Articles

Grondwettelijk Hof vernietigt versoepeling landschappelijk waardevol agrarisch gebied!

Grondwettelijk Hof vernietigt versoepeling LWAG

Grondwettelijk Hof vernietigt versoepeling landschappelijk waardevol agrarisch gebied!

18.10.2019 BE law

De Codextrein is niet onbesproken. Reeds een aantal van de bepalingen die werden ingevoerd door de Codextrein stuitten op een ferme "njet" van het Grondwettelijk Hof. Het nieuw ingevoegde artikel 5.7.1. VCRO blijkt hetzelfde lot beschoren te zijn. Deze bepaling strekte ertoe komaf te maken met de zeer strenge (te strenge?) rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State inzake landschappelijk waardevol agrarisch gebied (LWAG). Benieuwd naar de draagwijdte van deze bepaling en het vernietigingsarrest? Met deze blog bent u weer helemaal mee.

Draagwijdte artikel 5.7.1 VCRO

De vraag of een bepaalde handeling al dan niet verenigbaar is met LWAG wordt afhankelijk gesteld van een tweevoudig criterium. Dit tweevoudig criterium omvat zowel:

  • een planologische toets waarbij de overheid nagaat of de te vergunningen werken/handelingen in overeenstemming zijn mdet de bestemming "agrarisch gebied", EN;
  • een esthetische toets waarbij de overheid nagaat of de tevergunnen werken in overeenstemming zijn met de schoonheidswaarde van het betrokken gebied. Met andere woorden mag geen project worden vergund dat het behoud van deze schoonheidswaarde in het gedrang zou brengen.

Voor wat betreft de esthetische toets is er over de jaren heen heel wat rechtspraak ontwikkeld. Deze rechtspraak was reeds streng, maar blijkt de laatste jaren zodanig streng te zijn geworden dat het de facto quasi onmogelijk was om in deze gebieden nog vergunningen af te leveren. Deze evolutie was ook de decreetgever niet ontgaan. Een decretaal ingrijpen werd daarom wenselijk geacht.

Zodus verschijnt artikel 5.7.1. VCRO ten tonele. Deze bepaling voorzag (i) in een verduidelijking van met welke elementen betreffende het gebied en het betrokken project rekening kon worden gehouden in het kader van de beoordeling van de esthetische toets en (ii) in de vaststelling dat maatregelen die strekken tot landschapsintegratie niet automatisch leiden tot de vasttstelling dat de schoonheidswaarde van het betrokken gebied zou worden aangetast.

Met artikel 5.7.1. VCRO beoogde de decreetgever de invulling van het LWAG beter te doen aansluiten bij de initiële bedoeling van de regelgever.

Draagwijdte van het arrest van het Grondwettelijk Hof

Standpunt verzoekende partijen

Tegen deze bepaling werd een vernietigingsberoep ingesteld bij het Grondwettelijk Hof. De verzoekende partijen voerden aan:

  • dat een plannnende overheid slechts een wijziging zou kunnen doorvoeren aan een bestemmingsvoorschrift mits de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan;
  • dat artikel 5.7.1. onderworpen diende te zijn geweest aan een voorafgaandelijke milieueffectbeoordeling evenals participatiemogelijkheden in de zin van de artikelen 7 en 8 van het Verdrag van Aarhus;
  • dat deze werkwijze een onverantwoord verschil in behandeling en een achteruitgang van het beschermingsniveau inzake leefmilieu impliceert.

Standpunt Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof neemt een aantal belangrijke standpunten in, met name:

  • artikel 5.7.1. VCRO kan - hoewel zij doorwerkt op het niveau van de gewestplannen - niet worden beschouwd als een "plan of programma" in de zin van artikel 2, a) van de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's. Het Grondwettelijk Hof verwijst daarbij uitgebreid naar de parlementaire voorbereiding van de Plan-MER-Richtlijn en ligt in de lijn van het standpunt dat ik samen met mijn collega Guan Schaiko reeds eerder in het Jaarboek tRecht 2017 verdedigde (zie https://www.stibbe.com/en/news/2018/april/wat-is-een-plan-of-programma-in-de-zin-van-de-plan-mer-richtlijn-de-rechtsgrond-van-een-vergunning) ;
  • artikel 5.7.1. VCRO kan evenmin worden beschouwd als een "project" in de zin van richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;
  • de artikelen 7 en 8 van het Vedrag van Aarhus (participatieverplichtingen) zijn evenmin van toepassing op de aanneming van artikel 5.7.1 VCRO;
  • artikel 5.7.1. VCRO - hoewel het een aantal waarborgen bevat - impliceert een aanzienlijke achteruitgang met betrekking tot het leefmilieu. Deze achteruitgang maakt dat het niet redelijk verantwoord is dat niet in inspraakmogelijkheden is voorzien. Het daaruit volgende verschil in behandeling is des te minder verantwoord nu wijzigingen in bestemmingsvoorschriften in de regel worden doorgevoerd via een ruimtelijke uitvoeringsplan, waarvan de vaststelling gepaard gaat met enkele belangrijke waarborgen voor het leefmilieu en het publiek.

Deze laatste vaststelling betekende de doodsteek voor artikel 5.7.1. VCRO, ingevoegd bij artikel 94 van de Codextrein (arrest via deze link https://www.const-court.be/public/n/2019/2019-145n.pdf).

Gevolgen voor de praktijk

Deze vernietiging heeft tot gevolg dat de strenge rechtspraak van de Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwisting opnieuw onverkort van  toepassing is. Er ligt immers niet langer een decretale bepaling voor die de invulling van LWAG door deze administratieve rechtscolleges enigszins tempert.

In het licht van deze vernietiging blijft het dan ook zaak om maximaal aandacht te besteden aan de esthetische toets, zowel door de vergunningsaanvrager als door het vergunningverlenend bestuur.

 

Team

Related news

27.07.2022 NL law
Actualiteiten Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) 

Short Reads - De aandacht voor (Internationaal) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (“(I)MVO”) en Environmental, Social and Governance factoren (“ESG”) en verantwoording daarover blijft onverminderd groot. Wij zien op nationaal en Europees niveau tal van ontwikkelingen, zoals de publicatie van het voorstel voor een Europese Corporate Sustainability Due Diligence richtlijn. Wij stippen enkele Europese en nationale initiatieven aan. 

Read more

12.08.2022 NL law
Reactie op ‘De lucht geklaard … Aan de slag met resultaatgerichte grenswaarden voor industriële emissies om 50% reductie te bereiken in 2030’

Articles - Met veel belangstelling hebben Anna Collignon en Jelmer Ypinga  de bijdrage van Borgers en Molendijk in dit nummer van TO gelezen. Hierin borduren zij voort op het eerder verschenen advies dat zij als adviseurs van KokxDeVoogd schreven in opdracht van Rijkswaterstaat. Het advies bevat een mooi overzicht van de huidige en toekomstige juridische instrumenten die van belang (zullen) zijn bij het stellen van emissiegrenswaarden.

Read more

09.08.2022 NL law
Bouwen en stikstofdepositie anno 2022: een (on)mogelijke opgave?

Articles - De stikstofproblematiek houdt de gemoederen sinds de PAS-uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) al geruime tijd bezig. In onze eerdere artikelen in voorgaande jaren schetsten wij de stand van zaken op dat moment. Omdat de ontwikkelingen sindsdien niet zijn uitgebleven – integendeel – bestaat alle aanleiding voor een update.

Read more

15.07.2022 NL law
Kamerbrief Jetten over hernieuwbare energie en voortgang RES’en: vertraging in ambities, geen tijdelijke afstandsnormen windturbines, meer gezondheidsonderzoek en experimenteren met naderingsdetectie

Short Reads - Op 6 juli 2022 heeft minister Jetten voor Klimaat en Energie een brief aan de Kamer gestuurd over projecten voor windenergie op land en regionale energiestrategieën. Bij die kamerbrief zit als bijlage een rapport van het RIVM met een verkenning van de opties voor gezondheidsonderzoek rond windturbines. De inhoud van die brief en de bijbehorende bijlage bespreken wij in dit blog.

Read more