Articles

Afwerving van cliënteel – Communicatie ter actualisering van klantenbestanden

Afwerving van cliënteel – Communicatie ter actualisering van klantenb

Afwerving van cliënteel – Communicatie ter actualisering van klantenbestanden

03.11.2020 BE law

Het Hof van Beroep te Brussel oordeelde dat communicatie gericht aan klanten van een concurrent ter actualisering van klantenbestanden in de mate die communicatie manifest verwarring stichtend en misleidend is, onrechtmatige afwerving van cliënteel kan uitmaken.1

Het Hof bevestigt dat afwerving van cliënteel van een concurrent, gelet op de vrijheid van handel en nijverheid en van concurrentie, op zich niet ongeoorloofd is.  Het kan echter een onrechtmatig karakter kan krijgen “omwille van het doel dat zij beoogt, zijnde de desorganisatie en/of destabilisatie van de andere, en/of omwille van de bijzondere omstandigheden waarin zij plaatsvindt, zoals het creëren van verwarring, het misleiden door foutieve informatie te verstrekken, het in een slecht daglicht plaatsen, het onrechtmatig gebruik van bedrijfsgegevens en het misbruiken van opgedane kennis”. 

Een verzekeringsmaatschappij had ter actualisering van haar klantenbestanden een nieuwjaarsbrief verstuurd aan al haar “actieve” klanten met als bijlage een fiche waarop de gekende gegevens van deze klanten vermeld stonden. De bestemmelingen werden verzocht om de gegevens na te kijken, te verbeteren en/of aan te vullen. Een deel van de bestemmelingen waren klant bij een concurrent. Een deel echter niet (meer). 

Het Hof van Beroep oordeelde dat desbetreffende nieuwjaarsbrief kwalificeerde als een onrechtmatige afwerving van cliënteel omdat de brief ervanuit ging dat de bestemmelingen actuele klanten waren en niet voorzag in de mogelijkheid dat zij geen klant (meer) waren.  De bestemmelingen konden hierdoor verkeerdelijk de indruk krijgen dat zij een contractuele relatie hadden met de verzekeringsmaatschappij in kwestie, terwijl dit in werkelijkheid niet noodzakelijk het geval was. 

Verder stelde het Hof dat zelfs indien de communicatie gericht was op de actualisering van klantenbestanden, de actualisering op zodanige wijze was aangepakt dat er mogelijks verwarring was ontstaan in hoofde van de klanten van de concurrent en er bijgevolg onrechtmatig werd gehandeld.  De actualisering had op een geheel andere manier kunnen plaatsvinden. 

Tot slot vond het Hof het weinig aannemelijk dat het verzekeringskantoor zelf niet beter wist wie bij haar klant was en wie niet. 

 

Voetnoten:

Brussel 13 januari 2020, 2017/AE/574, niet gepubl. 

Team

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more