Articles

Het aanleidingsvereiste: hetzelfde werk voor dezelfde klanten is onvoldoende voor opvolgend werkgeverschap

Het aanleidingsvereiste: hetzelfde werk voor dezelfde klanten is onvo

Het aanleidingsvereiste: hetzelfde werk voor dezelfde klanten is onvoldoende voor opvolgend werkgeverschap

28.08.2018 NL law

De werknemer betoogde in deze zaak dat sprake was van opvolgend werkgeverschap omdat hij zowel bij TSN als bij Tzorg jarenlang – drie jaar Tzorg, twee jaar TSN en weer twee jaar Tzorg – exact dezelfde werkzaamheden had verricht (het verlenen van dezelfde zorg aan dezelfde cliënten). De kantonrechter maakte daar korte metten mee: dit door de werknemer gehanteerde criterium is te breed en zou tot zeer ongerijmde uitkomsten kunnen leiden.

De wet stelt – naar de letter gelezen – echter niet méér vereisten. Artikel 7:688a lid 2 BW bepaalt immers (slechts) dat arbeidsovereenkomsten worden geacht elkaar te hebben opgevolgd wanneer de werknemer achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers, mits die werkgevers "redelijkerwijze geacht moeten worden ten aanzien van de verrichte arbeid elkaars opvolger te zijn," en dat "ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer." De 'zodanige banden' van Wolters/Van Tuinen zijn dus uitdrukkelijk niet meer nodig voor opvolgend werkgeverschap.

Volgens de wetsgeschiedenis is echter nog wel vereist dat sprake moet zijn van een bepaalde, bij (één van) beide werkgevers gelegen, aanleiding waardoor de werknemer overgaat van de ene naar de andere werkgever. Andersom: van opvolgend werkgeverschap is weer geen sprake als de werknemer op eigen initiatief dezelfde arbeid bij een nieuwe werkgever gaat verrichten. Dit criterium wordt in de lagere rechtspraak echter niet altijd gehanteerd.

Let op: soms is onder het nieuwe, ruimere criterium weer geen sprake van opvolgend werkgeverschap waar dat naar oud recht wel het geval zou zijn geweest. Let ook op bij de toepassing van opvolgend werkgeverschap bij het afspiegelingsbeginsel. Zie hierover M. Jovović & J.P.H. Zwemmer, 'Opvolgend werkgeverschap in de Ontslagregeling en de banden met het BW', ArbeidsRecht 2018/18.

Related news

17.06.2021 NL law
SER advies 2021-2025: de belangrijkste aanbevelingen op het terrein van de arbeidsmarkt besproken

Short Reads - Inleiding Op 2 juni 2021 presenteerde de Sociaal Economische Raad (SER) het ontwerpadvies ‘Sociaal-Economisch beleid 2021-2025. Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’. Dit advies behelst een breed pakket aan voorstellen dat voor brede welvaart in Nederland moet zorgen. De SER adviseert het kabinet fors te investeren in de arbeidsmarkt en de publieke sector.

Read more

02.06.2021 NL law
Kabinet kondigt NOW-4 en een wijziging van de omzetberekening aan

Short Reads - Er komt een nieuwe NOW-subsidieregeling, de NOW-4. Dit heeft het kabinet aangekondigd in de Kamerbrief van 27 mei 2021. De subsidievoorwaarden onder de NOW-4 zullen grotendeels gelijk zijn aan de voorwaarden voor een subsidie onder de vijfde tranche van de NOW-3. Ook informeert het kabinet de Tweede Kamer over een wijziging inzake de bepaling van de omzet, die zal worden ingevoerd in de NOW-3 en de NOW-4.

Read more

14.06.2021 NL law
Verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds voor Duitse chauffeurs in dienst van in Nederland gevestigde onderneming (annotatie)

Short Reads - In deze annotatie becommentarieert Astrid Helstone een uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak gaat over een werkgever met een in Nederland gevestigde onderneming in het beroepsvervoer over de weg. Deze werkgever heeft ongeveer 90 werknemers in dienst, van wie tien werknemers de Duitse nationaliteit hebben en in Duitsland wonen. Partijen verschillen van mening over de vraag of deze tien Duitse werknemers verplicht zijn tot deelneming in het Pensioenfonds Vervoer.

Read more

03.05.2021 NL law
De overheid behoeft de besten, maar krijgt zij die nog wel?

Short Reads - ‘De overheid behoeft de besten; zij moet aantrekken en opkweken de bekwaamsten onder de jongeren; haar mensen moeten het in kennis maar ook in levenshouding en beschaving kunnen opnemen tegen de leidende figuren uit de maatschappij; het zou noodlottig zijn voor de publieke zaak, zo de overheid zich tevreden zou stellen met degenen, die elders niet aan de slag konden komen of mislukten.’ (C.H.F. Polak 1957, geciteerd in NJB 2018/1044)

Read more