Articles

Stakingsrechter onbevoegd bij omzeiling specifieke verhaalsinstanties in bijzondere wetgeving

Juge des cessations incompétent en cas de contournement des instances

Stakingsrechter onbevoegd bij omzeiling specifieke verhaalsinstanties in bijzondere wetgeving

09.01.2019 BE law

Bij arrest van 17 oktober 2018 stelde het Hof van Beroep te Brussel een belangrijke grens aan de ongebreidelde mogelijkheid tot instellen van een stakingsvordering.

EDF Luminus (‘EDF’) bekritiseerde de werkwijze van de aankoopcentrale het Vlaams Energiebedrijf (‘VEB’). EDF argumenteerde dat het VEB de wetgeving overheidsopdrachten schond door enkel het onderdeel “energiebevoorrading” (aankoop van energie) in de markt te plaatsen, maar niet het onderdeel “energielevering” (het leveren aan de klanten, inclusief facturatie en bijhorende diensten). Het luik “energielevering” zou zij – als aankoopcentrale – voor haar eigen rekening nemen. EDF argumenteerde dat deze inbreuk op de overheidsopdrachten wetgeving, en de praktijken op zich een oneerlijke marktpraktijk uitmaakte in de zin van artikel VI.104 van het Wetboek Economisch Recht, waardoor zij beroep zou kunnen doen op de stakingsrechter. [1]

De stakingsrechter in eerste aanleg verklaarde deze vordering ontvankelijk, maar ongegrond. In beroep werd echter geoordeeld dat de stakingsrechter niet bevoegd was om kennis te nemen van de vordering. Een vordering m.b.t. zulke beweerde onrechtmatigheid valt volgens het Hof immers onder de Wet van 17 juni 2013[2] omtrent overheidsopdrachten. Deze wet voorziet in een specifieke rechtsbescherming ten aanzien van alle beslissingen die in het kader van een overheidsopdrachtenprocedure worden genomen. Zo worden de verhaaltermijnen (vijftien dagen voor een vordering tot schorsing en zestig dagen voor een vordering tot vernietiging) op een dwingende wijze geregeld in artikel 23 van deze Wet. Het Hof oordeelde aldus dat EDF de mogelijkheid had om binnen de desbetreffende termijnen op te komen tegen de bestekken van VEB. Zij heeft evenwel nagelaten dit te doen, met als gevolg dat zij deze beroepsmogelijkheden zonder meer verloren heeft laten gaan. Bovendien kan volgens diezelfde wet, een overheidsopdracht, zodra die is gesloten, niet meer worden geschorst of onverbindend worden verklaard door welke verhaalsinstantie dan ook (om de rechtszekerheid te waarborgen).

Het Hof oordeelde bijgevolg: “Het kan niet de bedoeling zijn om de in de overheidsopdrachtenwetgeving voorziene verhaalmogelijkheden, met inbegrip van de geëigende verhaalinstanties en –termijnen te omzeilen door het instellen van een stakingsvordering.”

Bijgevolg had de stakingsrechter zich in eerste aanleg niet bevoegd mogen verklaren om kennis te nemen van de vordering, en aldus is ook het Hof – als beroepsinstantie – onbevoegd.

Dit arrest geeft aan dat er grenzen zijn aan de bevoegdheden van de stakingsrechter, in het bijzonder dat het niet de bedoeling kan zijn de voorziene rechtsbescherming in specifieke regelgevingen via de weg van artikel VI.104 WER te omzeilen, aldus het Hof.

Voetnoten
  1. Brussel, 17 oktober 2018, 2017/AR/1524, niet gepubl.
  2. Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie, en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten (B.S. 21 juni 2013).

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more