Short Reads

Overzicht hangende prejudiciële vragen in verband met consumentenrecht

overzicht hangende prejudiciële vragen in verband met consumentenrec

Overzicht hangende prejudiciële vragen in verband met consumentenrecht

17.09.2017 BE law

Hieronder vindt u een selectie van hangende prejudiciële vragen, inclusief hyperlinks naar de site van het Hof van Justitie.

Prejudiciële Vragen

Zaak C-109/17 Bankia, S.A./Juan Carlos Marí Merino, Juan Pérez Gavilán en María Concepción Marí Merino - Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia de Cartagena (Spanje) op 3 maart 2017

Prejudiciële vragen

  1. Moet artikel 11 van richtlijn 2005/29 aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling zoals de vigerende Spaanse hypothecaire executieregeling (artikelen 695 en volgende juncto artikel 552, lid 1, van de wet op de burgerlijke rechtsvordering), waarin geen rechterlijke toetsing van oneerlijke handelspraktijken plaatsvindt, noch ambtshalve noch op verzoek van een partij, aangezien deze regeling de toetsing van overeenkomsten en akten waarbij mogelijkerwijs sprake is van oneerlijke handelspraktijken, bemoeilijkt of onmogelijk maakt?
  2. Moet artikel 11 van richtlijn 2005/29 aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling zoals de Spaanse regeling waarbij niet is gewaarborgd dat de betreffende gedragscode daadwerkelijk wordt ageleefd indien de executerende partij besluit zich daar niet aan te houden (artikelen 5 en 6 juncto artikel 15 van koninklijk wetsbesluit 6/2012 van 9 maart 2012)?
  3. Moet artikel 11 van richtlijn 2005/29 aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen de Spaanse regeling waarbij de consument bij een hypothecaire executie niet kan verzoeken om naleving van de betreffende gedragscode, met name wat „datio in solutum” en het tenietgaan van de vordering betreft (artikel 3 van de gedragscode die als bijlage is gehecht aan koninklijk wetsbesluit 6/2012 van 9 maart 2012)?

PB.2017, C161, blz.13

Zaak C-105/17 Komisia za zashtita na potrebitelite / Evelina Kamenova

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Administrativen Sad - Varna (Bulgarije) op 28 februari 2017 – Komisia za zashtita na potrebitelite / Evelina Kamenova

Prejudiciële vraag

Moet artikel 2, onder b) en onder d), van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken, aldus worden uitgelegd dat de activiteiten van een natuurlijke persoon die bij een website voor de verkoop van goederen is geregistreerd en op die website tegelijkertijd in totaal acht advertenties voor de verkoop van verschillende goederen heeft geplaatst, activiteiten van een handelaar in de zin van de wettelijke definitie van artikel 2, onder b), zijn[,] handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten in de zin van artikel 2, onder d), vormen, en overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen?

PB.2017, C144, blz.32

Zaak C-632/16 Dyson Ltd, Dyson BV / BSH Home Appliances NV

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank van koophandel te Antwerpen (België) op 7 december 2016 – Dyson Ltd, Dyson BV tegen BSH Home Appliances NV

Prejudiciële vragen

  1. Kan het strikt naleven van de Stofzuigerverordening (zonder aanvulling van het etiket zoals gedefinieerd in Bijlage II ervan met informatie omtrent de testomstandigheden die hebben geleld tot de Indeling in een energie-efficiëntieklasse volgens Bijlage I) worden beschouwd als een misleidende omissie in de zin van artikel 7 van de richtlijn oneerlijke marktpraktijken?
  1. Verzet de Stofzuigerverordening zich tegen de aanvulling van dit etiket met andere symbolen die dezelfde informatie meedelen?

PB.2017, C78, blz.10

Zaak C-357/16 Gelvora

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas (Litouwen) op 28 juni 2016 – UAB „Gelvora” / Valstybinė vartotojų teisių apsaugos tarnyba

Valt de juridische verhouding tussen een onderneming die een schuldvordering heeft verworven op grond van een overeenkomst tot cessie van schuldvorderingen, en een natuurlijke persoon die schuldenaar is krachtens een consumentenkredietovereenkomst, binnen de werkingssfeer van richtlijn 2005/29/EG?

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: heeft het begrip „product” in de zin van artikel 2, onder c), van de richtlijn ook betrekking op handelingen die bij de uitoefening van een krachtens een overeenkomst tot cessie van schuldvorderingen verworven schuldvordering worden verricht in het kader van de schuldinvordering ten aanzien van een natuurlijke persoon die schuldenaar is krachtens een met de oorspronkelijke schuldeiser gesloten consumentenkredietovereenkomst?

Valt de juridische verhouding tussen een onderneming die een schuldvordering heeft verworven op grond van een overeenkomst tot cessie van schuldvorderingen, en een natuurlijke persoon die schuldenaar is krachtens een consumentenkredietovereenkomst en reeds is veroordeeld tot betaling van deze schuld bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing die aan een gerechtsdeurwaarder is verstrekt voor tenuitvoerlegging, binnen de werkingssfeer van de richtlijn, wanneer de onderneming parallelle handelingen inzake schuldinvordering verricht?

Indien de derde vraag bevestigend wordt beantwoord: heeft het begrip „product” in de zin van artikel 2, onder c), van de richtlijn ook betrekking op handelingen die bij de uitoefening van een krachtens een overeenkomst tot cessie van schuldvorderingen verworven schuldvordering worden verricht in het kader van de schuldinvordering ten aanzien van een natuurlijke persoon die schuldenaar is krachtens een met de oorspronkelijke schuldeiser gesloten consumentenkredietovereenkomst en reeds is veroordeeld tot betaling van deze schuld bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing die aan een gerechtsdeurwaarder is verstrekt voor tenuitvoerlegging?

PB. 2016, C335, blz. 37

Zaak C-356/16 Wamo and Van Mol

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België) op 27 juni 2016 – Strafzaken tegen Wamo BVBA, Luc Cecile Jozef Van Mol

Dient richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt te worden uitgelegd in de zin dat zij zich verzet tegen een nationale wet die aan elke natuurlijke of rechtspersoon het verbod oplegt om reclame voor ingrepen van esthetische heelkunde of niet-heelkundige esthetische geneeskunde te verspreiden, zoals voorzien bij artikel 20/1 van de Wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet-heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren en tot regeling van de reclame en informatie betreffende die ingrepen (B.S., 2 juli 2013), ingevoegd bij de Wet van 10 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid (B.S., 30 april 2014)?

PB. 2016, C335, blz. 36

Zaak C-295/16 Europamur Alimentación

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado Contencioso-Administrativo nº 4 de Murcia (Spanje) op 25 mei 2016 – Europamur Alimentación, S.A./Dirección General de Consumo, Comercio y Artesanía de la Comunidad Autónoma de la Región de Murcia

Moet richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale bepaling als artikel 14 van wet 7/1996 van 15 januari 1996 op de detailhandel, die strenger is dan die richtlijn aangezien verkoop met verlies in die bepaling zonder meer wordt verboden, ook voor groothandelaren, op de grond dat een dergelijk handelwijze een bestuurlijke overtreding oplevert, waarvoor dus een sanctie wordt opgelegd, ermee rekening houdende dat de Spaanse wet niet alleen strekt tot regeling van de markt, maar ook tot bescherming van de belangen van de consument?

Moet richtlijn 2005/29/EG aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen artikel 14 van wet 7/1996 ook al kan er op grond van die nationale bepaling een uitzondering worden gemaakt op het algemene verbod en met verlies worden verkocht wanneer (i) de overtreder aantoont dat met verlies wordt verkocht om dezelfde prijzen te hanteren als een of meer concurrenten die zijn verkoop aanzienlijk kunnen beïnvloeden, of (ii) het beperkt houdbare producten betreft die op het punt van bederven staan?

PB. 2016, C305, blz. 15

Related news

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

12.05.2020 NL law
Kroniek van het mededingingsrecht

Articles - Wat de gevolgen van de coronacrisis zullen zijn voor de samenleving, de economie en – laat staan – het mededingingsbeleid laat zich op het moment van de totstandkoming van deze kroniek niet voorspellen. Wel stond al vast dat het mededingingsrecht zal worden herijkt op basis van de fundamentele uitdagingen die voortvloeien uit zich ontwikkelende ideeën over het belang van industriepolitiek, klimaatverandering en de positie van tech-ondernemingen en de platforms die zij exploiteren.

Read more

09.07.2020 NL law
ACM geeft bedrijven meer ruimte om samen te werken voor klimaat- en milieudoelen

Short Reads - De Autoriteit Consument & Markt (ACM) wil dat Nederlandse bedrijven meer ruimte krijgen om samen te werken op het gebied van duurzaamheid. Vooral voor het bereiken van klimaatdoelen, zoals de vermindering van CO2-uitstoot, krijgen bedrijven meer mogelijkheden om onderling afspraken te maken zonder de concurrentieregels te overtreden. Dat staat in de (concept) leidraad ‘duurzaamheidsafspraken’ van de ACM.

Read more

18.03.2020 EU law
Stibbe: COVID-19

Short Reads - In view of the developments concerning the coronavirus, we hereby inform you of our business operations and the measures we take to ensure the continuity of our services to you.

Read more

20.05.2020 NL law
Stibbe in Amsterdam answers questions from consumers, small business foundations and NGOs about the coronavirus [updated]

Inside Stibbe - In a special Q&A (in Dutch), lawyers from our Amsterdam office share their legal expertise and strive to provide answers to questions put to us by consumers, self-employed persons, enterprises large and small, foundations and NGOs as a result of the corona crisis.

Read more