RRechtbank oordeelt dat het UWV van de NOW moet afwijken en de niet-representatieve referentieloonsom van de werkgever moet corrigeren (annotatie)

Article
NL Law

De uitspraak van de rechtbank Limburg van 15 november 2021 is de eerste NOW-uitspraak waarin een beroep op afwijking van de NOW gegrond is verklaard. Jan Reinier van Angeren en Sandra Putting schreven eerder een short read bij deze uitspraak.

In de uitspraak oordeelt de rechtbank dat het UWV de referentieloonsom van de werkgever bij de subsidievaststelling had moeten corrigeren omdat die niet-representatief is ten opzichte van de loonsom in de subsidieperiode. Op verzoek van de minister hanteert het UWV deze werkwijze – die afwijkt van artikel 7 lid 1 NOW-1 – indien de werkgever hier in bezwaar om verzoekt. In deze zaak meende het UWV echter dat het niet van die mogelijkheid gebruik kon maken. De rechtbank oordeelt van wel en draagt het UWV op een nieuw vaststellingsbesluit te nemen.

In hun annotatie gaan Jan Reinier en Sandra uitgebreid in op de buitenwettelijke werkwijze die het UWV hanteert voor het corrigeren van de referentieloonsom en bespreken zij waarom de correctie in dit concrete geval – in lijn met het oordeel van de rechtbank – had moeten worden toegepast. Daarnaast bespreken zij de vraag welke rechtsgrond de rechtbank hanteert om van de NOW af te wijken. De rechtbank gaat niet over tot een exceptieve toets van artikel 7 lid 1 NOW-1, waarmee die bepaling buiten toepassing zou kunnen worden gelaten. Volgens de rechtbank brengt een ‘redelijke toepassing’ van dit artikel in dit geval met zich mee dat dat het UWV bij de herbeoordeling in bezwaar rekening had moeten houden met incidentele looncomponenten op basis waarvan de loonsom moet worden gecorrigeerd. Dit oordeel komt volgens Jan Reinier en Sandra het meest in de buurt van de corrigerende interpretatie van (lagere) wetgeving, waar zij in hun annotatie op ingaan.

Jan Reinier en Sandra vragen zich ten slotte af of de uitspraak, gelet op de omstandigheden in de zaak, baanbrekend zal zijn. Het minder strikt toepassen van artikel 7 lid 1 NOW-1 en het corrigeren van de loonsom voor incidentele looncomponenten is in de praktijk immers al gebruikelijk. Wat de rechtbank hier enkel doet is het UWV op de vingers tikken dat het zijn buitenwettelijke werkwijze in dit concrete geval te beperkt toepast. Inmiddels blijkt echter dat er in de rechtspraak over de vaststellingsbesluiten onder de NOW inderdaad een lijn is ingezet waarin meer maatwerk mogelijk is. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in haar uitspraak van 28 december 2021 geoordeeld dat een NOW-subsidie niet zonder meer lager kan worden vastgesteld als de NOW dit voorschrijft, maar eerst een belangenafweging moet plaatsvinden (zie hierover onze short read). In een tweede uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigt zij deze handelwijze.

Stibbe website over de NOW

De ontwikkelingen rondom de NOW-subsidie volgen elkaar in een snel tempo op en blijven door de aanhoudende coronacrisis zeer actueel. Daarom heeft het Stibbe NOW-team een speciale website over de NOW opgezet. Op deze website houdt dit team onder andere literatuur, rechtspraak, regelgeving en nieuwsberichten over de NOW bij. Daarnaast vindt u hier de belangrijkste parlementaire documentatie inzake de NOW. Ook staan op deze website onze short reads met een juridische duiding van de NOW-ontwikkelingen. Kortom, met onze website biedt het Stibbe NOW team u een up-to-date overzicht van de ontwikkelingen en inzicht in de juridische betekenis hiervan.