Articles

De rechtspositie van de bestuurder en commissaris vanaf 1 juli 2021

De rechtspositie van de bestuurder en commissaris vanaf 1 juli 2021

De rechtspositie van de bestuurder en commissaris vanaf 1 juli 2021

30.07.2021 NL law

Ten onrechte heeft de invloed van de op 1 juli 2021 in werking getreden wet Bestuur en toezicht rechtspersonen op de rechtspositie van bestuurders en commissarissen weinig aandacht gekregen. De bepalingen kunnen voor aanzienlijke hoofdbrekens zorgen.

Van de wijzigingen die de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen teweegbrengt, heeft de invloed van deze wet op de rechtspositie van de bestuurder en commissaris wellicht de minste aandacht gekregen. Ten onrechte. Een nadere beschouwing laat zien dat deze bepalingen voor meer hoofdbrekens zullen gaan zorgen dan men aanvankelijk zou vermoeden. In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op diverse vraagstukken over de rechtspositie van de bestuurder en commissaris van een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting die zijn ontstaan sinds de inwerkingtreding van de Wbtr op 1 juli 2021. In het bijzonder zal gekeken worden naar de introductie van de regeling dat een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de stichting en de bestuurder of commissaris door de rechter niet langer kan worden uitgesproken (par. 2), het van overeenkomstige toepassing verklaren van art. 2:131 BW op de vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting op grond waarvan de rechtbank van het rechtsgebied waar de rechtspersoon zijn woonplaats heeft kennis neemt van alle rechtsvorderingen die betrekking hebben op de overeenkomst tussen de rechtspersoon en de bestuurder of commissaris (par. 3), de invoering van de wettelijke regeling op grond waarvan aan bestuurders en commissarissen een bezoldiging kan worden toegekend (par. 4), de verhouding van deze bepalingen met de Wet normering topinkomens (par. 5) en de keuze van de wetgever voor een materiële regeling voor de kwalificatie als RvC of bestuur en de invloed daarvan op de rechtspositie van de bestuurder of commissaris (par. 6). Resumerend blijkt het overnemen van enkele standaardbepalingen over bestuur en toezicht voor de overige rechtspersonen spannender uit te werken dan de wetgever vermoedelijk voor mogelijk hield.

Klik hier voor het volledige artikel

Auteur: Manuel Lokin

Bron: Ondernemingsrecht 2021/74

Publicatiedatum: 29-6-2021

 

 

Team

Related news

10.09.2021 NL law
Nieuwe verplichting onder de NOW-4: de overeenkomst ten aanzien van de uitvoering van het bonus- en dividendbeleid

Short Reads - Met de laatste tranche van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-4”) is een nieuwe aanvullende verplichting geïntroduceerd voor het bonus- en dividendverbod. Het bonus- en dividendverbod is een van de meest vergaande verplichtingen onder de NOW en is onderwerp van veel maatschappelijke discussie. 

Read more

02.08.2021 NL law
CuraƧaose rechter: ontslag op staande voet wegens weigeren coronavaccin nietig

Short Reads - Een unicum. Een rechter binnen het Nederlandse koninkrijk heeft zich voor het eerst uitgelaten over het ontslag van een werkneemster die het coronavaccin weigert. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft in zijn uitspraak van 16 juli 2021 geoordeeld dat het ontslag op staande voet van een werkneemster nietig is. Wel wordt de arbeidsovereenkomst van de werkneemster ontbonden wegens verandering van omstandigheden. In deze short read bespreken wij deze uitspraak van de Curaçaose rechter.

Read more

30.08.2021 NL law
Werknemers moeten tijdens lockdown niet gewerkte min-uren inhalen (annotatie)

Short Reads - In deze annotatie bespreekt Astrid Helstone de kort geding-uitspraak van de rechtbank Gelderland in de Wibra-zaak. Deze uitspraak bevestigt dat Wibra haar werknemers de tijdens de lockdown niet-gewerkte uren (min-uren) mag laten inhalen (binnen de door de cao maximaal toegestane bandbreedte). Het afgewogen oordeel van de kortgedingrechter in dit geschil getuigt van een genuanceerde benadering van de vraag onder welke voorwaarden flexcontracten met een min-max karakter toelaatbaar zijn. Astrid meent dat het oordeel in dit geval juist is.

Read more