissie zet zwaarder dan voorgaande jaren in op de hoogte van vertrekvergoedingen. Indien iemand met een arbeidsverleden bij de groep tot bestuurder wordt benoemd en op grond van zijn arbeidsverleden aanspraak zou kunnen maken bij beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst op een vergoeding, meent de Monitoring Commissie dat de betrokkene afstand zal moeten doen van deze aanspraak voor zover daardoor de vergoeding van één jaar zou worden overschreden. De Monitoring Commissie laat zich niet uit over de vraag of een onderneming aan de betrokkene daarvoor een afkoopsom mag betalen. Het betalen van een dergelijke vergoeding lijkt niet in strijd met de Code te zijn. Indien een bestuurder is benoemd vóór 2004, toen de Code werd ingevoerd, en de betrokkene op grond van een op dat tijdstip reeds bestaande regeling bij beëindiging van zijn benoeming recht zou hebben op een vergoeding van meer dan één jaar, is dat op zichzelf niet in strijd met de Code. Overigens constateert de Monitoring Commissie dat er een "maatschappelijk breed gedragen" opvatting bestaat dat de maximering ook voor bestuurders die zijn benoemd vóór 2004 onverkort zou moeten gaan gelden. Gelet op de formulering lijkt de Monitoring Commissie zelf nog niet helemaal toe aan een aanpassing van de Code op dit punt.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met één van de Stibbe contactpersonen.

Team

Related news

07.08.2018 NL law
Protection of listed companies against unsolicited takeovers, prevention of unwanted influences in the telecoms sector and protection of other vital sectors: latest developments

Short Reads - Following a recent series of (attempted) unsolicited takeovers by foreign bidders of Dutch listed companies, such as PostNL, Unilever and AkzoNobel, the protection of companies against unsolicited takeovers and the protection of vital sectors have received more attention in both the Netherlands and Europe.

Read more

07.08.2018 NL law
Legislative proposal to protect trade secrets: update

Short Reads - On 5 July 2016, the EU Trade Secrets Directive came into effect (Directive 2016/943/EU). The directive intends to harmonise rules regarding the protection of undisclosed know-how and business information (trade secrets) across all EU member states. As the directive is not directly applicable in the member states, each member state must enact national implementing legislation.

Read more

07.08.2018 NL law
Boskalis v. Fugro: scope of a shareholder's right to put items on the agenda

Short Reads - Under Dutch law (section 114a of book 2 of the Dutch Civil Code), shareholders have the right to put items on the agenda of the general meeting. The question arises as to whether shareholders also have the right to force an (informal) vote in the general meeting on subjects which are not within their powers. A judgment of the Dutch Supreme Court of 20 April 2018 between Boskalis and Fugro focused on this question.

Read more

07.08.2018 NL law
General Data Protection Regulation comes into effect

Short Reads - On 25 May 2018, the European Union's General Data Protection Regulation (GDPR) came into effect. The GDPR replaces the EU's prior directive governing the processing and transfer of personal data, which was in place since 1995. As a regulation, the GDPR is directly applicable in all 28 EU member states and thus removes the need for national implementing legislation. However, the GDPR allows member states discretion in certain areas, as a result of which national legislation may still be implemented. In the Netherlands, the GDPR Implementation Act came into effect on 25 May 2018.

Read more

12.07.2018 NL law
Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties in werking getreden

Short Reads - Op 1 juli 2018 zijn de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties en het bijbehorende Besluit tot onder meer aanpassing van het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta) (grotendeels) in werking getreden. De wet beoogt de kwaliteit van de accountantscontroles te verbeteren. Met het oog daarop zijn met name voorschriften ingevoerd die zien op de governance van accountantsorganisaties en zijn de bevoegdheden van de AFM uitgebreid.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring