Short Reads

Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit

Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

06.09.2019 NL law

De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt de verplichting in om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat daaraan behoefte bestaat. Hiermee wordt beoogd leegstand en onnodige bebouwing te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Onlangs is over dit onderwerp een Kamerbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen naar aanleiding van onderzoek naar de werking van de Ladder voor woningbouw.

Er is inmiddels een veelheid aan jurisprudentie beschikbaar over de wijze waarop een behoefteonderzoek moet plaatsvinden om in overeenstemming te zijn met de Ladder. In een tussenuitspraak van 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1668) die wij in dit blogbericht bespreken bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State haar eerdere jurisprudentie (bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2016:24) dat bij het behoefteonderzoek de harde plancapaciteit leidend is. De Afdeling overweegt in deze uitspraak voor het eerst (!) expliciet dat bij de harde plancapaciteit moet worden betrokken: het vergelijkbare aanbod dat op basis van onherroepelijke planologische besluiten toelaatbaar is, ook als het aanbod niet is gerealiseerd en de kans op realisatie gering is. Interessant is bovendien het oordeel van de Afdeling dat  bij een aanzienlijke overcapaciteit de kwalitatieve meerwaarde van een ontwikkeling niet zonder meer de behoefte aan die ontwikkeling kan rechtvaardigen.

Moet bij de harde plancapaciteit ook het aanbod worden betrokken dat waarschijnlijk nooit zal worden gerealiseerd?

In de uitspraak van 22 mei 2019 ligt een bestemmingsplan voor dat in 2017 door de gemeenteraad van Breda ("Raad") was vastgesteld om het bestaande viersterrenhotel "Hotel Mastbosch" uit te breiden met 53 kamers, een sauna, een fitnessruimte en ruimere parkeermogelijkheden. Een van de vragen die bij de Afdeling voorligt is, of de Raad de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling wel voldoende heeft onderbouwd. Artikel 3.1.6. lid 2 Bro verplicht de Raad immers in dit geval de behoefte aan de uitbreiding van het hotel te onderbouwen. Het gaat daarbij zowel om de kwantitatieve behoefte als aan de kwalitatieve behoefte. De kwantitatieve behoefte wordt bepaald door de ontwikkeling af te zetten tegen het bestaande aanbod. Met kwalitatieve behoefte wordt bedoeld de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling.

Om aan deze verplichting te voldoen had de Raad een behoefteonderzoek laten uitvoeren. Daarbij was echter geen rekening gehouden met alle initiatieven die in onherroepelijke planologische besluiten mogelijk worden gemaakt. Bij de behoefteraming was namelijk niet betrokken het hotelaanbod waarvan de kans op realisatie volgens de Raad minder dan 75% was.

Het gehele aanbod in onherroepelijke planologische besluitvorming is relevant

De Afdeling maakt korte metten met de behoefteraming en verwijst daarvoor naar haar uitspraak van 13 januari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:24). Bij het behoefteonderzoek moet de harde plancapaciteit worden betrokken. Daaronder wordt verstaan het gehele aanbod aan – in dit geval – hotelkamers dat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van Hotel Mastbosch in onherroepelijke planologische besluitvorming mogelijk is gemaakt.

Kan de kwalitatieve meerwaarde van de ontwikkeling een overaanbod rechtvaardigen?

De Raad had nog aangevoerd dat de uitbreiding van het hotel een zodanige kwalitatieve meerwaarde heeft ten opzichte van het bestaande aanbod, dat de overcapaciteit die ontstaat te rechtvaardigen is, maar deze grond slaagt ook niet. De Afdeling overweegt dat onvoldoende door de Raad duidelijk is gemaakt waarom het hotel zich in kwalitatief opzicht onderscheidt van het aanbod aan hotelkamers in de regio. Volgens de Afdeling neemt bij een aanzienlijk overschot de kans juist toe dat in de kwalitatieve behoefte reeds geheel of gedeeltelijk wordt voorzien door het andere aanbod aan hotelkamers. De Afdeling draagt de Raad op dit motiveringsgebrek in het besluit te herstellen.

Observaties

De Afdeling onderstreept met deze uitspraak het belang van het betrekken van de harde plancapaciteit bij het behoefteonderzoek dat is vereist op grond van artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Het gehele aanbod in het relevante (markt)gebied dat beschikbaar is in onherroepelijke planologische besluitvorming is voor het behoefteonderzoek relevant. Dat geldt ook voor het aanbod dat nog niet is gerealiseerd en misschien ook nooit wordt gerealiseerd. Het belang van deze maatstaf wordt met de uitspraak die in dit blogbericht voorligt nog eens vergroot, doordat bij een fors overaanbod na een berekening met de harde plancapaciteit de kwalitatieve behoefte aan een ontwikkeling ook niet snel soelaas kan bieden. Hoe groter het overaanbod, hoe minder relevant de kwalitatieve meerwaarde is van een ontwikkeling, zo leiden wij af uit de voorliggende uitspraak. Dit wil overigens niet zeggen dat nooit wat op de harde plancapaciteit valt af te dingen. In een uitspraak van 14 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:522) oordeelde de Afdeling namelijk dat een niet benutte wijzigingsbevoegdheid geen harde plancapaciteit is om rekening mee te houden. Bovendien kunnen wij ons voorstellen dat er situaties zijn waarbij de kwalitatieve behoefte aan een ontwikkeling gemakkelijker is aan te tonen. Bijvoorbeeld wanneer geen uitbreiding van een reeds bestaand hotel voorligt, maar een compleet nieuw hotel met een zodanig vernieuwend concept dat dit hotel een nieuwe vraag creëert.

Team

Related news

09.08.2022 NL law
Het initiatiefvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen in internationale context

Articles - Internationaal maatschappelijk ondernemen, in het bijzonder door corporate sustainability due diligence, staat hoog op de (internationale) agenda. In het voetspoor van enkele andere landen in Europa is in Nederland een voorstel gedaan voor een wettelijk raamwerk dat niet op specifieke hoogrisicosectoren van toepassing is, maar op een veel grotere groep ondernemingen.

Read more

27.07.2022 NL law
Actualiteiten Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) 

Short Reads - De aandacht voor (Internationaal) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (“(I)MVO”) en Environmental, Social and Governance factoren (“ESG”) en verantwoording daarover blijft onverminderd groot. Wij zien op nationaal en Europees niveau tal van ontwikkelingen, zoals de publicatie van het voorstel voor een Europese Corporate Sustainability Due Diligence richtlijn. Wij stippen enkele Europese en nationale initiatieven aan. 

Read more

09.08.2022 NL law
Bouwen en stikstofdepositie anno 2022: een (on)mogelijke opgave?

Articles - De stikstofproblematiek houdt de gemoederen sinds de PAS-uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) al geruime tijd bezig. In onze eerdere artikelen in voorgaande jaren schetsten wij de stand van zaken op dat moment. Omdat de ontwikkelingen sindsdien niet zijn uitgebleven – integendeel – bestaat alle aanleiding voor een update.

Read more

04.08.2022 NL law
Meer maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Na een blog uit 2020 heb ik de afgelopen periode enkele uitspraken gesignaleerd die lijken te wijzen op een soepelere omgang van de bestuursrechter met termijnoverschrijdingen. Zo besteedde ik aandacht aan een uitspraak van de rechtbank Limburg, waarin persoonlijke (privé) omstandigheden een doorslaggevende rol speelden. Recent is er een tweetal verzetuitspraken van de Afdeling verschenen waarin persoonlijke omstandigheden ook beslissend waren. Waait er sinds de reflectierapporten inderdaad een nieuwe wind door de ontvankelijkheidsrechtspraak?

Read more

15.07.2022 NL law
Richtlijn (EU) 2022/362 noopt tot timmeren aan de weg voor de infrastructuurheffing in Nederland

Short Reads - Op 24 maart 2022 is Richtlijn (EU) 2022/362 in werking getreden. Richtlijn (EU) 2022/362 wijzigt verschillende richtlijnen, waaronder Richtlijn 1999/62/EG (hierna: de ‘Tolrichtlijn’). Uit overweging 11 en 13 uit de considerans bij Richtlijn (EU) 2022/362 volgt dat de richtlijn beoogt de inconsistenties in de infrastructuurheffing voor wegverkeer in de Europese Unie weg te nemen. 

Read more