Articles

Verifieerbare vorderingen, de stand van zaken na Credit Suisse/Jongepier q.q.

Verifieerbare vorderingen, de stand van zaken na Credit Suisse/Jongep

Verifieerbare vorderingen, de stand van zaken na Credit Suisse/Jongepier q.q.

09.08.2019 NL law

De afgelopen jaren heeft de Hoge Raad verschillende arresten gewezen over de invloed van het faillissement op wederkerige overeenkomsten, het fixatiebeginsel en de kwalificatie van vorderingen als boedelvordering, verifieerbare vordering of nietverifieerbare vordering. In het arrest van 23 maart 2018 (hierna: Credit Suisse/Jongepier q.q.) verduidelijkt de Hoge Raad ter beantwoording van enkele prejudiciële vragen wanneer vorderingen die voortvloeien uit een ten tijde van het faillissement reeds bestaande rechtsverhouding voor verificatie in aanmerking komen.

Bij de beantwoording van deze vraag maakt de Hoge Raad een afweging van twee uitgangspunten. Aan de ene kant het uitgangspunt dat het faillissement in beginsel geen invloed heeft op bestaande overeenkomsten, waardoor verplichtingen die voortvloeien uit bestaande overeenkomsten in beginsel niet gewijzigd worden door faillissement. Aan de andere kant weegt het fixatiebeginsel mee, op grond waarvan de rechtspositie van alle bij de boedel betrokkenen onveranderlijk wordt bij het intreden van het faillissement.

Uit dit arrest volgt onder meer dat, in tegenstelling tot wat eerder leek te volgen uit Koot Beheer/Tideman q.q., niet alle vorderingen die voortvloeien uit een reeds bestaande rechtsverhouding geverifieerd kunnen worden. Volgens de Hoge Raad is verificatie van dergelijke vorderingen alleen mogelijk indien en voor zover zij reeds besloten lagen in de rechtspositie van de schuldeiser zoals deze ten tijde van de faillietverklaring bestond. De Hoge Raad beperkt zich niet tot het beantwoorden van de gestelde prejudiciële vragen, maar doet ook een poging om de praktijk enkele handvatten te verschaffen door zijn overwegingen bij wijze van voorbeeld op een aantal typen vorderingen toe te passen.

In deze bijdrage bespreken wij allereerst de feiten die aanleiding gaven tot de prejudiciële procedure (par. 2). Vervolgens schetsen we aan de hand van eerdere rechtspraak de stand van zaken tot aan het arrest Credit Suisse/Jongepier q.q. (par. 3). In paragraaf 4 onderzoeken wij hoe die status quo door Credit Suisse/Jongepier q.q. is gewijzigd, en tot slot bespreken wij in hoeverre dit beantwoordt aan de in de literatuur geuite kritiek op Koot Beheer/Tideman q.q. (par. 5). In paragraaf 6 sluiten wij af met een conclusie.

Dit artikel is gepubliceerd in Maandblad voor Vermogensrecht 2019/3.

Lees de volledige publicatie.

Team

Related news

04.06.2019 NL law
Dutch Supreme Court clarifies evidentiary rules concerning signatures and signed documents

Short Reads - In two recent decisions, the Dutch Supreme Court has clarified the evidentiary power of signed documents. If the signatory unambiguously denies that the signature on the document is his or hers or claims that another party has tampered with the signature (for instance, through forgery or copying a signature from one document and pasting it in another), it is up to the party invoking the signed document to prove the signature's authenticity (ECLI:NL:HR:2019:572).

Read more

21.05.2019 NL law
Corporate Recovery & Insolvency in the Netherlands

Articles - Does the legislative framework in your jurisdiction allow for informal work-outs, as well as formal restructuring and insolvency proceedings, and to what extent are each of these used in practice? What formal rescue procedures are available in your jurisdiction to restructure the liabilities of distressed companies? What effect does each restructuring procedure have on existing contracts? How are the creditors and/or shareholders able to influence each winding up process. 

Read more

13.06.2019 NL law
EU reshaping the restructuring landscape? Directive on Restructuring and Insolvency approved by EU Council

Short Reads - The Council of the European Union adopted a proposal for a Directive on restructuring and insolvency (2016/0359 (COD) on 6 June 2019. The Directive will enter into force twenty days after it is published in the Official Journal of the European Union. From that date, Member States will have two years to implement the substantive parts of the Directive in their national legislation, although a one year extension can be granted.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring