Short Reads

Publicatie en inwerkingtreding Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie

Publicatie en inwerkingtreding Wet ongewenste zeggenschap telecommuni

Publicatie en inwerkingtreding Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie

29.01.2021 NL law

Op 12 juni 2020 is een wet gepubliceerd om ongewenste overnames in de telecommunicatiesector tegen te gaan: de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Deze wet (die de vorm heeft van een nieuw hoofdstuk in de Telecommunicatiewet) moet volgens de memorie van toelichting voorkomen dat een op basis van geopolitieke motieven handelende partij een te grote invloed krijgt op Nederlandse telecommunicatiepartijen.

Het betreft aanbieders van elektronische communicatienetwerken of –diensten, datacenters, internetknooppunten en andere netwerken of diensten die zijn aangewezen in het besluit ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Dit nieuwe hoofdstuk in de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie is in werking getreden per 1 oktober 2020.

De wet introduceert daartoe een meldplicht bij de minister van Economische Zaken en Klimaat (“EZK”) voor een partij die het voornemen heeft overwegende zeggenschap in een Nederlandse telecommunicatiepartij te verkrijgen en indien deze overwegende zeggenschap leidt tot relevante invloed in de communicatiesector. Van “overwegende zeggenschap” is onder meer sprake indien een partij (alleen of samen met anderen met wie in onderling overleg wordt gehandeld) rechtstreeks of middellijk over ten minste 30% van de stemrechten in de algemene vergadering beschikt of meer dan de helft van de bestuurders of commissarissen kan benoemen of ontslaan. Indien EZK van oordeel is dat overwegende zeggenschap door een bepaalde partij kan leiden tot een bedreiging van het publiek belang, legt EZK, al dan niet onder opschortende voorwaarden, een verbod op het houden of verkrijgen van die zeggenschap op. Als EZK overweegt een verbod op te leggen, kan zij daarvan afzien indien de verkrijger of houder bereid en in staat is zodanige maatregelen te treffen dat de bezwaren van EZK komen te vervallen. Deze mitigerende maatregelen kunnen worden afgestemd in overleg tussen EZK en de verkrijger of houder, en kunnen als voorwaarden worden opgenomen in de beslissing om geen verbod op te leggen. EZK heeft een meldpunt ingericht waar de meldingen van voorgenomen verkrijgingen van overwegende zeggenschap in behandeling worden genomen. 

Van een bedreiging van het publiek belang kan slechts sprake zijn als de overwegende zeggenschap ten eerste leidt tot relevante invloed in de telecommunicatiesector. Dit houdt in dat misbruik of uitval van de betreffende telecommunicatiepartij bepaalde in de wet genoemde negatieve gevolgen heeft, zoals onderbreking van internettoegang voor een bepaald aantal gebruikers1. Ten tweede moet ten aanzien van de verkrijger of houder van de overwegende zeggenschap gelden dat deze voldoet aan één van de in de wet omschreven omstandigheden. Dergelijke omstandigheden zijn bijvoorbeeld dat hij een ongewenst persoon is of een staat, entiteit of persoon is waarvan bekend is of vermoed wordt dat deze de intentie heeft een telecommunicatiepartij te beïnvloeden om misbruik of opzettelijke uitval daarvan mogelijk te maken, of dat zijn identiteit niet kan worden vastgesteld. Binnen acht weken na ontvangst van de melding beslist EZK of er een verbod wordt opgelegd. Indien nader onderzoek nodig is kan de termijn met zes maanden worden verlengd. Indien binnen deze termijn geen verbod wordt opgelegd of door EZK is medegedeeld dat geen verbod zal worden opgelegd is het houden of verkrijgen van de overwegende zeggenschap in beginsel toegestaan. EZK zal het houden of verkrijgen van de overwegende zeggenschap daarna uitsluitend nog kunnen verbieden indien bij de melding door de aanvrager onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt, of feiten of omstandigheden op grond waarvan het publiek belang bedreigd kan worden pas na de beslissing om geen verbod op te leggen bekend zijn geworden bij EZK. Een verbod wordt meegedeeld aan partij tot wie het verbod zich richt en aan de betrokken telecommunicatiepartij via een daarvoor ingerichte internetpagina van EZK. 

Indien EZK een verbod oplegt voordat de overwegende zeggenschap wordt verkregen (‘closing’), is de verkrijging nietig indien die desalniettemin plaatsvindt, tenzij de transactie via een effectenbeurs verloopt. In dat geval is de transactie niet nietig, maar zal de verkrijger de aan de aandelen verbonden stemrechten niet kunnen uitoefenen en zal de verkrijger diens aandelenbelang terug moeten brengen tot onder de 30%. Indien een verbod wordt opgelegd nadat de overwegende zeggenschap al verkregen is, wordt het houden daarvan verboden. De houder van deze zeggenschap mag in dat geval de aan zijn belang in de telecommunicatiepartij verbonden rechten niet uitoefenen, met uitzondering van het recht op dividend en de ontvangst van uitkeringen uit de reserves. Het verbod geldt voor de zeggenschapsrechten verbonden aan het gehele aandelenbelang van de desbetreffende partij. Nadat een verbod is opgelegd, wordt de houder door EZK opgedragen om binnen een redelijke termijn de zeggenschap in de betreffende telecommunicatiepartij terug te brengen of te beëindigen zodat niet langer sprake is van overwegende zeggenschap. 

 

1) Op 22 september 2020 is een besluit gepubliceerd ter nadere uitwerking van het begrip ‘relevante invloed in de telecommunicatiesector’.

Team

Related news

10.05.2021 NL law
Brexit and Private International Law (Part 1 of 2)

Short Reads - Since 1 January 2021, EU regulations simplifying cross-border litigation no longer apply in relation to the UK and – in most cases – to parties based in the UK. While some may have expected the way ahead to have cleared by now, the opposite is in fact true: at the time of writing this blog, the EU and UK (or the Netherlands and the UK) have not agreed on any framework that replaces the EU legislation no longer applicable to the UK.

Read more

20.04.2021 NL law
Exoneration clauses in commercial contracts: excluding indirect damage

Short Reads - In Dutch legal practice, contracting parties often agree on exoneration clauses in commercial contracts in which liability for indirect damage is excluded. However, the term indirect damage does not exist in the Dutch Civil Code, and in the Dutch language there is no generally accepted meaning for indirect damage. Conflicts therefore quite frequently arise between contracting parties in relation to the interpretation of indirect damage.

Read more