Articles

Opvolgend werkgeverschap in de Ontslagregeling en de banden met het BW

Opvolgend werkgeverschap in de Ontslagregeling en de banden met het BW

Opvolgend werkgeverschap in de Ontslagregeling en de banden met het BW

23.05.2018 NL law

​Opvolgend werkgeverschap komt op verschillende plekken in de wet voor: in artikel 15 lid 2 Ontslagregeling, artikel 7:668a lid 2 BW, artikel 7:667 lid 5 BW en ook in artikel 7:673 lid 4 sub b BW. Sommige van deze bepalingen zijn op 1 juli 2015 met de Wet werk en zekerheid (Wwz) in het BW terechtgekomen, maar kregen zogeheten 'onmiddellijke werking'. Een werknemer die op 2 juli 2015 na een 30-jarig dienstverband werd ontslagen, had ook (in beginsel) recht op een transitievergoeding over die 30 jaar.

Onder het oude recht was niet alleen vereist dat binnen de opvolgende arbeidsovereenkomsten wezenlijk dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden vereist waren, maar ook dat de latere werkgever bekend kon worden verondersteld met de geschiktheid en vaardigheden van de werknemer op grond van zijn ‘banden’ met de eerdere werkgever. Met de Wwz zijn de vereisten voor opvolgend werkgeverschap versoepeld. In alle bovengenoemde bepalingen is toen de zinsnede "ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer" opgenomen. Dat heeft discussie doen oplaaien in de rechtspraak en de literatuur. Welk criterium moest nu van toepassing zijn op werkgeverswisselingen die vóór 1 juli 2015 plaatsvonden?

In het Constar-arrest heeft de Hoge Raad, kort samengevat, bepaald dat een werkgeverswisseling die vóór 1 juli 2015 heeft plaatsgevonden bij de toepassing van artikel 7:668a lid 2 BW – ondanks het ontbreken van overgangsrecht – moet worden beoordeeld aan de hand van het "zodanige banden" criterium uit het arrest Van Tuinen/Wolters.

Geldt dit nu ook voor het opvolgend werkgeverschap uit artikel 15 lid 2 Ontslagregeling, aan de hand waarvan duur van het dienstverband voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel dient te worden bepaald? Wij betogen in ons artikel dat dat niet het geval is, nu er vóór de Ontslagregeling geen materieelrechtelijke regeling was op dit gebied, maar dit slechts geregeld was in de Beleidsregels ontslagtaak UWV. Dit zou echter tot vreemde gevolgen kunnen leiden: werknemers kunnen zo lange dienstverbanden hebben voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel, maar korte dienstverbanden voor de berekening van de transitievergoeding. Let dus goed op bij het afspiegelen.

M. Jovović & J.P.H. Zwemmer, 'Opvolgend werkgeverschap in de Ontslagregeling en de banden met het BW', ArbeidsRecht 2018/18

Team

Related news

08.01.2019 NL law
Algoritmische discriminatie

Articles - 'Slimme algoritmes' nemen steeds meer arbeidsrechtelijk relevante beslissingen. Zo kunnen zelflerende systemen onder meer worden ingezet om te bepalen wie promotie krijgt of welk cv wordt geselecteerd in een sollicitatieprocedure. Ook in de opkomende platformeconomie worden veel arbeidsrechtelijk relevante beslissingen genomen door geautomatiseerde systemen: wie doet welke klus en tegen welke beloning?

Read more

07.01.2019 NL law
De redelijke grond: rechtsfeit of rechtsgrond?

Articles - Op 16 februari 2018 wees de Hoge Raad twee beschikkingen (ECLI:NL:HR:2018:182 en ECLI:NL:HR:2018:220), waarin de toepasselijkheid van de wettelijke bewijsregels bij ontbindingszaken aan bod kwam. In beide beschikkingen heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de wijze waarop dient te worden vastgesteld of sprake is van een redelijke grond zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder c t/m h BW (de ‘redelijke gronden’).

Read more

15.01.2019 NL law
De verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfondsen: wel of geen voorrangsregel in de betekenis van artikel 9 Rome I?

Articles - In deze bijdrage staat een actueel en belangrijk pensioenvraagstuk centraal. Dit vraagstuk ligt op het snijvlak tussen pensioen en internationaal privaatrecht. Het gaat om een nadere verkenning van de vraag of de verplichtstelling van de Wet Bpf kwalificeert als een regel van bijzonder dwingend recht als bedoeld in artikel 9 van Rome I.

Read more

04.12.2018 NL law
Stibbe appoints two new partners and three counsel

Inside Stibbe - Stibbe has promoted Floris ten Have (EU law, competition and regulation, Amsterdam) and Julien Bogaerts (corporate and finance, Brussels) to partner. In addition, Johan Zwemmer (employment law, Amsterdam), Li Wee Toh (energy and industry, Amsterdam) and Giovanni Smet (tax, Brussels) have been promoted to counsel. The new appointments will take effect on 1 January 2019.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring