Short Reads

Democratische legitimiteit gemeenschappelijke regelingen terug op de kaart

Democratische legitimiteit gemeenschappelijke regelingen terug op de

Democratische legitimiteit gemeenschappelijke regelingen terug op de kaart

08.10.2019 NL law

Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Een gemeenschappelijke regeling is een samenwerking tussen bijvoorbeeld decentrale overheden als gemeenten en provincies. Bekende voorbeelden zijn een Omgevingsdienst, een gemeenschappelijke regeling afvalverwerking of een shared services center.

Het consultatievoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Enerzijds door versterking van de positie van de volksvertegenwoordigende organen van de gemeenten en provincies. Anderzijds door de participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden te vergroten.

De vraag is of de wetswijziging dit doel gaat realiseren. Positief is dat er voor de gemeenteraad meer zeggenschap mogelijk is over de begroting van de gemeenschappelijke regeling. Ook de aangescherpte regels over uittreding springen in het oog, maar of de voorgestelde oplossingen echt gaan werken, kan worden betwijfeld.

Eerdere initiatieven

De wetswijziging is aangekondigd in het regeerakkoord Rutte III. Een aantal jaar geleden was al door D66 een voorstel voor een Wet democratisering gemeenschappelijke regelingen bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel is later, na het verschijnen van het regeerakkoord Rutte III, ingetrokken. Zie daarover dit Stibbeblogbericht. Interessant is nu te bezien in hoeverre de ideeën uit het initiatiefwetsvoorstel worden overgenomen. Wij zullen daaraan in een volgend blogbericht meer aandacht besteden.

In ieder geval laat het consultatievoorstel de bedrijfsvoeringsorganisaties onaangeroerd. Het voorstel voor de Wet democratisering gemeenschappelijke regelingen beoogde de bedrijfsvoeringsorganisaties af te schaffen, terwijl de mogelijkheid daartoe nog maar vanaf 1 januari 2015 bestond (art. 8 lid 3 Wgr). Het gaat hier om gemeenschappelijke regelingen tussen colleges van burgemeester en wethouders die worden ingesteld ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken. Een voorbeeld is de bedrijfsvoeringsorganisatie H2O; een samenwerking tussen de gemeente Hattem, Heerde en Oldebroek op het terrein van ICT. Kennelijk ervaart de regering bij deze vorm van samenwerking geen onoverkomelijk democratisch tekort.

Hoofdlijnen voorgestelde maatregelen

Om de democratische legitimiteit te verbeteren, introduceert de regering nieuwe instrumenten en worden bestaande verbeterd. Daarnaast ziet de regering ook mogelijkheden om de kennis over de bestaande mogelijkheden voor invloed en controle te vergroten. Dit laatste wordt opgepakt in het kader van de versterking van de toerusting en ondersteuning van raadsleden en griffiers.

Opvallend is dat de regering geen harde inhoudelijke verplichtingen oplegt. Gemeenteraden krijgen nieuwe bevoegdheden en verplichtingen om over bepaalde onderwerpen afspraken te maken, maar er is voor partijen veel vrijheid over de inhoud van die afspraken. Er is dus ruimte voor maatwerk.

Er worden drie typen maatregelen voorgesteld.

  1. Versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen;
  2. Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden;
  3. Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling.

Uitgelicht: meer zeggenschap over de begroting

De gemeenteraad krijgt volgens het wetsvoorstel meer zeggenschap over de begroting van een gemeenschappelijke regeling. De financiële bijdragen van gemeenten aan een gemeenschappelijke regeling zijn een verplichte uitgave. Gemeenteraden hebben op dit moment alleen het recht hun zienswijze over de ontwerpbegroting te geven (art. 35 Wgr). Het gebeurt in de praktijk regelmatig dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling ongemotiveerd voorbij gaat aan de gegeven zienswijze. Daardoor is de invloed van de gemeenteraden op een eigen verplichte uitgave marginaal waardoor het budgetrecht onder druk staat. Om aan deze praktijk een einde te maken, voorziet het wetsvoorstel erin dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeenteraad schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Verder wordt de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling beter aangesloten op de gemeentelijke cyclus. Daardoor heeft de gemeenteraad meer tijd en een beter zicht op de doelen van de gemeenschappelijke regeling en de eigen begroting. Ten slotte wordt het mogelijk gemaakt dat raadsleden deel uitmaken van het bestuur van een collegeregeling (dat is een gemeenschappelijke regeling tussen uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders). Dat moet het budgetrecht van de gemeenteraad in de praktijk versterken. Wel betekent deze mogelijkheid een doorbreking van het gedualiseerde bestuur op gemeentelijk niveau, zoals ook door de regering wordt onderkend. Uit een oogpunt van gemeentelijke machtenscheiding (tussen raad en college) is dat geen verbetering.

Een ander belangrijk punt is dat de regels over uittreding worden aangescherpt. Dat is een welkome aanvulling. Op dit moment leidt uittreding nog al eens tot langdurige geschillen, omdat de regeling doorgaans nauwelijks iets bepaalt over de gevolgen van de uittreding en de financiële afwikkeling. De vraag is echter of dit wel goed uit de verf zal komen nu de regering slechts een zeer korte overgangstermijn van één jaar in het vooruitzicht stelt. Dat geeft de partijen in een gemeenschappelijke regeling maar weinig tijd voor aanpassing. In een volgend blogbericht gaan wij apart in op de uittredingsregeling. Wordt vervolgd.

Team

Related news

04.05.2021 NL law
Aanbevelingen van het Pbl voor de circulaire economie: meer bestuursrechtelijke verplichtingen voor bedrijven?

Short Reads - Begin dit jaar publiceerde het Planbureau voor de leefomgeving (Pbl) zijn eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage. Die rapportage bespreekt de huidige status van de circulaire economie in Nederland en geeft adviezen om de transitie te versnellen. Het Pbl roept nadrukkelijk de Nederlandse overheid op om de circulaire economie verder te bevorderen. Daarbij ziet het Pbl een belangrijke rol voor nieuwe circulaire verplichtingen voor bedrijven.

Read more

03.05.2021 NL law
De overheid behoeft de besten, maar krijgt zij die nog wel?

Short Reads - ‘De overheid behoeft de besten; zij moet aantrekken en opkweken de bekwaamsten onder de jongeren; haar mensen moeten het in kennis maar ook in levenshouding en beschaving kunnen opnemen tegen de leidende figuren uit de maatschappij; het zou noodlottig zijn voor de publieke zaak, zo de overheid zich tevreden zou stellen met degenen, die elders niet aan de slag konden komen of mislukten.’ (C.H.F. Polak 1957, geciteerd in NJB 2018/1044)

Read more

04.05.2021 NL law
Participatie en privacyregels: hoe te combineren onder de Omgevingswet?

Short Reads - In het stelsel van de Omgevingswet (Ow) is een belangrijke rol bedacht voor participatie bij de totstandkoming van besluiten. Het beoogde resultaat: tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen en daarmee een groter draagvlak en kwalitatief betere besluitvorming bereiken. Door een grotere betrokkenheid van meer personen gaan overheden en initiatiefnemers ook meer persoonsgegevens verwerken. Dit brengt privacyrisico’s met zich mee. Wat regelt de Ow op het gebied van privacy, de verwerking van persoonsgegevens en datagebruik?

Read more

28.04.2021 NL law
Gevolgen van enige betekenis? Bij twijfel is burger belanghebbende

Short Reads - In het bestuursprocesrecht is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks gevolgen ondervindt van een besluit belanghebbende is bij dat besluit. Sinds 2016 past de Afdeling in het omgevingsrecht hierop een correctie toe: er moet sprake zijn van gevolgen van enige betekenis om belanghebbende te zijn. Op 10 maart 2021 heeft de Afdeling bepaald dat bij twijfel over de vraag of hiervan sprake is, de rechtszoekende het voordeel van de twijfel krijgt.

Read more