Short Reads

Interesse van een raadslid in een woning binnen nieuw vast te stellen bestemmingsplan levert op zichzelf geen verboden vooringenomenheid op

Interesse van een raadslid in een woning binnen nieuw vast te stellen

Interesse van een raadslid in een woning binnen nieuw vast te stellen bestemmingsplan levert op zichzelf geen verboden vooringenomenheid op

15.03.2019 NL law

Het bevoegde bestuursorgaan binnen een gemeente voor de vaststelling van een bestemmingsplan is de gemeenteraad. Deze vaststelling dient op grond van de Algemene wet bestuursrecht ("Awb") zonder vooringenomenheid plaats te vinden. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de "Afdeling") van 6 maart 2019 volgt dat van vooringenomenheid in principe geen sprake is als een raadslid interesse heeft getoond in een woning uit een project dat wordt mede mogelijk gemaakt door het vastgestelde bestemmingsplan. Bijkomende omstandigheden zijn vereist.

Achtergrond

De gemeenteraad van Hengelo heeft op 30 januari 2018 het bestemmingsplan "Centrum 2013, badhuis" vastgesteld. Dit plan maakt de bouw van een appartementencomplex met 29 appartementen mogelijk op de locatie van het voormalige badhuis aan de Oldenzaalsestraat in Hengelo. Omwonenden van deze ontwikkeling hebben beroep in gesteld tegen de vaststelling van het plan. Volgens de omwonenden zou er sprake van strijd met artikel 2:4 Awb, artikel 28 lid 1 onder a Gemeentewet en de Gedragscode voor politiek ambtsdragers van de gemeente Hengelo.

De strijd met deze artikelen en Gedragscode was er volgens appellanten in gelegen dat één van de raadsleden kenbaar had gemaakt dat zij interesse heeft in één van de te realiseren woningen. Volgens appellanten had zij daarom een eigen belang bij de vaststelling van het bestemmingsplan en had zij zich moeten onthouden van stemming. Hetzelfde geldt voor het raadslid waarvan de vader interesse heeft in één van de woningen. Ook hij heeft volgens appellanten indirect een eigen belang bij de vaststelling van het plan.

Juridisch kader

De genoemde wetsartikelen en Gedragscode waar appellanten zich op hebben beroepen, komen er kort gezegd op neer dat de gemeenteraad zijn taak zonder vooringenomenheid dient te vervullen. Raadsleden dienen niet deel te nemen aan een stemming over aangelegenheden waarbij zij een persoonlijk belang bij hebben. Op grond van artikel 2:4 lid 2 Awb dient de raad ook ertegen te waken dat raadsleden die een persoonlijk belang hebben bij een besluit, de besluitvorming beïnvloeden.

Oordeel Afdeling

Naar oordeel van de Afdeling volgt uit artikel 2:4 Awb in het algemeen niet dat een persoon die deel uitmaakt van een democratisch gekozen bestuursorgaan en die bij een besluit een belang heeft, zich zou moeten onthouden van deelname aan de besluitvorming. Dit zou afbreuk doen aan de taak en de fundamentele rechten van een gekozen volksvertegenwoordiger en daarmee aan het democratisch proces. De gemeenteraad mag met het oog op het democratische proces dan ook niet verhinderen dat een lid deelneemt aan de besluitvorming en aan stemmingen. Dit betekent echter niet dat deelname van een lid met een dergelijk persoonlijk belang er nooit toe kan leiden dat de bestuursrechter tot het oordeel moet komen dat het desbetreffende besluit is genomen in strijd met artikel 2:4 Awb. De conclusie dat het betrokken besluit in strijd met deze bepaling een besluit heeft genomen, kan echter pas worden getrokken indien zich bijkomende omstandigheden voordoen die maken dat de behartiging van een persoonlijk belang van een raadslid in het bijzonder aan de orde is bij het besluitvormingsproces. De enkele omstandigheid dat een raadslid kenbaar heeft gemaakt dat zij interesse heeft in een nieuwe woning uit dit project, vormt niet een dergelijke bijkomende omstandigheid. Datzelfde geldt als een familielid van een raadslid interesse heeft in een dergelijke woning. Om te komen tot een schending van artikel 2:4 Awb is dus meer nodig.

Observaties

De lat voor het aannemen van vooringenomenheid ligt hoog. De aanwezigheid van enig persoonlijk belang is niet afdoende om aan te nemen dat dit belang ook van invloed is geweest op de besluitvorming. Dat de lat zo hoog ligt, is niet vreemd. Zoals de Afdeling in haar uitspraak overweegt, heeft een raadslid een fundamenteel recht om deel te nemen aan de stemming van de raad. Dat recht kan niet snel worden ingeperkt. Pas als het persoonlijke belang van het raadslid duidelijk drijfveer wordt van de besluitvorming bestaat aanleiding om aan te nemen dat dit anders is (zie onder meer ECLI:NL:RVS:2011:BQ8863).

ABRvS 6 maart 2019 ECLI:NL:RVS:2019:687 201802672/1/R3

Related news

24.05.2019 BE law
Europees milieurecht: wat na 26 mei?

Articles - Het domein van milieurecht kent een sterke Europeesrechtelijke inslag. Voor basisregels inzake natuurbescherming, luchtkwaliteit of klimaat, ligt het juridisch zwaartepunt al lang niet meer bij de lidstaten. Reden te meer om in de gaten te houden wat er op EU-niveau in de pijplijn zit en op lidstaten afkomt. Ook na de Europese verkiezingen zal de nieuwe Europese Commissie verschillende initiatieven nemen. Zowel impliciet als expliciet lichtten de Commissie en haar vertegenwoordigers de voorbije maanden al een tipje van de sluier op.

Read more

21.05.2019 EU law
Part one - GDPR and Public Law - Applicability of GDPR to public bodies

Articles - Since the GDPR became applicable almost one year ago, multiple questions have arisen about its interaction with other fields of law. In this three-part blog series of “GDPR and Public Law”, we discuss three relevant issues of the interaction of GDPR with public law and government. In this blog we discuss the applicability of GDPR to public bodies.

Read more

23.05.2019 NL law
Seminar "Het Omgevingsplan onder de loep"

Seminar - Op 23 mei 2019 organiseert Stibbe een seminar over het omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt het centrale instrument in de Omgevingswet. Het omgevingsplan reguleert gebruik en bebouwing in de fysieke leefomgeving, verdeelt beschikbare milieuruimte, stuurt milieubelastende activiteiten en regelt kostenverhaal bij ruimtelijke ontwikkelingen. 

Read more

20.05.2019 NL law
Animatie: Wanneer moet een ongewoon voorval op grond van de Wet milieubeheer gemeld worden?

Short Reads - Een incident zit in een klein hoekje. Een ogenschijnlijk klein incident in een inrichting kan echter grote gevolgen met zich brengen. Als zich binnen een inrichting een ongewoon voorval voordoet, is de drijver van die inrichting verplicht om dat ongewone voorval zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag te melden. In de praktijk levert dit met enige regelmaat vragen op, want wanneer is een voorval zo ongewoon dat het gemeld moet worden?

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring