Articles

Overzicht van antwoorden op prejudiciële vragen in verband met consumentenrecht

Overzicht van antwoorden op prejudiciële vragen in verband met consume

Overzicht van antwoorden op prejudiciële vragen in verband met consumentenrecht

04.08.2021 EU law

Zie hieronder een selectie van antwoorden op prejudiciële vragen over het consumentenrecht.

Arrest in zaak C-65/20 KRONE - verlag

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 2 van richtlijn 85/374/EEG van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken (PB 1985, L 210, blz. 29), zoals gewijzigd bij richtlijn 1999/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 1999, gelezen in het licht van artikel 1 en artikel 6 daarvan

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen VI, een Oostenrijks staatsburger, en KRONE – Verlag Gesellschaft mbH & Co KG, een in Oostenrijk gevestigd persbedrijf, over een vordering van VI tot betaling van schadevergoeding wegens lichamelijk letsel als gevolg van de opvolging van een onjuist gezondheidsadvies dat is gepubliceerd in een door dit bedrijf uitgegeven krant.

Het Hof verklaart voor recht:

Artikel 2 van richtlijn 85/374/EEG van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, zoals gewijzigd bij richtlijn 1999/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 1999, gelezen in het licht van artikel 1 en artikel 6 van deze richtlijn, zoals gewijzigd bij richtlijn 1999/34, moet aldus worden uitgelegd dat een exemplaar van een gedrukte krant die een paramedisch onderwerp behandelt en daarbij een onjuist gezondheidsadvies geeft over het gebruik van een plant, waardoor de gezondheid van een lezer die dit advies heeft opgevolgd schade heeft geleden, geen „gebrekkig product” is in de zin van die bepalingen.

Beschikking in zaak C-594/20 Kuluttaja-asiamies

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 21 van richtlijn 2011/83/EU van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten.

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de Kuluttaja-asiamies (ombudsman voor consumenten, Finland) (hierna: „ombudsman”) en MiGame Oy, een in Finland gevestigde vennootschap, over de inhoud van voor klanten van deze vennootschap bestemd communicatiemateriaal waarin voor consumenten die reeds een overeenkomst met die vennootschap hebben gesloten, een klantenservicenummer wordt weergegeven waarvoor een hoger tarief dan het basistarief geldt.

Het Hof verklaart voor recht:

Artikel 21, eerste alinea, van richtlijn 2011/83/EU van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een handelaar, naast een telefoonnummer waarvoor niet meer dan het basistarief in rekening wordt gebracht, zijn klanten een telefoonnummer ter beschikking stelt waarvoor een hoger tarief dan dat basistarief geldt en dat mogelijkerwijs zal worden gebruikt door consumenten die met die handelaar een overeenkomst hebben gesloten.

Team

Related news

13.12.2021 BE law
Een onrechtmatig verkregen klantenlijst mag niet worden gebruikt om klanten van een concurrent af te werven

Articles - Het Hof van beroep te Gent(1) oordeelde dat het actief benaderen van klanten van een concurrent, door gebruik te maken van een onrechtmatig verkregen klantenlijst, onrechtmatige afwerving is en de bedrijfsgeheimen schendt. Het bevel tot staking van deze oneerlijke marktpraktijk strekt zich enkel uit tot de klanten die nog niet afgeworven zijn en moet beperkt zijn in de tijd.

Read more

13.12.2021 BE law
Publicité comparative des prix : prétendre faussement d’avoir le prix le plus bas est une pratique commerciale déloyale, mais être un concurrent et parler négativement de cette pratique à des tiers l'est aussi

Articles - Le Président du tribunal de commerce d'Anvers(1) a ordonné la cessation d'une publicité comparative illicite suggérant que l'entreprise offre un prix globalement plus avantageux, tant par rapport au marché dans son ensemble que par rapport à un concurrent spécifique. La critique par le concurrent de cette pratique publicitaire à l'égard d'un fournisseur commun est considérée comme du badinage et a également dû être abandonnée.

Read more