Short Reads

Trage rechtsbescherming tegen traag bestuur

Trage rechtsbescherming tegen traag bestuur

Trage rechtsbescherming tegen traag bestuur

29.01.2019 NL law

In 2006 bracht de nationale ombudsman een jaarverslag uit dat weinig aan actualiteit heeft ingeboet. Naast behartigenswaardige observaties over prestatiecultuur, klanttevredenheid en marktwerking, stelde de nationale ombudsman vast dat de relatie tussen overheid en burger primair een vertrouwensrelatie is en dat dit vertrouwen onder druk staat.

Weliswaar stond en staat het thema ‘vertrouwen in de overheid’ hoog op de politieke agenda, maar het blijkt niet eenvoudig om het verloren vertrouwen van de burger ook daadwerkelijk terug te winnen. Uit onderzoek is gebleken dat vertrouwen met name gewonnen (en verloren) kan worden door de goede (respectievelijk slechte) uitvoering van overheidstaken. De meest voorkomende klacht, zo staat in het jaarverslag, luidt jaar in jaar uit:

“geen of te laat antwoord op een verzoek om informatie, op een aanvraag of een gevraagde wijziging in iets.”

Te laat reageren en beslissen is inderdaad typisch een uitvoeringsprobleem. Kennelijk heeft het parlement er destijds niet op durven vertrouwen dat het ambtenarenapparaat dit probleem zonder extra prikkels zou aanpakken en oplossen. Op initiatief van de Kamerleden Wolfsen en Luchtenveld nam het in 2007 de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen aan. Deze wet kon toen overigens nog niet in werking treden, want eerst moest de termijn voor (onder andere) het nemen van een beslissing op bezwaar nog worden opgerekt, omdat deze als te knellend werd ervaren. De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is uiteindelijk op 1 oktober 2009 in werking getreden, zodat wij dit jaar het tweede lustrum ervan meemaken. Ik schrijf niet ‘het tweede lustrum vieren’, want de wet heeft de hardnekkige problematiek helaas niet opgelost. Recente ervaringen met deze wet doen mij vermoeden dat dat voorlopig ook niet gaat gebeuren. Het betrof zaken waarin het bestuursorgaan expliciet had aangegeven niet tijdig te willen en zullen beslissen. Een ingebrekestelling en verbeurte van de maximale wettelijke dwangsom van € 1.260 brachten daar geen verandering in. Vervolgens duurde het drie tot vijf maanden voordat de rechtbank uitspraak deed op het beroep tegen het niet tijdig beslissen. Ronduit opmerkelijk is dat rechtbanken deze zaken op zitting laten komen, ook al is er geen verweer gevoerd en ook al luidt de hoofdregel van de Wet dwangsom dat de zaak binnen acht weken zonder zitting wordt afgedaan.

Uit de evaluatie van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in 2013 bleek al dat burgers en bedrijven de effectiviteit van deze wet laag inschatten. Regering en parlement hebben met de conclusie helaas weinig gedaan, omdat zij geheel in beslag waren genomen door het misbruik van deze wet. Zo is de Wet dwangsom ten prooi gevallen aan een kwaal die de Nationale Ombudsman ook beschreef in zijn jaarverslag van 2006: dat de overheid geneigd is om relatief veel aandacht te schenken aan zelfbescherming tegen een kleine minderheid van kwaadwillende burgers, querulanten of profiteurs, ten koste van goede dienstverlening aan alle andere burgers die zonder bijbedoelingen de overheid gewoon nodig hebben en daarvan afhankelijk zijn. Met ‘de overheid’ wordt hier op de wetgever en het bestuur gedoeld, maar extra teleurstellend aan de toepassing van de Wet dwangsom is dat de rechter precies hetzelfde lijkt te doen: veel aandacht voor het tegengaan van misbruik van de wet terwijl de grote meerderheid van gevallen waarvoor de wet was bedoeld op een stapel blijft liggen. Dat wringt temeer in zaken waarin het bestuursorgaan de beslistermijn willens en wetens overschrijdt en die overschrijding ook niet betwist. In die gevallen zou de rechter gewoon heel snel uitspraak moeten doen. Je zou denken: voilà een quick win om een belangrijke oorzaak van gebrek aan vertrouwen in de overheid weg te nemen, althans stevig in te dammen. Toch sluit ik niet uit dat ik dit stukje over vijf jaar ongewijzigd opnieuw kan publiceren. Als ik gelijk krijg, wat ik niet hoop, wil ik de betrokken rechters vragen mij uit kunnen leggen hoe dat kan.

Dit Redactioneel is ook gepubliceerd in NTB aflevering 1 - januari 2019.

Related news

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring