Articles

Overzicht van antwoorden op prejudiciële vragen in verband met consumentenrecht

Overzicht van antwoorden op prejudiciële vragen in verband met consum

Overzicht van antwoorden op prejudiciële vragen in verband met consumentenrecht

26.04.2021 EU law

Zie hieronder een selectie van antwoorden op prejudiciële vragen over het consumentenrecht.

Arrest van het Hof van 3 februari 2021 in zaak C-922/19 Stichting Waternet

Het verzoek om een prejudiciële beslissing heeft betrekking op de uitlegging van artikel 9 van richtlijn 97/7/EG betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten, artikel 27 van richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten, alsmede artikel 5, lid 5, van en punt 29 van bijlage I bij richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt.

Met zijn vraag, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 9 van richtlijn 97/7 en artikel 27 van richtlijn 2011/83 – gelezen in samenhang met artikel 5, lid 5, van richtlijn 2005/29 en punt 29 van bijlage I bij deze richtlijn – van toepassing zijn op de totstandkoming van overeenkomsten en met name aldus moeten worden uitgelegd dat ervan kan worden uitgegaan dat een overeenkomst is gesloten tussen een drinkwaterbedrijf en een consument, wanneer deze consument daarmee niet expliciet heeft ingestemd.

Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of het begrip „ongevraagde levering” in de zin van punt 29 van bijlage I bij richtlijn 2005/29 aldus moet worden uitgelegd dat het zich uitstrekt tot een handelspraktijk die erin bestaat dat de aansluiting op de openbare drinkwatervoorziening in stand wordt gehouden wanneer een consument een eerder bewoonde woning betrekt, terwijl deze consument niet om die instandhouding heeft verzocht.

Het Hof verklaart voor recht:

1) Artikel 9 van richtlijn 97/7/ betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten en artikel 27 van richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten, gelezen in samenhang met artikel 5, lid 5, van richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt alsook met punt 29 van bijlage I bij deze richtlijn – zijn niet van toepassing op de totstandkoming van overeenkomsten, zodat het aan de verwijzende rechter staat om overeenkomstig de nationale regeling te beoordelen of ervan kan worden uitgegaan dat een overeenkomst is gesloten tussen een drinkwaterbedrijf en een consument, wanneer deze consument daarmee niet expliciet heeft ingestemd.

2) Het begrip "ongevraagde levering” in de zin van punt 29 van bijlage I bij richtlijn 2005/29 moet aldus worden uitgelegd dat het zich, onder voorbehoud van de door de verwijzende rechter te verrichten verificaties, niet uitstrekt tot een handelspraktijk van een drinkwaterbedrijf die erin bestaat dat de aansluiting op de openbare drinkwatervoorziening in stand wordt gehouden wanneer een consument een eerder bewoonde woning betrekt, ingeval deze consument geen keuzevrijheid heeft wat betreft het drinkwaterbedrijf, dat bedrijf kostendekkende, transparante en niet-discriminerende tarieven hanteert die gebaseerd zijn op het drinkwaterverbruik, en de consument weet dat die woning aangesloten is op de openbare drinkwatervoorziening en dat de levering van drinkwater niet gratis is.

Arrest van het Hof van 21 oktober 2020 in zaak C-529/19 Möbel Kraft

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 16, onder c), van richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Möbel Kraft GmbH & Co. KG, een Duitse vennootschap die meubels verkoopt, en ML, een consument, over een vordering tot schadevergoeding die is ingesteld nadat ML de tussen deze partijen gesloten overeenkomst heeft herroepen.

Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter, het Amtsgericht Potsdam (rechter in eerste aanleg Potsdam, Duitsland), in essentie te vernemen of artikel 16, onder c), van richtlijn 2011/83 aldus moet worden uitgelegd dat de uitzondering op het herroepingsrecht waarin deze bepaling voorziet, kan worden ingeroepen tegen de consument die buiten verkoopruimten een overeenkomst heeft gesloten omtrent de verkoop van een goed dat volgens zijn specificaties moet worden vervaardigd, ook al heeft de handelaar de productie van dit goed nog niet in gang gezet.

Het Hof verklaart voor recht:

Artikel 16, onder c), van richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten moet aldus worden uitgelegd dat de uitzondering op het herroepingsrecht waarin deze bepaling voorziet, kan worden ingeroepen tegen de consument die buiten verkoopruimten een overeenkomst heeft gesloten omtrent de verkoop van een goed dat volgens zijn specificaties moet worden vervaardigd, onafhankelijk van de vraag of de handelaar reeds de productie van dit goed in gang heeft gezet.

Team

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more