Articles

Nieuwe btw-regeling vanaf 1 juli 2012

Nieuwe btw-regeling vanaf 1 juli 2012

Nieuwe btw-regeling vanaf 1 juli 2012

23.04.2012 BE law

Vanaf 1 juli 2012 zal voor de btw op werk in onroerende staat het regime medecontractant steeds van toepassing zijn op facturen uitgereikt aan gedeeltelijke btw-plichtigen die periodieke btw-aangiften indienen (bijv. bepaalde 
overheden en openbare instellingen). Dit zal zo zijn ongeacht de bestemming van de werken (zie beslissing nr. E.T. 122.360, dd. 20/03/2012).

1. Regime medecontractant 

Een factuur voor een levering van goederen of een dienst vermeldt in beginsel naast de prijs ook de verschuldigde btw. Dit is evenwel niet zo bij de toepassing van het regime medecontractant. In dergelijk geval vermeldt de factuur geen verschuldigde btw, maar enkel de prijs en de verwijzing naar de toepassing van het regime medecontractant. Het is dan aan de medecontractant, nl. de ontvanger van de factuur, om via zijn eigen btw-aangifte de over de 
prijs verschuldigde btw aan te geven en af te dragen. 

De toepassing van dit regime is slechts in bepaalde gevallen mogelijk. Dit is het geval bij het verrichten van werken in onroerende staat (bijv. het bouwen, het verbouwen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken van een uit zijn aard onroerend goed, zie artikel 20, §2 KB nr. 1). 
 
Verder impliceert het mechanisme van de voldoening van de verschuldigde btw via de btw-aangifte van de medecontractant dat deze zelf een btw-plichtige moet zijn die periodiek btw-aangiften indient (of dat deze een niet in België gevestigde belastingplichtige is die een aansprakelijk vertegenwoordiger heeft laten erkennen). Het volstaat dus niet dat de medecontractant een btw-nummer heeft (dat bijv. werd verkregen naar aanleiding van intracommunautaire 
verwervingen), hij moet ook wel degelijk periodieke btw-aangiften indienen (per maand of per kwartaal). 

2. Bestemming van de werken voor de btw-plichtige activiteit 

Als de medecontractant inderdaad een btw-plichtige met een periodieke aangifteplicht is, dan wordt er verder nog vereist dat de betrokken werken in onroerende staat door de medecontractant geheel of gedeeltelijk worden bestemd voor een activiteit binnen de toepassingssfeer van de btw-wetgeving (hierna “btw-plichtige activiteit”). Het is hierbij niet van belang of deze activiteit wordt vrijgesteld of niet. 

Indien de werken niet worden aangewend voor de btw-plichtige activiteit, dan dient er wel degelijk btw aangerekend te worden op de factuur. Dit onderscheid leidt in de praktijk tot onzekerheid voor de aannemers die werken voor gedeeltelijke btw-plichtigen. Gedeeltelijke btw-plichtigen zijn partijen die enerzijds activiteiten verrichten die binnen de toepassingssfeer van de btw-wetgeving vallen, en anderzijds activiteiten die daarbuiten vallen. Een typevoorbeeld van dergelijke belastingplichtigen zijn bepaalde overheden en openbare instellingen. De handelingen die zij verrichten als overheid vallen buiten de toepassingssfeer van de btw. Daarnaast verrichten zij mogelijk nog bepaalde economische activiteiten die wel degelijk onder de btw vallen (bijv. exploitatie van parkeerterreinen of de levering van drinkwater). In het kader van deze activiteiten zijn zij dan btw-plichtigen met een periodieke aangifteverplichting. 

3. Vanaf 1 juli 2012: regime medecontractant ongeacht de bestemming 

Aangezien het voor een aannemer niet altijd mogelijk is om de juiste bestemming van de werken te kennen, heeft de btw-administratie beslist dat vanaf 1 juli 2012 het regime medecontractant steeds van toepassing zal zijn ongeacht de bestemming van de werken. Deze regeling geldt evenwel niet voor werk in onroerende staat verricht voor een belastingplichtige fysieke persoon die uitsluitend handelt voor zijn privé-doeleinden. In dat geval wordt er steeds met btw gefactureerd. 

Voornoemde datum verwijst niet naar de factuurdatum, maar naar de datum van opeisbaarheid van de btw. Dit is in beginsel het moment waarop het werk is voltooid of, indien het werk nog niet is voltooid, de datum van de voorschotfactuur. Aldus is de nieuwe regeling bijvoorbeeld niet van toepassing voor werken die beëindigd zijn op 25 juni 2012 en waarvoor de factuur pas wordt opgemaakt op 2 juli 2012. 

Voorbeeld 

Er worden in april 2012 herstellingwerken uitgevoerd aan het dak van een gebouw van een gemeente die gedeeltelijk btw-plichtig is en een periodieke aangifteplicht heeft. In dit geval dient te worden nagegaan of het betrokken gebouw wordt aangewend voor de btw-plichtige activiteit of niet. In het laatste geval kan het regime medecontractant niet worden toegepast. Indien dezelfde werken worden uitgevoerd in juli 2012, dan dienen de werken zonder meer gefactureerd te worden met toepassing van het regime medecontractant. 

Het belang van de datum van inwerkingtreding is evenwel enigszins relatief. De btw-adminstratie zal namelijk gelet op de ontstane verwarring en op voorwaarde dat de btw door de medecontractant aan de Schatkist werd betaald, geen kritiek uitoefenen wanneer deze nieuwe zienswijze reeds in vorige jaren, namelijk vanaf het jaar 2010, werd toegepast.

4. Praktisch advies 

Voor werk in onroerende staat waarover de btw opeisbaar wordt vanaf 1 juli 2012 dienen de facturen altijd opgemaakt te worden volgens het regime medecontractant indien deze laatste een gedeeltelijke belastingplichtige is met een periodieke aangifteverplichting. Het is daarom aangewezen voor aannemers om aan hun klanten te vragen of zij (a) een btw-nummer en (b) een periodieke aangifteverplichting hebben. Omgekeerd zijn de bedoelde medecontractanten als opdrachtgever verplicht steeds hun btw-nummer mede te delen aan de aannemer. Verder dienen zij een correctie van de factuur te vragen indien er na de inwerkingtreding nog btw zou zijn aangerekend.

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze e-bulletin werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze e-bulletin bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevatten geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze e-bulletin zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Het raadplegen van deze e-bulletin doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze e-bulletin dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.
 

 

Team

Related news

03.07.2018 NL law
Abolishment of tax deductibility of coupon payments on AT-1 capital instruments announced per 1 January 2019

Short Reads - On Friday 29 June 2018, the Dutch government made public its intention to abolish article 29a Dutch corporate income tax act ('DCITA'), per 1 January 2019. As a result of the abolishment of this provision, coupon payments on so-called additional-tier 1 ('AT-1') capital instruments made by banks and insurance companies will no longer be tax deductible. The amendment of the DCITA, which is aimed to be included in the tax package for 2019, will apply to coupon payments made after 1 January 2019, irrespective whether it concerns new or already existing AT-1 instruments.  

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring