Short Reads

Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij par

Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

09.08.2019 NL law

Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

De Afdeling deed eerder een tussenuitspraak in deze zaak, waarover wij een blog schreven. In dit blog belichten wij de einduitspraak vanuit bestuursrechtelijk én arbeidsrechtelijk perspectief.

Rechtsvraag: hoe bereken je de hoogte van de Arboboete op basis van de omvang van een bedrijf of instelling?

De hoogte van een boete op grond van overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet wordt op grond van het boetebeleid van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder meer bepaald aan de hand van de omvang van een bedrijf of instelling. De bedrijfsgrootte wordt bepaald op basis van het aantal 'werknemers'. Hoe groter het aantal werknemers, hoe hoger het boetenormbedrag. De vraag die in deze zaak aan de orde was, is of bij de omvang van een bedrijf onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Het beboete bedrijf in kwestie had namelijk een aantal parttimers op de loonlijst en kwam, als die dienstverbanden tot fulltime verbanden zouden worden omgerekend, op een lagere boete uit.

Aanvankelijk stelde de staatssecretaris dat het aantal parttimers niet relevant was bij de bepaling van de bedrijfsgrootte. Omdat dat standpunt onvoldoende gemotiveerd was, paste de Afdeling in de tussenuitspraak een bestuurlijke lus toe waarin de staatssecretaris werd opgedragen om ofwel haar besluit beter te motiveren danwel een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris besloot een nieuwe motivering te geven waarin zij terug komt op haar eerdere standpunt. Volgens haar kan het aantal parttimers wel relevant zijn voor het bepalen van de bedrijfsgrootte. Het gevolg daarvan is dat het parttime dienstverband omgerekend dient te worden naar een fulltime dienstverband. Daarbij ziet de staatssecretaris zich voor de vraag gesteld hoeveel uur een voltijds werkweek bedraagt. De staatssecretaris gaat voor de berekening van het totaal aantal medewerkers uit van een gemiddelde voltijd werkweek van 35 uur. Daarbij gaat de staatssecretaris uit van het begrip 'voltijd' van het Centraal Bureau voor de Statistiek ("CBS").

De Afdeling is het met die opvatting niet eens. Zij overweegt dat voor de berekening van het boetenormbedrag van het totaal aantal werknemers in een bedrijf uitgegaan moet worden van een 38 urige voltijd werkweek. Waarom dat het geval is, wordt niet heel duidelijk. Het CBS cijfer van 35 uur biedt volgens de Afdeling onvoldoende reden om niet uit te gaan van 38 uren als voltijd werkweek.

Arbeidsrechtelijke observaties

Vanuit arbeidsrechtelijk perspectief is de uitspraak van de Afdeling opmerkelijk.

De vraag wat als fulltime dienstverband geldt, is in het arbeidsrecht onder meer van groot belang bij het bepalen van het geldende wettelijk minimumloon. Het geldende wettelijk minimumloon is namelijk afhankelijk van het aantal uur waaruit de volledige werkweek bij de werkgever bestaat. Meestal bestaat een volledige werkweek uit 36, 38 of 40 uur. Dit verschilt per sector en blijkt doorgaans uit de toepasselijke cao of uit de arbeidsovereenkomsten die de werkgever met zijn werknemers sluit.

Het kan heel goed zijn dat in de zaak die bij de Afdeling voorlag, de werkgever inderdaad een 38-urige werkweek hanteerde. Doordat de Afdeling echter niet motiveert waarop zij de 38-urige werkweek baseert, blijft onduidelijk of een 38-urige werkweek voortaan als standaard wordt gehanteerd door de bestuursrechter of dat afwijkingen afhankelijk van de cao of arbeidsovereenkomsten toch mogelijk zijn.

Afsluiting: gevolgen voor de praktijk

Het gevolg van deze uitspraak is dat als een werkgever geconfronteerd wordt met een boete op grond van de Arbeidsomstandighedenwetgeving het relevant kan zijn om te bezien of er ook parttimers in dienst zijn. Is dat het geval, dan moet om het totaal aantal voor de boete relevante werknemers te kunnen berekenen, voor parttimers uitgegaan worden van een fulltime dienstverband van 38 uur. Het is overigens de vraag of de staatssecretaris en de bestuursrechter bij een volgende zaak altijd van een fulltime dienstverband van 38 uur per week uitgaan, gelet op de arbeidsrechtelijke observaties hierboven. Onder omstandigheden kan immers ook van een ander fulltime dienstverband (namelijk 36 of 40 uur) worden uitgegaan. Duidelijkheid daarover moet worden afgewacht. In elk geval is het boetebeleid sinds deze uitspraak op dit punt nog niet verduidelijkt, ondanks dat de staatssecretaris op haar eerdere standpunt is teruggekomen. Maar dat zal wel moeten gebeuren.

Voor een toelichting op de tussenuitspraak verwijzen wij graag naar ons blog "Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State past de bestuurlijke lus toe bij de vaststelling van de hoogte van de Arboboete. Bedrijfsgrootte is van invloed op de boetehoogte".

Team

Related news

09.06.2021 NL law
Ontvankelijk bestuursrecht

Short Reads - De omgang met ontvankelijkheidskwesties bij de bestuursrechter is vaak een goede graadmeter voor het bestuursrechtelijk klimaat. Een klimaat dat in wisselwerking tussen wetgever en rechter wordt bepaald.

Read more

08.06.2021 NL law
Stibbe Knowledgepagina ‘Energietransitie en klimaat’ is live

Short Reads - De klimaat- en energietransitie wetgeving is versnipperd en daarom is samenwerking tussen diverse juridische specialismen van belang. Stibbe heeft daarmee veel ervaring. Bij Stibbe is deze benodigde juridische kennis nu ook voor externe kennisname samengebracht op de knowledge pagina ‘Energietransitie en klimaat‘.

Read more

08.06.2021 NL law
De Europese Klimaatwet uitgelicht

Short Reads - Op 21 april 2021 is een voorlopig akkoord bereikt over de Europese Klimaatwet. Deze Klimaatwet kan worden gezien als de kern van de Europese Green Deal, die in december 2019 werd gepubliceerd door de Europese Commissie. Het overstijgende doel van deze instrumenten is om een klimaatneutraal Europa te bewerkstelligen in 2050. De Europese Klimaatwet zorgt ervoor dat deze klimaatneutraliteitsdoelstelling in een Europese verordening wordt vastgelegd. Dit blogbericht gaat nader in op de Europese Klimaatwet en legt uit wat dit met zich brengt.

Read more

09.06.2021 NL law
OV mag nog even doorrijden met overheidssteun, maar onder gewijzigde voorwaarden

Short Reads - De beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer wordt verlengd tot eind 2021. Vervoersbedrijven hebben deze compensatie nodig om grote verliezen te compenseren. De grondslag voor de uitkering is de nieuwe Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021 (Stcrt. 2021, 25629) (Regeling BVOV21). De Regeling BVOV21 komt overeen met zijn voorganger maar bevat een aantal wijzigingen. Dit blogbericht bespreekt een aantal.

Read more

08.06.2021 NL law
Actualiteiten milieustraftrecht: zorgelijke ontwikkelingen

Short Reads - Afgelopen vrijdag 28 mei jl. hadden wij een inspirerend webinar over actualiteiten op het gebied van milieustrafrecht. Wij spraken gedurende 90 minuten onder meer over aansprakelijkheden van bestuurders, de zorgplichten, incidentenrapportages vanuit strafrechtelijk- en bestuursrechtelijk perspectief.

Read more