Commissievoorstel van Industrial Accelerator Act: ‘Made in Europe’ en low carbon als pijlers in het kader van overheidsopdrachten in energie-intensieve industrieën en voor elektrische voertuigen

Article
EU Law
Expertise

In deze blogpost lichten we de verschillende maatregelen uit het voorstel van Industrial Accelerator Act toe die betrekking hebben op overheidsopdrachten en gaan we ook kort in op de voornaamste andere maatregelen. Daarnaast duiden we hoe dit voorstel van Industrial Accelerator Act zich inschrijft in de tendens van de Europese regelgever om overheidsopdrachten doelbewust in te zetten om de Europese markt minder afhankelijk te maken en zich te beschermen tegen derde landen of hier zelfs tegen te ageren.

1. Voorstel van Industrial Accelerator Act (IAA)

Op 4 maart 2026 heeft de Europese Commissie haar langverwachte voorstel van Industrial Accelerator Act1 (IAA) voorgesteld. Dit voorstel vloeit voort uit de Clean Industrial Deal en het Draghi rapport over het Europese concurrentievermogen. 

Het voorstel van Industrial Accelerator Act heeft in die context als doel de Europese industriële productie te ondersteunen en de decarbonisatie te versnellen om zo de economische veerkracht, welvaart en strategische autonomie van de Europese Unie op lange termijn te versterken. Concreet wil de Commissie hiermee het concurrentievermogen van de Europese industrie versterken en de strategische afhankelijkheden van derde landen in sleutelsectoren beperken en voorkomen. 

De maatregelen die de Commissie voorstelt zijn gefocust op vier pijlers: 

  1. snellere en eenvoudigere vergunningverlening voor industriële projecten,
  2. het stimuleren van de vraag naar Europese producten (‘Made in Europe’) en koolstofarme (low carbon) producten via o.a. overheidsopdrachten,
  3. het sturen van buitenlandse investeringen en
  4. de aanwijzing van industriële versnellingszones (industrial manufacturing acceleration areas).

Deze blogpost zal in de eerste plaats ingaan op de impact van het voorstel op overheidsopdrachten, maar zal ook kort ingaan op de voornaamste overige maatregelen. Ook plaatsen we het voorstel van Industrial Accelerator Act in de recente tendens van de Europese regelgever om overheidsopdrachten doelbewust in te zetten als beleidsinstrument. 

2. Overheidsopdrachten onder het voorstel van Industrial Accelerator Act: ‘Made in Europe’ en koolstofarm

Het voorstel bevat verschillende maatregelen voor overheidsopdrachten (boven de Europese drempel) en steunregelingen die tot doel hebben de vraag naar in Europa geproduceerde goederen en koolstofarme goederen te stimuleren. Hieronder bespreken we enkel de concrete maatregelen in het kader van overheidsopdrachten. 

Deze maatregelen gelden enkel voor specifieke sectoren, namelijk de industrie-intensieve sectoren, en voor bepaalde elektrische voertuigen. Daarbij heeft de Commissie wel uitdrukkelijk de mogelijkheid om deze maatregelen uit te breiden naar de chemische industrie.  

De voornaamste maatregelen die in het kader van overheidsopdrachten worden voorgesteld zijn de volgende: 

  • Aanbesteders zullen verplicht zijn voor Europese opdrachten in welbepaalde relevante sectoren om de toegang tot overheidsopdrachten te ontzeggen aan “ondernemers die eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van een entiteit die gevestigd is in een derde land die geen internationale overeenkomst met de EU hebben gesloten waarin dergelijke toegang wordt gewaarborgd” (sic).
    • Hiermee bouwt het voorstel van Industrial Accelerator Act voor specifieke sectoren voort op eerdere initiatieven die de wederkerigheid bij de toegang tot aanbestedingsmarkten vooropstellen. We denken daarbij dan in het bijzonder aan het Instrument voor International Procurement Instrument (IPI)2 van 2022, de Foreign Subsidies Regulation (FSR)3 van 2022 en het Anti-Coercion Instrument (ACI)4 van 2023.
      • Het doel van het International Procurement Instrument is dat Europese ondernemingen betere toegang zouden krijgen tot overheidsopdrachten in derde landen. Door het nemen van IPI-maatregelen kan de Europese Unie de toegang van ondernemers, goederen of diensten uit derde landen tot de aanbestedingsprocedures van de Unie beperken. Aanbesteders dienen deze maatregelen op te volgen en te implementeren (incl. scoreaanpassingen en uitsluiting).
      • De Foreign Subsidies Regulation heeft als doel om marktverstoring te voorkomen door ondernemingen die subsidies krijgen van derde landen. De Commissie heeft hierbij de mogelijkheid om corrigerende maatregelen te nemen, die kunnen bestaan uit het verbieden om een bepaalde overheidsopdracht te gunnen aan een desbetreffende onderneming.
      • Het Anti-Coercion Instrument beschermt de Europese Unie en haar Lidstaten tegen economische dwang van derde landen, door responsmaatregelen mogelijk te maken. Dergelijke maatregelen kunnen betrekking hebben op overheidsopdrachten, zoals bv. een verplichte uitsluiting van ondernemingen uit het desbetreffende derde land of het verplicht aanpassen van de score van een inschrijver uit dat derde land.
    • Merk ook op dat het voorstel van Industrial Accelerator Act zo nog een stap verder gaat dan het Hof van Justitie in zijn arresten Kolin (C-652/22 van 22 oktober 2024) en CRRC Qingdao Sifang (C-266/22 van 13 maart 2025) reeds gedaan had door niet uit te gaan van een ‘vrije en gelijke’ toegang tot de Europese overheidsopdrachtenmarkt voor ondernemingen uit niet-Europese landen zonder internationale overeenkomst met de Unie, maar te oordelen dat deze ondernemingen niet kunnen genieten van dezelfde waarborgen als Europese ondernemingen en ondernemingen gevestigd in een niet-Europees land dat wel een internationale overeenkomst met de Unie heeft gesloten.
    • De tendens is duidelijk dat het beleid van de lidstaten betreffende de toegang van ondernemingen, goederen en diensten uit derde landen ingeperkt wordt. Het is afwachten hoe het nieuwe overheidsopdrachtenkader dat in de maak is hiermee zal omgaan. 

Het verbod in het kader van de International Accelerator Act is wel beperkt tot bepaalde ‘energie-intensieve industrieën’, waaronder de staalindustrie, de beton- en mortelindustrie, de aluminiumindustrie en de industrie voor (bepaalde) elektrische voertuigen. 

Een aandachtspunt bij dit alles is wel dat deze maatregelen pas zullen ingaan voor overheidsopdrachten gelanceerd op of na 1 januari 2029

  • In bovenvermelde energie-intensieve industrieën zullen aanbesteders bovendien verplicht zijn om in het kader van hun opdrachten oorsprongsvereisten van de Unie (‘Made in Europe’) en koolstofarme vereisten (low carbon) op te leggen. 
    • Het spreekt voor zich dat het van belang is hoe de vereiste dat de goederen van oorsprong uit de Unie moeten zijn, zal worden ingevuld. “Made in Europe” is in deze context van de betreffende overheidsopdrachten ruim te begrijpen. Zo worden goederen van oorsprong uit derde landen waarmee de Unie een overeenkomst tot instelling van een vrijhandelszone of douane-unie heeft gesloten of die partij zijn bij de General Procurement Agreement (GPA), geacht van oorsprong uit de Unie te zijn. 

      De Commissie heeft wel de mogelijkheid om derde landen hier geheel of gedeeltelijk van uit te sluiten, indien voldaan is aan een van volgende criteria:

      • Dit is mogelijk indien het derde land heeft nagelaten om Europese leveranciers gelijk te behandelen als binnenlandse leveranciers (‘national treatment’).
      • Ook is dit mogelijk indien dergelijke uitsluiting gerechtvaardigd is om afhankelijkheden of andere ontwikkelingen te voorkomen die de voorzieningszekerheid in de Unie van de betrokken producten in gevaar kunnen brengen.
      • Tot slot is dit ook mogelijk indien dergelijke uitsluiting gerechtvaardigd is op grond van de andere uitzondering in het toepasselijke overeenkomst
    • Hierbij legt het voorstel van Industrial Accelerator Act op het vlak van de vereisten van Unie oorsprong en koolstofarm karakter enkele verplichte specifieke minimale vereisten op:
      • Staal(producten) bestemd voor gebruik in gebouwen, infrastructuur en motorvoertuigen voor civiele doeleinden: minstens 25% moet koolstofarm zijn. Merk op dat er voor staalproducten geen vereisten van Unie oorsprong zijn opgelegd en  er dus niet geëist zal worden dat Europese infrastructuur en voertuigen met Europees staal gebouwd moeten worden.
      • Beton en mortel(producten) bestemd voor gebruik in gebouwen en infrastructuur voor civiele doeleinden: minstens 5% moet koolstofarm en van Europese oorsprong zijn.
      • Aluminium(producten) bestemd voor gebruik in gebouwen, infrastructuur en motorvoertuigen voor civiele doeleinden: minstens 25% moet koolstofarm en van Europese oorsprong zijn.
    • Ook voor bepaalde types elektrische voertuigen gelden er voorwaarden. Het gaat hierbij specifiek om nieuwe volledig elektrische voertuigen, hybride elektrische voertuigen die buiten het voertuig worden opgeladen of brandstofcelvoertuigen. Dergelijke voertuigen die via overheidsopdrachten worden aangekocht, worden geleased, worden gehuurd of in huurkoop worden verworven, dienen te voldoen aan bepaalde vereisten inzake de oorsprong van de Unie. Hetzelfde geldt voor de elektrische voertuigen die gebruikt worden voor de verlening van diensten die zijn aangekocht via openbare aanbestedingsprocedures. Zo moeten deze voertuigen in de eerste plaats in de Unie geassembleerd worden. Daarnaast gelden er specifieke vereisten over bepaalde onderdelen van de tractiebatterij die van Unie oorsprong moeten zijn. Ook gelden er bepaalde verplichte minimale verhoudingen tussen de prijs van bepaalde voertuigonderdelen van Unie oorsprong ten opzichte van de totale prijs van alle voertuigonderdelen.
      • Er is wel in de mogelijkheid voorzien om fabrikanten onder voorwaarden toe te laten om een attest te verkrijgen waaruit dan volgt dat de elektrische voertuigen gedurende een periode van 12 maanden als zijnde in overeenstemming met de oorsprongsvereisten van de Unie worden beschouwd.
      • Ook zullen de voertuigen die reeds in de Unie geregistreerd zijn, voor de vereisten die gelden voor elektrische voertuigen die gebruikt zouden worden voor het verlenen van diensten aangekocht in het kader van overheidsopdrachten, geacht worden te voldoen aan de gestelde voorwaarden en dit tot en met 31 december 2035.
      • Door het inzetten op meer onderdelen van Unie oorsprong voor elektrische voertuigen sluit het voorstel van Industrial Accelerator Act ook aan bij het Automotive Package dat de Commissie in december 2025 aangenomen heeft om de automobielsector te ondersteunen bij de transitie naar schone mobiliteit. Hierbij zet dit pakket ook in op de ondersteuning van productie van voertuigen en accu’s in de Europese Unie. 

Er zijn echter wel beperkte uitzonderingen mogelijk. De aanbesteders kunnen besluiten om deze eisen niet toe te passen, wanneer aan één van volgende voorwaarden voldaan is: 

  • Slechts één specifieke ondernemer kan de goederen of diensten leveren en er bestaan geen redelijke alternatieven.
  • Er zijn geen geschikte offertes of geschikte aanvragen tot deelneming ingediend.
  • De toepassing van de vereisten zou leiden tot onevenredig hoge kosten of tot de technische onverenigbaarheid bij de exploitatie en het onderhoud ervan. 

Een belangrijk aandachtspunt bij dit alles is dat aanbesteders van de ondernemer die de producten of diensten levert, zal moeten eisen dat zij een eigen verklaring (‘self-declaration’) of evenwaardig document bijbrengen, waaruit blijkt dat aan die eisen voldaan is. De nadere modaliteiten daarvan worden niet geregeld in het voorstel. Het is dus af te wachten hoe inschrijvers op afdoende wijze zullen aantonen dat zij voldoen aan de vereisten en hoe een aanbestedende dienst dit naar behoren zullen kunnen controleren. 

Opmerkelijk is ook dat het voorstel van Industrial Accelerator Act niet bepaalt wat de gevolgen zijn indien dergelijke verklaring zou ontbreken. Dit in tegenstelling tot de Foreign Subsidies Regulation in het kader waarvan inschrijvers een verklaring of een aanmelding bij hun aanvraag tot deelneming en definitieve offerte moeten voegen en waar het (blijvend) ontbreken hiervan tot de substantiële onregelmatigheid ervan leidt. 

Tot slot zou het voorstel van Industrial Accelerator Act ook reeds wijzigingen aanbrengen aan de Net-Zero Industry Act (NZIA)5, waarbij ook daar oorsprongsvereisten opgelegd zouden worden en er zelfs in bepaalde gevallen verplicht welbepaalde specifieke prekwalificatiecriteria of gunningscriteria gebruikt zouden moeten worden toegepast. 

3. Andere maatregelen onder het voorstel van Industrial Accelerator Act: vergunningverlening, buitenlandse investeringen en industriële versnellingszones

Daarnaast bevat het voorstel van de Industrial Accelerator Act ook maatregelen buiten de overheidsopdrachten. 

Zo dient in de eerste plaats het vergunningsproces voor industriële projecten vereenvoudigd te worden. Lidstaten zullen verplicht zijn om een (digitaal) “single access point” op te richten waar bedrijven een aanvraag kunnen indienen tot het bekomen van alle nodige vergunningen. Eén bevoegde instantie coördineert hierbij het vergunningsproces.

Daarnaast zijn er ook maatregelen voor buitenlandse investeringen. Buitenlandse investeringen blijven mogelijk, maar grote investeringen (boven de 100 miljoen euro) in opkomende strategische productiesectoren, zoals batterijen, elektrische voertuigen, zonne-PV-technologieën en kritieke grondstoffen, maar zijn onderworpen aan voorwaarden. Zo moeten deze o.a. aantoonbaar bijdragen aan de Europese economie, bv. via de verlening van licenties voor hun intellectuele eigendomsrechten aan EU-doelondernemingen, investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) in de EU, tewerkstelling binnen de EU, … Dergelijke investeringen dienen ook goedgekeurd te worden door een nationale investeringsautoriteit of desgevallend de Europese Commissie. 

Specifiek wat betreft de impact van buitenlandse subsidies van derde entiteiten op Europese overheidsopdrachten, bepaalt de Foreign Subsidies Regulation (2022/2560) de voorwaarden waaraan voldaan moet worden. 

Tot slot voorziet het voorstel van de Industrial Accelerator Act ook in industriële versnellingszones. De Lidstaten moeten maatregelen aannemen om de ontwikkeling van versnellingsgebieden te vergemakkelijken. Lidstaten moeten minstens één dergelijk gebied aanduiden op hun grondgebied. 

4. Verdere stappen in het Europees wetgevingsproces

Het betreft momenteel nog slechts een Commissievoorstel van Industrial Accelerator Act. Hierna zullen ook het Europees Parlement en de Raad het voorstel moeten goedkeuren. Het zal hierbij ook nog af te wachten zijn of de Industrial Accelerator Act finaal in deze vorm aangenomen zal worden. Daarbij is in ieder geval gekozen voor het instrument van een verordening, zodat de verplichtingen eenmaal de verordening is aangenomen direct toepasbaar zijn in de lidstaten zonder noodzaak tot omzetting.

5. Conclusie

Dit voorstel van Industrial Accelerator Act volgt duidelijk de reeds eerder ingezette trend van de Europese regelgever om regels inzake overheidsopdrachten beleidsmatig in te zetten en daarbij steeds vaker verplichtingen inzake overheidsopdrachten op te nemen in regelgeving andere dan de overheidsopdrachtenrichtlijnen. 

Er is een toenemende tendens om in specifieke sectoren bovenop de daarin geregelde technische eisen allerlei maatregelen (te realiseren reducties, bindende minimumeisen, te hanteren criteria etc.) in te schrijven die aanbesteders moeten naleven in het kader van hun aanbestedingsprocedures. Denk bv. aan afvalverpakking6, energie-efficiëntie van overheidsgebouwen7,  bouwproducten8, … 

Steeds vaker worden overheidsopdrachten ook gereguleerd in het kader van strategischere geopolitieke instrumenten. Hierbij worden overheidsopdrachten doelbewust ingezet om de Europese markt minder afhankelijk te maken en zich te beschermen tegen derde landen of hier zelfs tegen te ageren. Hoger is reeds gewezen op het International Procurement Instrument (IPI) uit 2022, het Anti-Coercion Instrument (ACI) uit 2023, de Foreign Subsidies Regulation (FSR) uit 2024. Ook in het voorstel van de Industrial Accelerator Act worden overheidsopdrachten ingezet om een strategische geopolitieke doelstelling te bereiken. Het is afwachten hoe het nieuwe overheidsopdrachtenkader dat eraan komt met deze tendens tot inperking van ondernemingen, goederen en diensten uit derde landen zal omgaan. 

Dit heeft wel tot gevolg dat het de komende jaren, zowel voor de inschrijvers als voor de aanbesteders, nog meer de uitdaging zal worden om in deze versnipperde regelgeving de verschillende voorwaarden terug te vinden waaraan zij moeten voldoen in het kader van overheidsopdrachten. Dat tal van instrumenten daarbij ook nog ruimte voor uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie inschrijven, draagt niet bij aan een transparant rechtskader. 

Het zal ook af te wachten zijn hoe dit alles zich zal vertalen in het nieuwe Europese overheidsopdrachtenkader dat in de maak is. Waarbij de (ijdele?) hoop is dat de Europese wetgever oog heeft voor de versplintering van al deze eisen en hier een oplossing of minstens een hulpmiddel voor tracht te vinden. Gegeven net de duidelijke wens (en oproep van alle betrokkenen) tot vereenvoudiging en efficiëntie van het toekomstige kader overheidsopdrachten wordt dit een bijzondere uitdaging.

  • 1

    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versnelling van de industriële capaciteit en decarbonisatie in strategische sectoren en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1724, (EU) 2024/1735 en (EU) 2024/3110

  • 2

    Verorderning (EU) 2022/1031 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022 over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit derde landen tot de aanbestedings- en concessiemarkten van de Unie en procedures ter ondersteuning van onderhandelingen over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit de Unie tot de aanbestedings- en concessiemarkten van derde landen (Instrument voor internationale overheidsopdrachten — IIO). 

  • 3

    Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren.

  • 4

    Verorderning (EU) 2023/2675 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende de bescherming van de Unie en haar lidstaten tegen economische dwang door derde landen.

  • 5

    Verordening 2024/1735 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724. 

  • 6

    Verordening (EU) 2025/40 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2019/904, en tot intrekking van Richtlijn 94/62/EG. 

  • 7

    Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen.

  • 8

    Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011.