Short Reads

Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

15.10.2019 NL law

Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

In dit bericht staan wij stil bij het aanscherpen van de regels over uittreding. Hoewel zeer welkom – uittreden leidt niet zelden tot langdurige geschillen – vragen wij ons af of de in de praktijk ondervonden problemen met de voorgestelde regeling zullen worden opgelost.

Uitgebreidere afspraken maken

Een voor de praktijk belangrijke wijziging betreft de aanscherping van de regels over uittreding. Onder de huidige Wgr is het al verplicht om bij een voor onbepaalde tijd ingestelde gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over het regelen van de gevolgen van de uittreding. In de praktijk blijkt dat vaak wordt volstaan met alleen de afspraak dat bij uittreding het (algemeen) bestuur de voorwaarden vaststelt. Bovendien geldt voor tijdelijke gemeenschappelijke regelingen nu geen verplichting om iets te regelen over de uittreding. Het nieuwe wetsvoorstel brengt daar verandering in door aan het huidige artikel 9 lid 1 Wgr toe te voegen dat bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling in ieder geval afspraken moeten worden gemaakt over de gevolgen van uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij (volgens de toelichting) moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Deze afspraken moeten in de regeling zelf worden neergelegd. Ook wordt het voorgestelde artikellid zodanig geformuleerd dat deze verplichting voor gemeenschappelijke regelingen voor onbepaalde en bepaalde tijd geldt.

Afspraken over financiële gevolgen

In het vorige blogbericht noemden wij al het (ingetrokken) initiatiefwetsvoorstel van D66 van de Wet democratisering gemeenschappelijke regelingen (Kamerstukken 34177, 2014/15, 34177, 3, p. 5). Ook in dit wetsvoorstel was een uittredingsregeling voorgesteld. Daar ging het echter om de maximering van de uittreedsom. De achterliggende gedachte was dat het in de wet opnemen van deze norm ('ten hoogste de reële kosten van de uittreding') zou voorkomen dat andere dan democratische overwegingen de overhand zouden krijgen bij het regelen van de uittreding. Denk hierbij aan het 'beboeten' van de uittreder indien uittreding het gevolg is van onenigheid over het te volgen beleid of financieel beheer. In het huidige wetsvoorstel is geen gemaximeerde uittreedsom opgenomen. Het is aan de deelnemers aan de regeling om vooraf afspraken te maken over de (financiële) gevolgen. Dit lijkt ons een juist uitgangspunt, met name omdat in de praktijk achteraf, dus na het besluit tot uittreding, veel problemen worden ervaren bij het regelen van de gevolgen daarvan.

Voorkomen van langslepende (financiële) conflicten

Niet zelden leidt de financiële afwikkeling na uittreding van een deelnemer tot een langslepend conflict. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1198, AB 2015/420 m.nt. T. Barkhuysen en A.A. al Khatib). Het geschil dat leidde tot deze uitspraak ging over de hoogte van het schadebedrag en de uittreedsom, nadat het Rijk uit de Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Midden-Delfland was getreden. Het algemeen bestuur van het Recreatieschap had de bedragen vastgesteld op respectievelijk € 69.544.776 en € 51.267.246, waar het Rijk het niet mee eens was. Deze zaak illustreert de juridische strijd waarin partijen verwikkeld kunnen raken indien voorafgaand aan het treffen van de gemeenschappelijke regeling geen uittredingsregeling is afgesproken. Het vooraf vastleggen van de verplichtingen over en weer zal veel meer duidelijkheid creëren voor alle deelnemers. De voorgestelde wijziging van artikel 9 Wgr biedt dus een welkome verbetering ten opzichte van het huidige artikel.

Overigens kunnen uittredingsconflicten ook ontstaan indien overheden besluiten samen te werken buiten de Wgr om. Zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:660) over het Gooisch Natuurreservaat. Partijen werden het niet eens over de afkoopsom die de gemeente Amsterdam moest betalen om uit te treden. Vervolgens ontstond een procedure over de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst. De Hoge Raad oordeelde dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst niet-opzegbaar kan zijn, als dat de bedoeling is geweest van partijen. De wijziging van de Wgr lost dit soort conflicten niet op: privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden blijven gewoon onderhevig aan contractsvrijheid. Tegelijkertijd laat het arrest zien dat het riskant kan zijn om buiten de Wgr om (en dus zonder de wettelijke waarborgen van de Wgr) samenwerkingsverbanden aan te gaan.

Korte overgangstermijn: ruimte voor verbetering

De voorgestelde uittredingsregeling vergt van de partijen bij een gemeenschappelijke regeling dat zij opnieuw in onderhandeling treden over de voorwaarden van hun gemeenschappelijke regeling en de financiële afwikkeling daarvan bij uittreding. Nu de minister van BZK voornemens is om slechts een overgangstermijn van een jaar te hanteren, betekent dit dat bestaande gemeenschappelijke regelingen binnen een jaar na inwerkingtreding van de gewijzigde Wgr hun regeling zodanig dienen aan te passen dat zij aan de gewijzigde Wgr voldoen. Een langere termijn zou volgens de minister betekenen dat de versterking van de positie van de gemeenteraden onnodig lang op zich laat wachten.

Een termijn van een jaar geeft partijen echter maar weinig tijd om de financiële voorwaarden te heronderhandelen en werkt in de hand dat partijen slechts een algemene, weinig richting gevende bepaling opnemen, puur om binnen de overgangstermijn aan de letter van de gewijzigde Wgr te voldoen. De korte overgangstermijn heeft dan als onbedoeld effect dat de vernieuwde uittredingsregeling geen verbetering oplevert ten opzichte van het huidige recht. Het verdient daarom aanbeveling om ofwel een langere overgangstermijn te hanteren ofwel andere stimulansen in te bouwen om binnen een jaar tot daadwerkelijk verbeterde uittredingsregelingen te komen. Wij zien hierbij een kans voor de VNG of het IPO om het voortouw te nemen en modelbepalingen te circuleren.

Team

Related news

13.11.2019 NL law
Een strategisch actieplan voor het gebruik van AI door de overheid

Short Reads - Een paar jaren geleden hoorde je er nog nauwelijks over, maar nu kan je er bijna niet meer om heen: kunstmatige intelligentie, ook wel artificiële intelligentie (AI) genoemd.  AI verwijst naar systemen die intelligent gedrag vertonen door hun omgeving te analyseren en – met een zekere mate van zelfstandigheid – actie ondernemen om specifieke doelen te bereiken. Denk aan zelfrijdende auto's of slimme thermostaten. 

Read more

08.11.2019 BE law
Interview with Wouter Ghijsels on Next Gen lawyers

Articles - Stibbe’s managing partner Wouter Ghijsels shares his insights on the next generation of lawyers and the future of the legal profession at the occasion of the Leaders Meeting Paris where Belgian business leaders, politicians and inspiring people from the cultural and academic world will discuss this year's central theme "The Next Gen".

Read more

13.11.2019 NL law
Billijker bestuursrecht met minder formele rechtskracht

Short Reads - De recente uitspraken van de Hoge Raad over de Groningse aardbevingsschade en die van de Afdeling bestuursrechtspraak over het terugvorderen van toeslagen voor kinderopvang hebben meer met elkaar te maken dan menigeen op voorhand zal denken. Zowel de Hoge Raad als de Afdeling kiest daarin namelijk – terecht – voor een verdere versoepeling van de leer van de formele rechtskracht van besluiten. Een leer die vaak wordt bekritiseerd vanwege de onnodig onbillijke uitkomsten daarvan in sommige zaken.

Read more

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

13.11.2019 NL law
Van Stint tot Fipronil: een schadefonds voor gedupeerden van voortvarend overheidsingrijpen in crisissituaties

Short Reads - Op donderdag 7 november 2019 was prof. mr. Pieter van Vollenhoven te gast bij ons op kantoor voor het seminar "Van Stint tot Fipronil: een schadefonds voor gedupeerden van voortvarend overheidsingrijpen in crisissituaties". In het sprekerspanel met o.a. Berthy van den Broek, Janet van de Bunt, Monique de Groot en Edwin Renzen en ook in de zaal waren de meesten duidelijk gecharmeerd van zo’n fonds Van Vollenhoven. Maar er blijven nog genoeg vragen over hoe zo’n fonds precies zou moeten worden ingericht.

Read more

06.11.2019 BE law
Les nouveaux seuils européens des marchés publics à partir du 1er janvier 2020

Articles - Les règlements qui modifient les seuils européens d'application pour les procédures de passation des marchés et des concessions  sont publiés dans le Journal officiel européen du 31 octobre 2019 (JO L 279 du 31 octobre 2019). Ces modifications entraînent pour la première fois une baisse des seuils depuis 2010, tant pour les travaux que pour les fournitures et services, quel que soit le secteur. Les nouveaux seuils s'appliquent à compter du 1er janvier 2020 et sont, comme d'habitude, fixés pour une période de deux ans. Ils sont valables jusqu'au 31 décembre 2021.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring