Articles

Misnoegde telefoontjes = slechtmaking?

Misnoegde telefoontjes = slechtmaking?

Misnoegde telefoontjes = slechtmaking?

09.01.2019 BE law

De zaak betrof een geschil tussen G. en haar (voormalige) onderaannemer, en barstte los toen G de overeenkomst voor bepaalde werkzaamheden beëindigde. De onderaannemer in kwestie zou de werken immers hebben stopgezet. G. contacteerde vervolgens een andere onderaannemer, de onderneming S, om de desbetreffende werken verder te zetten.

De Voorzitter herhaalde vooreerst dat onder slechtmaking wordt verstaan “een bijzonder schadelijke aanval [die] wordt ingezet of uitgevoerd lastens een onderneming, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van deze onderneming of aan de reputatie van de door de onderneming geproduceerde producten of geleverde diensten, door een lasterlijke of eer rovende daad.” Het recht van vrije meningsuiting staat er niet aan in de weg dat de verspreide informatie in het commerciële verkeer objectief, juist, relevant en volledig moet zijn. [1]

De slechtmaking in casu bestond in het bijzonder uit enkele misnoegde telefoontjes die de voormalige onderaannemer pleegde met de onderneming S (de nieuwe onderaannemer) alsook met de opdrachtgever van de werken in kwestie:

  • Aan de onderneming S meldde de voormalige onderaannemer dat de gerechtsdeurwaarder zou langskomen ter verzegeling van de werf met het oog op de inbeslagname van alle materialen daar aanwezig. Deze bewering strookte niet met de waarheid. Echter, aangezien S elk risico wou vermijden, besliste zij haar kranen niet naar de werf te brengen waardoor de werken van G vertraging opliepen. De Voorzitter oordeelde dat er in dit geval slechtmaking voorlag: de voormalige onderaannemer stelde een met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad, met het uitsluitend oogmerk om G te schaden.
  • Aan de opdrachtgever uitte de voormalige onderaannemer vooreerst haar ongenoegen omtrent de verbreking van de contractuele samenwerking. De Voorzitter oordeelde dat, aangezien de opdrachtgever geen onbekende derde was in het verhaal, maar er zelf ook onrechtstreeks bij betrokken was, er geen sprake was van slechtmaking. Men kon niet oordelen dat er naar om het even wie was gebeld met enkel alleen malicieuze bedoelingen. Daarnaast beweerde de voormalige onderaannemer evenwel ook dat G haar eigen contractuele verbintenissen niet nakwam. Deze niet onderbouwde mededeling werd dan weer wel als een aanval op de reputatie van G en dus als slechtmaking beschouwd.

Dit vonnis bevestigt dat voor slechtmaking enkele misnoegde en zelfs individuele telefoontjes volstaan. De verklaringen van de ontvangers van deze telefoontjes (S en de opdrachtgever) achtte de Voorzitter geloofwaardig, waardoor de beweringen bewezen werden geacht. Er was immers geen sprake van een strijdig belang in hun hoofde.

Voetnoten
  1. Vz. Rechtbank van Koophandel Antwerpen, 12 september 2018, A/18/04833, niet gepubl.

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more