Articles

Winkelketen Inno haalt na een decennium officieel zijn gelijk: sperperioderegeling (oude wet marktpraktijken) onwettig

Winkelketen Inno haalt na een decennium officieel zijn gelijk: sperpe

Winkelketen Inno haalt na een decennium officieel zijn gelijk: sperperioderegeling (oude wet marktpraktijken) onwettig

03.11.2020 BE law

Doorheen de jaren is er al veel inkt gevloeid over de wettigheid van de sperperioderegeling (verbod op prijsverminderingen tijdens de sperperiode) in het licht van Richtlijn 2005/29/EG1  (“Richtlijn oneerlijke marktpraktijken”)2 in de zaak Inno/Unizo. Het arrest van 3 februari 2020 van het Hof van Beroep te Gent lijkt hier een definitief einde aan te maken.3

De zaak Inno/Unizo kent een zeer lange voorgeschiedenis en gaat terug tot 2007. Winkelketen Inno kondigde toen kortingen aan tijdens de sprperiode. Unizo was van mening dat Inno hiermee de (oude) wet marktpraktijken overtrad en stapte naar de rechter.  De rechtbank van Koophandel te Brussel gaf Unizo gelijk. In beroep werd het vonnis van de eerste rechter bevestigd.  Daarna ging Inno voor de eerste keer in Cassatie.  Het Hof van Cassatie vernietigde het arrest van Hof van Beroep te Brussel omdat het Hof van Cassatie na een prejudicieel arrest van het Hof van Justitie oordeelde dat de sperperioderegeling tot doel had de consument te beschermen en daarom binnen de toepassing van de Richtlijn oneerlijke marktpraktijken viel en daardoor een per se sperperiode niet meer zou kunnen.  De zaak werd hierop doorverwezen naar het Hof van Beroep te Antwerpen.

Het Hof leek het cassatiearrest naast zich neer te leggen en bevestigde verrassend genoeg het allereerste vonnis. Volgens het Hof van Beroep te Antwerpen was immers het reële doel van de wetgever niet consumentenbescherming maar wel bescherming van de (kleine) concurrent. 

Inno wende zich bijgevolg opnieuw tot het Hof van Cassatie.  Het Hof van Cassatie bevestigde in een arrest van 29 oktober 2015 voor een tweede keer dat de Belgische wetgeving in strijd was met de Europese regelgeving en verwees de zaak naar het Hof van Beroep te Gent. 

Gelet op de toen geldende regels van dubbele cassatiewas het Hof van Beroep te Gent gebonden door het cassatiearrest van 29 oktober 2015 en bevestigde het de onwettigheid van de sperperioderegeling uit de oude wet marktpraktijken. Het Hof vernietigde uiteindelijk het allereerste vonnis van de rechtbank van Koophandel te Brussel en veroordeelde Unizo tot de kosten van het geding. 

De discussie omtrent de wettigheid van de oude sperperioderegeling lijkt eindelijk te zijn afgesloten.  Maar is daarmee ook de discussie gesloten voor wat de sperperiode onder de nieuwe regeling in het Wetboek Economisch Recht betreft? Zie hiervoor een eerdere Short Read

 

Voetnoten:

1 Richtlijn 2005/29 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad, Pb. L 149, 11 juni 2005, 22.
Zie o.m. nieuwsflash marktpraktijken en consumentenrecht 2012/02, november 2012; nieuwsflash marktpraktijken en consumentenrecht november 2010; nieuwsflash handelspraktijken en consumentenrecht december 2009; P. Wytinck, P. Wytinck en D. Gillet, “Sperperioderegeling oude wet marktpraktijken onwettig. Wat onder de nieuwe wet?”, https://www.stibbe.com/en/news/2015/december/sperperioderegeling-oude-wet-marktpraktijken-onwettig-wat-onder-de-nieuwe-wet en P. Wytinck, “Anderhalf jaar nieuwe wet marktpraktijken: overzicht en vooruitblik op het “gedeeltelijke” einde?”, in De onderneming en haar klanten… to be and to see, Instituut voor bedrijfsjuristen, Larcier, 2011, p. 97-106. 
Gent 3 februari 2020, 2016/AR/988, niet gepubl.
4 Hof van Justitie 15 december 2011, C-126/11, Inno v. Unie van Zelfstandige Ondernemers VZW (UNIZO) en anderen.
5 Artikelen 1119 en 1120 Ger.W.

Team

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more